Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/1.3.2
1.3.2 Lichaam resp. vennootschap
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS451757:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
HR 24 november 1976, BNB 1978/13.
Niet duidelijk is hoe het vereiste dat alle deelgerechtigden toestemming moeten geven, dient te worden geïnterpreteerd. Vgl. N.H. de Vries/L.W. Sillevis, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), onderdeel 1.0.3.K.B, Gouda Quint, Deventer en J. Verburg, Vennootschapsbelasting, Fiscale Hand- en Studieboeken nr. 4, blz. 60, Kluwer, Deventer, 1984.
Bij de open commanditaire vennootschap doet zich een vergelijkbaar probleem voor ten aanzien van de interpretatie van het toestemmingsvereiste. Zie de vorige voetnoot en de aldaar aangehaalde literatuur.
Vgl. T. Blokland, Winst uit aanmerkelijk belang, Fiscale monografie nr. 19, blz. 50, Kluwer, Deventer, 1993; J.E.A.M. van Dijck, De aanmerkelijkbelangregeling, Fed fiscale brochures, blz. 53 e.v.. Fed, Deventer, 1995; l.J.F.A. van Vijfeijken, Inkomsten uit aandelen, Fed fiscale brochures, blz. 22, Fed, Deventer, 1994.
Hierna zal meermalen het begrip 'lichaam' resp. 'vennootschap' worden gehanteerd. Onder een lichaam wordt in navolging van art. 1 Wet Vpb. verstaan de lichamen vermeld in art. 2 Wet Vpb., maar dan verengd tot de lichamen vermeld in art. 2, eerste lid, onderdeel a en onderdeel e j° tweede lid, Wet Vpb. Dit betekent dat in onderhavige studie als lichamen worden aangemerkt de vennootschappen welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld -zoals de NV of BV of hiermee vergelijkbare lichamen naar buitenlands recht - alsmede de burgerlijke maatschap op aandelen1, de open beleggingsfondsen als bedoeld in art. 2, tweede lid Wet Vpb. en de open commanditaire vennootschappen als bedoeld in art. 2, derde lid, onderdeel c, AWR. Van een (open) (beleggings)fonds voor gemene rekening is blijkens art. 2, tweede lid, Wet Vpb. sprake, indien de bewijzen van deelgerechtigdheid vrij verhandelbaar zijn. Dit is het geval als voor de vervreemding van de bewijzen van deelgerechtigdheid niet de toestemming van alle deelgerechtigden is vereist, met dien verstande dat ingeval vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening of aan bloed- en aanverwanten in de rechte lijn de bewijzen niet als verhandelbaar worden aangemerkt.2 Art. 2, derde lid, onderdeel c, AWR merkt als open commanditaire vennootschap aan de commanditaire vennootschap waarbij, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van commanditaire vennoten kan plaatshebben zonder toestemming van alle vennoten, beherende zowel als commanditaire.3 Coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag (art. 2, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb.), onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen op onderlinge grondslag die als verzekeraar of kredietinstelling optreden (art. 2, eerste lid, onderdeel c, Wet Vpb.), hiervoor niet genoemde verenigingen en andere dan publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals stichtingen (art. 2, eerste lid, onderdeel d, Wet Vpb.), alsmede publiekrechtelijke rechtspersonen (directe resp. indirecte overheidslichamen ex art. 2, eerste lid, onderdeel f, derde en zevende lid, Wet Vpb.) worden dus niet onder het begrip 'lichaam' begrepen.
Het begrip 'vennootschap' is in zoverre enger dan het begrip 'lichaam', dat onder het begrip 'vennootschap' enkel de lichamen vermeld in art. 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb. worden verstaan, t.w. de BV of NV, de hiermee vergelijkbare entiteiten naar buitenlands recht, alsmede de zgn. open commanditaire vennootschappen van art. 2, derde lid, onderdeel c, AWR. De zgn. open (beleggings^fondsen voor gemene rekening als bedoeld in art. 2, tweede lid, Wet Vpb. worden aldus niet onder het begrip 'vennootschap' begrepen. Veelal zal in onderhavige studie het begrip 'lichaam' en het begrip 'vennootschap' overigens als synoniemen worden gebruikt. Waar dat niet het geval is, zal dit nadrukkelijk worden aangegeven.
Zoals men uit de gegeven omschrijvingen van het begrip 'lichaam' resp. 'vennootschap' ziet, is rechtspersoonlijkheid niet vereist. Onderscheidend criterium is steeds of de winst van het lichaam resp. de vennootschap aan het lichaam resp. de vennootschap wordt toegerekend dan wel rechtstreeks aan de achterliggende participanten (fiscale transparantie). Indien een orgaan van het lichaam resp. de vennootschap een afzonderlijke beslissing moet nemen om de winsten van het lichaam resp. de vennootschap uit te keren aan de achterliggende participanten, wordt het lichaam resp. de vennootschap als een onafhankelijk van haar achterliggende participanten, zelfstandige entiteit beschouwd die vennootschapsbelasting is verschuldigd over de winst. De uitkering van winst wordt dan bij de achterliggende participanten in de belastingheffing betrokken.4 Overigens gaat dit kenmerk vaak wel gepaard met rechtspersoonlijkheid, maar noodzakelijk is dit niet. Veelal kan men bij het begrip 'lichaam' resp. 'vennootschap' de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid als bedoeld in titel 5 van boek 2 BW (art. 2:175 e.v. BW) voor ogen houden.