Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.3.3.0:Inleiding
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.3.3.0
Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS493950:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
PG Boek 6, p. 831.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer bestaat een voldoende verband tussen de verrijking en de verarming? In de vorige subparagraaf bleek dat het enkele feit dat een verrijkingsschuldenaar is verrijkt en een verrijkingsschuldeiser is verarmd niet voldoende is. Verrijking, schade en verarming in de zin van artikel 6:212 zijn begrippen die betrekking hebben op een bepaald soort verrijking en verarming.
In de parlementaire geschiedenis is echter opgemerkt dat het aan de rechtspraak en wetenschap is overgelaten om criteria voor het verband tussen de verrijking en de verarming te ontwikkelen.1 In deze subparagraaf onderzoek ik dit verband.
In de literatuur zijn twee belangrijke opvattingen over dit verband naar voren gebracht: van een verrijking ten koste van een ander in de zin van artikel 6:212 is sprake (i) bij vermogensverschuivingen; en (ii) bij onoorbaar handelen. Hieronder worden deze twee opvatting besproken (par. 4.3.3.1). Vervolgens bespreek ik de opvatting van enkele Engelse schrijvers (par. 4.3.3.2) en ten slotte geef ik mijn eigen opvatting (par. 4.3.3.3 en 4.3.3.4). Ik rond af met een conclusie (par. 4.3.4).