Vertrouwen voorop
Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/4.4:4.4 Conclusie
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/4.4
4.4 Conclusie
Documentgegevens:
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS612271:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De geschiedenis van de totstandkoming van kwaliteitsbevorderende wetgeving voor de Nederlandse accountantsorganisaties start bij het ontstaan van het accountantsberoep in Nederland. Als gevolg van schandalen en economische groei ontstond er de maatschappelijke behoefte aan accountants. Onafhankelijke deskundige vrije beroepsbeoefenaars die naast boekhoudkundige en administratieve werkzaamheden ook commissarissen van vennootschappen konden ondersteunen bij de controle van de financiële verslaggeving. Het accountantsberoep heeft zich in enkele decennia ontwikkeld van beroep tot een professie. De professie werd wettelijk verankerd in de WRA. Verdergaande economische groei en internationalisering droegen bij aan een toename van de omvang en complexiteit van de werkzaamheden die accountants verrichtten. Hierdoor ontwikkelden zich steeds grotere samenwerkingsverbanden van accountants. Tevens stond de wetgever toe dat accountants in de uitoefening van hun beroep zowel van de personenvennootschap als van de vennootschap met rechtspersoonlijkheid gebruik mochten maken. Deze ontwikkelingen hadden tot gevolg dat – nadat met de totstandkoming van de WRA de contouren van de accountantsprofessie zichtbaar waren gemaakt – verdere ontwikkeling van wetgeving zich steeds meer richtte op de vormgeving van de kaders waarbinnen de accountant de controle verricht.
Zowel bij de totstandkoming van wetgeving voor de accountant als voor de accountantsorganisatie werd – en wordt – het borgen van de controlekwaliteit om het publiek tegen misstanden te beschermen als uitgangspunt genomen. Gerechtvaardigd vertrouwen in de accountant en de door hem uitgevoerde werkzaamheden is immers een bestaansvoorwaarde voor het beroep. Door de jaren heen zorgden schandalen en daarop volgende maatschappelijke onrust er telkens voor dat wetgeving voor het accountantsberoep onder de politieke aandacht werd gebracht. Het is dan ook niet verrassend dat bij de ontwikkeling van de wetgeving voor accountants de beroepsgroep zelf een belangrijke, initiërende rol speelde waarbij het niet ondenkbaar is dat de actieve betrokkenheid van de beroepsgroep naast ideële doelstellingen ook door economische of commerciële motieven gevoed werd. Bij de ontwikkeling van wetgeving die van toepassing is op de accountantsorganisatie werd de invloed van accountantsberoepsgroep door de jaren heen beduidend kleiner. Van een sturende heeft de beroepsgroep een meer volgende rol op zich genomen. De 53 maatregelen die het beroep in 2014, in navolging van de politieke vraag opstelde, en waarmee beoogd werd wetgeving te voorkomen, vormen hier een voorbeeld van. De accountant zou zich bij toekomstige ontwikkeling van wetgeving (weer) krachtiger mogen opstellen. Naast politieke reacties op en sturing naar aanleiding van incidenten in de financiële markt hebben ook de onderzoeksresultaten en aanbevelingen van de toezichthouder en de doorwerking van internationale en Europese wetgevingsinitiatieven in de Nederlandse rechtsorde gezorgd voor het snelle ontstaan van wetgeving waarmee beoogd werd de kwaliteit van de accountantsorganisatie te bevorderen.
Met de kennis van de ontwikkeling en totstandkoming van de kwaliteitsbevorderende wetgeving voor accountants en accountantsorganisaties duid en beoordeel ik in de navolgende hoofdstukken de doeltreffend- en doelmatigheid van enkele van deze maatregelen.