Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.2.7
9.4.2.7 Opvragen van bescheiden bij derden
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581148:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Ekelmans 2007, p. 23. Vgl. HR 25 november 2005, RvdW 2005, 133(Pessers/Lycos). In Pessers/ Lycos werd de provider verplicht om de gegevens van een eigenaar van een website te verstrekken. De vraag of de provider zelf onrechtmatig had gehandeld werd niet relevant gevonden.
Asser, Groen & Vranken 2006, p. 71.
HR 11 maart 1994, NJ 1995, 3(Killbarr/Holland en Teeuwen); HR 18 februari 2000, NJ 2001, 259(News International/ABN AMRO). Zie uitgebreider over deze kwestie ook Ekelmans 2007, p. 21 e.v. Zie voor lagere rechtspraak bijvoorbeeld Hof 's-Hertogenbosch 27 maart 2003, IBPr 2003, 63 (Van de Beukel c.s.Nan Gool c.s.); Rb. Amsterdam 31 augustus 2004, KG 04/1539. Voor een ruimere benadering waarbij bescheiden wel van een derden kunnen worden opgevraagd, kan verwezen worden naar Rb. 's-Gravenhage 19 april 2006, HA ZA 04-1675.
Zie in deze zin ook Ekelmans 2007, p. 23.
Ekelmans 2007, p. 23.
In artikel 843a Rv staat dat een verzoek bescheiden moet betreffen aangaande een rechtsbetrekking waarin de aanvrager partij is. Dit leidt mijns inziens tot de conclusie dat bescheiden ook kunnen worden opgevraagd van een derde die geen partij bij het geschil is. Vergelijk de mogelijkheid van een verzoek aan een derde om als getuige op te treden. Ekelmans wijst daarnaast nog op het feit dat een derde onder omstandigheden ook verplicht is informatie te verschaffen aan een partij bij een mogelijk geschil zonder dat die derde zelf een norm heeft geschonden.1 Ook het eindrapport fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht bepleit de mogelijkheid om bij derden bescheiden op te vragen.2 De Hoge Raad heeft de vraag of bescheiden kunnen worden opgevraagd die zich onder een derde bevinden tot nu toe echter ontkennend beantwoord.3 Dat is jammer en niet noodzakelijk, nu de eventuele angst voor misbruik overbodig is. De toets van enerzijds een rechtmatig belang en anderzijds gewichtige redenen die aan de verstrekking in de weg staan, biedt voldoende tegenwicht.4 Om mogelijke bezwaren weg te nemen, stelt Ekelmans de mogelijkheid voor om van een derde slechts inzage te kunnen vragen indien een verzoek aan de beoogde wederpartij te bezwaarlijk of onmogelijk is.5 Een dergelijke constructie beperkt de overlast voor derden zoveel mogelijk, terwijl het niet onmogelijk wordt om bescheiden bij derden op te vragen.