De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/1.5:1.5 Omvang van het onderzoek
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/1.5
1.5 Omvang van het onderzoek
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687109:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
V. Gerlach, ‘De herziening van artikel 27 WOR en het vergeten belang van de ex-werknemer’, TPV 2014/48; V. Gerlach, ‘De bedingen van een ex-werknemer bij overgang van onderneming’, ArbeidsRecht 2017/10; V. Gerlach, ‘Verlies van indexatieperspectief van ex-werknemers na het Euronext-arrest’, ArbeidsRecht 2023/2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De reikwijdte van het onderzoek is afgebakend en dwingt tot het maken van keuzes. Het is onmogelijk om elk praktisch en theoretisch aspect van de postcontractuele rechtsverhouding te behandelen. Buiten de reikwijdte van dit onderzoek vallen daarom bijvoorbeeld de rechten van de ex-werknemer ten opzichte van een nieuwe werkgever die verband houden met de contractuele fase met zijn vorige werkgever, zoals bij overgang van onderneming of opvolgend werkgeverschap. Verder is het niet de opzet om alle in de komende hoofdstukken te bespreken onderwerpen uitputtend te behandelen; de focus zal liggen op de bijzondere aspecten van de rechtsverhouding tussen de ex-werkgever en de ex-werknemer.
Dit onderzoek is niet empirisch omdat ‘de’ ex-werknemer niet bestaat. Iedere ex-werknemer verschilt, iedere (beëindigde) arbeids- of pensioenovereenkomst is anders. Wellicht kan van grotere ex-werkgevers meer worden verwacht, of hebben ruimhartig bezoldigde ex-werknemers minder bescherming nodig. Desondanks wordt de rechtsverhouding van alle soorten ex-werknemers door hetzelfde recht beheerst. Empirisch onderzoek zou interessant zijn, maar valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek.
Meerdere onderwerpen die in de volgende hoofdstukken aan de orde komen zouden een mooi doel voor rechtsvergelijking met het buitenland kunnen zijn. Ik koos er desondanks voor dit niet te doen, omdat ik van mening ben dat rechtsvergelijking met losse onderwerpen niet veel toegevoegde waarde heeft. Een rechtsvergelijking over de volle breedte van de postcontractuele rechtsverhouding zou die toegevoegde waarde wel kunnen hebben, maar dit zou een dermate grote omvang hebben dat naar mijn mening hier beter zelfstandig onderzoek naar kan worden gedaan. Een enkele keer maak ik op het voorgaande een korte uitzondering, zoals bij overgang van onderneming.
In plaats van externe rechtsvergelijking heb ik getracht zoveel mogelijk intern te kijken naar andere rechtsgebieden en naar relevant EU-recht. Zo zal op nationaal gebied het socialezekerheidsrecht aan de orde komen voor de onderwerpen suppletie en eigenrisicodragerschap, het ondernemingsrecht voor bijvoorbeeld fusie en besluitvorming en het algemeen vermogensrecht bij een veelheid aan onderwerpen. Wat betreft EU-recht zal ik onder meer het privacyrecht voor de verwerking van persoonsgegevens behandelen en regelgeving in de financiële sector voor beloningen.
Een aantal subonderdelen verscheen gedurende het schrijven van dit proefschrift al in bewerkte vorm in tijdschriftartikelen.1