Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/1.4
1.4 Gebroken verantwoordelijkheid
mr. dr. L. van den Berge, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. L. van den Berge
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij de in het gasgebouw verenigde partijen (de publieke niet minder dan de private) wordt genadeloos blootgelegd in Onderzoeksraad voor de Veiligheid, Aardbevingsrisico’ s in Groningen, Den Haag 2015 (beschikbaar via www.onderzoeksraad.nl), hoofdstuk 3. Zie verder ook Van den Berge 2018c, met verdere verwijzingen.
Zie verder o.a. H. Winter & M. Wever, De governance van de afhandeling van mijnbouwschade, Groningen: RUG 2016, beschikbaar via www.provinciegroningen.nl; J. Stoker e.a., Dialoogtafel: woorden én daden, Groningen: RUG 2015, beschikbaar via www.rug.nl.
Zie o.a. J. van de Bunt & M. Tjepkema, ‘Een nieuw schadeprotocol voor de mijnbouwschade in Groningen’, NJB 2018/587, met verdere verwijzingen.
Een derde uitdaging waarmee de netwerksamenleving het bestuursrecht confronteert is het probleem van de gebroken verantwoordelijkheid. Publieke verantwoordelijkheden raken maar al te vaak zoek in de talrijke structuren van ‘multilevel governance’ en publiek-private samenwerking waarbinnen publieke machtsuitoefening vandaag de dag veelal is ingebed.
De situatie rondom de Groninger gaswinning biedt daarvan een uitstekend voorbeeld. Na de vondst van de Groninger gasbel vertrouwde de overheid de regie over de winning ervan al snel toe aan een onontwarbare kluwen van publieke en private actoren die bekendheid heeft verworven als het Groninger gasgebouw, dat valt te beschouwen als een vroege manifestatie van publiek-privaat netwerkbestuur zoals dat in de jaren tachtig en negentig zou uitgroeien tot dominante bestuursvorm. Aanvankelijk leek het Gasgebouw een ‘win-win-situatie’; de private partijen verdienden een hoop geld en de staat profiteerde mee door een groot deel van de winst op te strijken. Maar uiteindelijk bleek dat de gaswinning ook verliezers kent. Terwijl de boerderijen en woningen op hun grondvesten schudden, bleven de ‘partners’ in het Gasgebouw aanvankelijk alle even bewegingsloos zitten, afwachtend totdat een ander zijn verantwoordelijkheid zou nemen.1
Ook bij de afhandeling van de schade stonden de in het Gasgebouw verenigde partijen niet direct vooraan om hun verantwoordelijkheid te nemen. De staat verwees gedupeerden tot voor kort naar de NAM als enige juridisch aanspreekbare partij en kwam zelf niet verder dan het instellen van een ‘coördinator’ en een ‘dialoogtafel’ als constructies die elke publieke eindverantwoordelijkheid voor de ontstane situatie reeds door zo te heten uit de weg gaan.2 En dat terwijl het toch weinig twijfel lijdt dat de bescherming van lijf en goed van de Groningers een publieke verantwoordelijkheid is die de overheid op geen enkele wijze van zich zou moeten kunnen vervreemden – zeker niet wanneer het de overheid zelf is die vergunningen uitdeelt, convenanten sluit en uiteindelijk het merendeel van de winst opstrijkt. Pas na aanhoudende maatschappelijke en politieke druk stelde de regering onlangs een onafhankelijk opererend bestuursorgaan in waarbij gedupeerden met hun schadeverzoeken rechtstreeks terecht kunnen en tegen wiens beslissingen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter openstaat.3