Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/5.8.1
5.8.1 Inleiding
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS441221:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EG) 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventie-procedures, PbEg 2000, L 160/1.
Zie onder meer hierover: Berends, Grensoverschrijdende insolventie, 1999, NIBE-Bankjuridische reeks nr. 37; Kortmann en Veder, De Europese Insolventieverordening, WPNR 6421 (2000), p. 764 e.v.; Van Galen, Ondernemingsrecht 2001, p. 288 e.v.; Kortmann, De Europese Insolventieverordening en de Nederlandse rechter, Tvl 2002/4, p. 185 e.v.; Seinstra, De Europese Insolventieverordening, Bb 2002/nr. 11, p. 105 e.v.; Berends, Tvl 2002/Special Insolventieverordening; Veder, diss. (2004) en Berends, Insolventie in het internationaal privaatrecht, diss. (2005).
Op 31 mei 2002 is de Europese Insolventieverordening in werking getreden.1 Een uitvoerige behandeling van de verordening gaat het bestek van dit werk te buiten, enkele aspecten kunnen in het kader van het akkoord echter niet onvermeld blijven.2 Na een korte algemene inleiding wordt onder meer ingegaan op een aantal specifieke gevolgen dat zich kan voordoen, indien de hoofdprocedure in Nederland wordt geopend en door een akkoord wordt beëindigd.3 Tevens wordt ingegaan op de situatie dat de hoofdprocedure in een andere Europese lidstaat wordt geopend en wordt beëindigd door een akkoord. Ten slotte wordt gekeken naar de mogelijkheid dat de hoofdprocedure in een andere Europese lidstaat wordt geopend en nadien een secundaire procedure wordt geopend in Nederland en deze eindigt in een akkoord. Wat is de invloed van de insolventieverordening op de Nederlandse akkoordregeling in voornoemde situaties?