Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.3.3:4.3.3 Conclusie
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.3.3
4.3.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291177:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat de negatieve definitie van het (unie)begrip ‘dienst’ alle handelingen – een doen, nalaten of dulden – omvat waarbij sprake is van verbruik en die op grond van art. 14 Btw-richtlijn niet kwalificeren als de levering van een goed. Deze ruime definitie voorkomt dat handelingen van belastingplichtigen die verbruikt worden buiten de reikwijdte van de btw vallen. In het licht van het beginsel van algemene heffing en het rechtskarakter van de btw is deze definitie van het uniebegrip wenselijk. Dat sprake is van een unierechtelijke invulling van het begrip is vanuit het oogpunt van de interneutraliteit een goede zaak, aangezien hierdoor wordt voorkomen dat het van lidstaat tot lidstaat verschilt wanneer een vastgoedtransactie als een dienst wordt aangemerkt.