Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/68:68 Uitwerking wederzijds vertrouwen
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/68
68 Uitwerking wederzijds vertrouwen
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505231:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Uitgebreid over de afschaffing van exequatur P.F. Schlosser, ‘The Abolition of Exequatur Proceedings – Including Public Policy Review?’, IPRax 2010, p. 101-104.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat wordt precies verstaan onder wederzijds vertrouwen? En op welke plekken in de EEX-Verordening II komt het wederzijds vertrouwen tot uitdrukking?
De staten die in 1968 het EEX-Verdrag sloten spraken bij de ondertekening af dat in hun onderlinge betrekkingen een verdergaande vorm van vertrouwen een rol spelen dan de bestaande bilaterale Executieverdragen. Niet alleen zou sprake zijn van een verbod van révision au fond (geen toetsing van de juistheid van de in den vreemde gegeven beslissing) maar ook een onderzoek naar de bevoegdheid van de buitenlandse EEX-rechter zou uit den boze zijn (art. 28 EEX-Verdrag). Dit impliceert een vorm van vertrouwen in elkaars rechterlijke instanties. Uiteraard impliceert iedere vorm van wederzijdse samenwerking – in feite iedere overeenkomst – een wederzijds vertrouwen. Er zijn echter wel gradaties aan te geven hoever het wederzijds vertrouwen gaat. Een bilateraal executieverdrag met een verbod van révision au fond impliceert een vorm van vertrouwen van de verdragsluitende partijen in elkaar. Dit gaat echter een stap verder op het moment dat daaraan ook een verbod op bevoegdheidstoetsing wordt toegevoegd en weer een stap verder als zelfs het verlof tot tenuitvoerlegging (exequatur) in de aangezochte staat niet meer behoeft te worden verkregen en de beslissing volledig vrij kan reizen. In zoverre is een lijn te trekken van de bilaterale executieverdragen die slechts een verbod van révision au fond kenden, naar het EEX-Verdrag met een verbod op toetsing van de bevoegdheid, vervolgens naar de EEX-Verordening met een verdere beperking van de weigeringsgronden voor erkenning, naar uiteindelijk afschaffing van het exequatur in de EU onder de EEX-Vo II.1