Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/3.2.2
3.2.2 De valkuil van de "driefasenleer"
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305453:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Hartlief en Tjittes 2005, p. 1605 en 1606 en de overige literatuur die is aangehaald in hfdst. 4, paragraaf 4.2.3. Nu in hfdst. 3 de vraag centraal staat wanneer het een partij bij onderhandelingen niet langer vrij staat om deze éénzijdig af te breken, beperk ik in dit hoofdstuk de toelichting op mijn bezwaren tegen de 'driefasenleer' zoals die doorgaans pleegt te worden uitgelegd, en die zich voornamelijk richten op het aannemen van de zogenaamde 'tweede fase' — waarvan de problematiek in hfdst. 4 centraal staat -, tot een samenvatting van de argumenten die ik in hfdst. 4 nader adstrueer.
Zoals in hfdst. 4 nader wordt toegelicht, meen ik dat vergoeding van het negatief contractsbelang bij gelegitimeerd afgebroken onderhandelingen slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk zou behoren te zijn (reden waarom ik hier volledigheidshalve naar de mogelijkheid van vergoeding van het negatief contractsbelang verwijs). Uitgangspunt zou m.i. dienen te zijn dat hooguit recht op vergoeding bestaat (mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan) van de kosten die, in het kader van de onderhandelingen, in redelijkheid zijn gemaakt op verzoek van de onderhandelingspartner en die uitstijgen boven hetgeen naar verkeersopvattingen in acquisitief opzicht voor rekening van de partij dienen te komen die ze heeft gemaakt.
Zoals in de hierna volgende paragrafen en (meer in het bijzonder voor wat betreft de "oude" "tweede fase") in hfdst. 4 zal worden toegelicht, meen ik dat dit ingeburgerde onderscheid in fasen minst genomen verwarrend is. Het is wellicht door de bedenker ervan nooit zo bedoeld, maar wekt ten onrechte de indruk dat iedere fase zich noodzakelijkerwijs in een onderhandelingstraject voordoet en het wekt vervolgens ten onrechte de indruk dat de betreffende fasen elkaar in alle gevallen noodzakelijkerwijs en onomkeerbaar in de tijd opvolgen. In elk geval meen ik dat de driefasenleer in de praktijk veelvuldig als zodanig wordt geïnterpreteerd terwijl geen van deze indrukken wat mij betreft juist is. In het hierna volgende zal worden betoogd dat zich in de precontractuele fase slechts twee situaties kunnen voordoen, te weten: de situatie waarin het beide partijen nog vrij staat om, niet-schadeplichtig, de onderhandelingen af te breken en de situatie waarin dit (één van) partijen niet langer vrij staat. Daarnaast (en dus niet noodzakelijkerwijs: opvolgend) kán (maar dit hoeft niet) zich de situatie voordoen dat er in de precontractuele fase op enig moment gedurende de periode dat de onderhandelingen nog eenzijdig, niet-schadeplichtig kunnen worden beëindigd, een verplichting ontstaat om kosten die in het kader van de onderhandelingen zijn gemaakt, te vergoeden.1
Zoals in hfdst. 4 nader zal worden toegelicht, meen ik dat een eventuele verplichting tot vergoeding van gemaakte kosten een zelfstandige juridische grondslag heeft. Of die grondslag zich voordoet, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval; ook dit is in hfdst. 4 nader uitgewerkt.
Omdat veel van de verwarring met betrekking tot de driefasenleer m.i. is ontstaan door het gebruik van het woord "fase", zal ik in het navolgende niet meer spreken over "fasen" maar over "stadia" of, wellicht beter nog, over de situatie waarin het eenzijdig afbreken van de onderhandelingen nog geoorloofd is en de situatie waarin het dat niet meer is. Daarnaast kán het zich voordoen dat een verplichting bestaat tot vergoeding van kosten, hoewel de onderhandelingen nog afgebroken mogen worden, maar dat hoeft geenszins het geval te zijn; naar ik zelfs meen (en zoals in hfdst. 4 nader is geadstrueerd) zal in verreweg de meeste gevallen waarin onderhandelingen gelegitimeerd worden afgebroken, in het geheel geen sprake zijn van een recht op kostencompensatie van de teleurgestelde partij. Schematisch geeft dit het volgende beeld:
Precontracuele fase
Contractuele fase (rompovereenkomst)
Onderhandelingsstadium waarin (eenzijdig) afbreken geoorloofd is
Onderhandelingsstadium waarin (eenzijdig) afbreken ongeoorloofd is
Eenzijdig afbreken ongeoorloofd
Mogelijke verplichting tot vergoeding van kosten casu quo vergoedingsplicht negatief contractsbelang2
Vergoedingsplicht positief of negatief contractsbelang
Vergoedingsplicht positief of negatief contractsbelang