De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.2.2.4:9.2.2.4 Praktijkhandboek schikken
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.2.2.4
9.2.2.4 Praktijkhandboek schikken
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS370254:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: www.pon.harvard.edu/imp.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gottwald en Treuer (2005), beiden als rechters bij respectievelijk het Oberlandesgericht Celle en het Oberlandesgericht Stuttgart, hebben op basis van hun jarenlange ervaring bij seminars, cursussen en hun eigen zittingen een praktijkhandboek geschreven voor het beproeven van een schikking Zij beschrijven vijf grondregels en goede praktijken voor het beproeven van een schikking en de voorbereiding daarvan:
structuur aanbrengen;
scheid problemen en mensen;
opsporen van winstmogelijkheden voor partijen;
volgende stap in de procedure voor ogen hebben;
goede informatie inwinnen bij partijen (en informatie checken bij partijen). Bij het formuleren van deze grondregels hebben zij zich duidelijk laten inspireren door de uitgangspunten van integratief onderhandelen (Fisher & Ury, 1981).1 De grondregels spreken redelijk voor zich. Meer informatie over het aanbrengen van structuur (eerste grondregel) is opgenomen in box 45.
Box 45: Het aanbrengen van structuur (eerste grondregel)
Het is volgens Gottwald en Treuer (2005) belangrijk om structuur aan te brengen omdat er bij het beproeven van een schikking vaak sprake is van complexe situaties en psychologisch onderzoek heeft uitgewezen dat mensen daarmee moeite hebben, omdat zij maximaal zeven structuurelementen tegelijkertijd kunnen verwerken (Miller, 1956; Wickelgren, 2001). De rechter kan daarom structuur aanbrengen door bijvoorbeeld aan te geven welke onderwerpen (en subonderwerpen) besproken gaan worden, in welke volgorde en hoeveel tijd ieder onderwerp ongeveer in beslag zal nemen. Gottwald en Treuer (2005) adviseren verder om de structuur voorafgaand aan de zitting richting partijen te communiceren en de structuur op papier te zetten, zeker bij complexe zaken.
Gottwald en Treuer (2005) doen vervolgens een aantal voorstellen om de voorbereiding van de zitting te verbeteren, dat onder meer betrekking heeft op een prettige toon van de oproeping en het informeren van partijen over de te bespreken onderwerpen (box 46).
Box 46: Voorstellen voor verbetering van de voorbereiding van Gottwald en Treuer (2005)
De auteurs wijzen op het belang van de toon van de oproeping. Een beleefde, vriendelijke toon in de communicatie naar de deelnemers is volgens hen te verkiezen boven de meer gebiedende toon die vaak in oproepingen gebruikt wordt en die voor juristen inmiddels heel normaal is (`stukken dienen twee weken voor de zitting te worden ingediend’). Deze laatste manier van communiceren is volgens hen ook in strijd met wat mag worden verwacht van partijen op de zitting: een cooperatieve opstelling ter zitting om samen met de ander de schikkingsmogelijkheden te onderzoeken.
Ook wijzen Gottwald en Treuer (2005) erop, dat het belangrijk is partijen voorafgaand aan de zitting te laten weten waarover de rechter nog informatie wil hebben (vijfde grondregel). Zo komen zij goed voorbereid naar de zitting.
%wr%
Vervolgens doen de auteurs aanbevelingen voor het beproeven van een schikking. Zij onderscheiden vijf fasen bij het beproeven van een schikking•
voordracht van partijen over de feiten, stellingen en weren;
verhelderen van de feitelijke en juridische aspecten van de zaak met partijen;
schikkingsvoorstel van de rechter;
bespreken van het schikkingsvoorstel van de rechter door partijen;
vastleggen van de schikkingsovereenkomst als partijen het eens zijn.
Deze vijf fasen spreken redelijk voor zich, behalve fase drie omdat een schikkingsvoorstel van de rechter in Nederland sporadisch wel voorkomt, maar geen gebruikelijk onderdeel is van de zitting. Hoe dit volgens Gottwalt en Treuer (2005) het beste in zijn werk kan gaan, is opgenomen in box 47.
Box 47: De beste werkwijze bij een schikkingsvoorstel door de rechter volgens Gottwalt en Treuer (2005)
Nadat de rechter met partijen de feitelijke en juridische aspecten van de zaak verhelderd heeft, sluit hij de tweede fase af met de vraag ‘Zou het zin hebben als ik u een schikkingsvoorstel deed?’. Deze vraag is volgens hen belangrijk om drie redenen:
1. het bespaart tijd;
2. partijen vertellen dan vaak uit zichzelf of er al eerder onderhandelingen zijn gevoerd en de rechter kan dan vragen waarom die geen resultaat hadden;
3. partijen die ‘ja’ antwoorden op deze vraag zullen minder snel een voorstel van de rechter afwijzen.
Als één of beide partijen de vraag ontkennend beantwoorden, dringt de rechter verder niet aan. Hij respecteert deze keuze. Als beide partijen de vraag bevestigend beantwoorden, last de rechter een korte pauze in. Een pauze inlassen is verstandig omdat:
- het voor alle aanwezigen moeilijk is lang achter elkaar geconcentreerd te blijven;
- nieuwe informatie tijdens de pauze verwerkt kan worden;
- iedereen kan afkoelen.
Vervolgens begint de derde fase. Als de rechter een schikkingsvoorstel doet, is het van essentieel belang dat hij daarbij een goede motivering geeft. Zo worden dwangschikkingen voorkomen. Bij de motivering geeft de rechter aan:
- wat zijn voorlopige visie op de zaak is, maar dat de rechter in hoger beroep daar mogelijk anders over denkt;
- wat zijn voorlopig oordeel over de verdeling van de bewijslast is;
- in hoeverre hij rekening heeft gehouden met de behoefte van de schuldeiser en het prestatievermogen van de schuldenaar, wat niet wil zeggen dat hij eerder een schikkingsvoorstel in het nadeel van de schuldeiser zou moeten doen.
Verder is het belangrijk dat de rechter één volledig schikkingsvoorstel doet, waarin alle nevenvorderingen en kosten zijn meegenomen. Het voorstel moet in begrijpelijke taal gecommuniceerd worden. Als de rechter zijn schikkingsvoorstel heeft gemotiveerd, vraagt hij of het zin heeft dat partijen zijn voorstel samen bespreken. Stemmen partijen daarmee in, dan last de rechter met dat doel een tweede pauze in en vangt de vierde fase aan.