Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.3.1
6.2.3.1 Controle van de minister in de (Europese) Raad
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit constateert ook de rapporteur Europees Semester 2013, Kamerstukken II 2013/14, 33 574, nr. 3, p. 5.
Van Mourik 2012, p. 38.
Daarnaast wordt ook informatie gegeven over het doel van de Raadsbehandeling. Daarbij vermeldt de minister ook de eventuele procesbeschrijving en het nummer van het interne Raadsdocument zodat het parlement dit zelf kan raadplegen. Ook vermeldt de regering de inhoud, achtergrond en het tijdpad van de onderhandelingen. Vervolgens bespreekt de minister de inzet van de Nederlandse regering en geeft de minister een indicatie van het krachtenveld in de Raad en het Europees Parlement. Zie voor het format van de geannoteerde agenda zoals alle departementen deze hanteren: Bijlage bij Kamerstukken II 2014/15, 22 112, nr. 1985.
Van Mourik 2012, p. 49.
In 2014 werd er korte tijd een experiment gestart waarin het terugblikdebat standaard werd gehouden in de week na de Europese Raad (zie besluitenlijst naar aanleiding van de procedurevergadering van de commissie voor Europese Zaken van 23 januari 2014), nadat deze aanvankelijk was komen te vervallen. Zie Van Mourik 2012, p. 43. Naar aanleiding van de evaluatie van de BOR is eind 2015 besloten om dit standaard terugblikdebat toch niet op te nemen in het Reglement van Orde voor de Tweede Kamer (zie besluitenlijst commissie voor Europese Zaken 27 november 2015).
Van Mourik 2012, p. 33 en Bovend’Eert & Kummeling 2010, p. 52.
Van Mourik 2012, p. 43.
Van Mourik 2012, p. 66.
De controle op de besluitvorming in Europees verband in het kader van het Europees Semester concentreert zich grotendeels op de controle van de minister in de (Europese) Raad.1 Parlementaire betrokkenheid bij de besluitvorming in de Raad is essentieel om de regering te kunnen controleren. De controle van de minister in de Raad vindt plaats in het kader van de ministeriële verantwoordelijkheid: de minister legt verantwoording af aan het parlement voor zijn optreden in de Raad en voor het verloop van het onderhandelingstraject in de Raad.2
De Tweede Kamer speelt hierin een actieve rol, in tegenstelling tot de Eerste Kamer. De Raadsvergaderingen worden in de regel voor- en nabesproken door de betreffende vaste Kamercommissies in de Tweede Kamer. Dit gebeurt in een algemeen overleg volgens de agendaprocedure. Voorafgaand aan de vergadering stuurt de regering een geannoteerde agenda naar de Kamercommissie. Hierin vermeldt de regering haar standpunt over het betreffende onderwerp.3 Achteraf stuurt de regering een verslag van de Raad aan de Kamercommissie en deze wordt vervolgens geagendeerd voor het volgende algemeen overleg. De Europese Raad wordt niet in commissieverband maar in de plenaire vergadering voor besproken in de Tweede Kamer.4 Er vindt geen standaard terugblikdebat plaats na afloop van de Europese Raad. Desgewenst kunnen Kamerleden een plenair debat na de Europese Raad aanvragen.5 De informele overleggen in het kader van de Eurogroep worden meegenomen bij het overleg over de Ecofin Raad.
Ook de Eerste Kamer ontvangt de geannoteerde agenda’s en het verslag na afloop van de Raad. Deze maken echter geen deel uit van de beraadslagingen in de Kamercommissies. Er vindt in de Eerste Kamer ook geen plenair debat plaats over de Europese Raad. Hoewel de Eerste Kamer beschikt over dezelfde controle-instrumenten als de Tweede Kamer, maakt de Eerste Kamer minder gebruik van deze bevoegdheden en stelt zich terughoudend op.6 Dit laat onverlet dat de Eerste Kamer de regering of de betreffende minister wel kan vragen om een bepaald standpunt in de Raad in te nemen7 of de regering vragen te stellen voorafgaand en na afloop van de Raadsvergadering over de agendapunten. Overleg tussen de regering en de Kamercommissie vindt in de regel schriftelijk plaats.8