Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.3.2.1
6.3.2.1 Huidige kenmerken
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398755:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien de Duitse verliesverrekeningsterminologie bij mij in het begin wat vragen opriepen zal ik hier kort nader op ingaan. De term “Verlustausgleich” – waar ik in dit hoofdstuk niet expliciet op inga - wordt gebruikt bij het binnen het jaar kunnen verrekenen van verliezen binnen dezelfde bron (“horizontaler Verlustausgleich”) en over alle bronnen van inkomen (“vertikaler Verlustausgleich”). De term “Verlustabzug” wordt gebruikt bij het kunnen verrekenen van verliezen over verschillende jaren, waarbij de term “Verlustrücktrag” achterwaartse verliesverrekening betekent en “Verlustvortrag” voorwaartse verliesverrekening.
In Duitsland staan de bepalingen omtrent de verliesverrekeningtermijnen van lichamen in het Einkommensteuergesetz en in het Gewerbesteuergesetz.1 De huidige Duitse verliesverrekeningstermijnen (§10d EStG en §10a GewStG) behelzen een achterwaartse verliesverrekeningstermijn voor de Körperschaftsteuer van één jaar met een maximumbedrag van € 1 miljoen en voor de Gewerbesteuer geen mogelijkheid tot achterwaartse verliesverrekening. De voorwaartse mogelijkheid tot verliesverrekening is voor zowel de Körperschaftsteuer als de Gewerbesteuer onbeperkt. In principe gaat achterwaartse verliesverrekening vóór voorwaartse verliesverrekening. De belastingplichtige heeft echter een keuze of en voor welk bedrag hij gebruik wil maken van achterwaartse verliesverrekening.
De carry-forward termijn is niet aan een maximum gebonden, maar wordt wel gekenmerkt door een verliesverrekeningstemporisering (Mindestbesteuerung genoemd).
6.3.2.1.1 Mindestbesteuerung