Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/I.2.2:I.2.2 Methode
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/I.2.2
I.2.2 Methode
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178887:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over deze gebreken Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/7-15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verschillende hoofdstukken zetten het geldende recht uiteen, om vervolgens te bezien hoe het recht zou moeten luiden. Meer concreet laat het geldende recht zich kennen door het bestuderen van de wet, de wetsgeschiedenis, de jurisprudentie van met name de Hoge Raad, de handboeken en de commentaren. Vooral aan de eerste drie bronnen komt mijns inziens groot gewicht toe, maar hoe ze zich precies tot elkaar verhouden valt niet te zeggen, laat staan wanneer exact van geldend recht sprake is. Tenslotte heeft de sprong van Scholten iets mystieks, is rechtsvinding een ongrijpbaar proces en weet niemand waar precies de olifantenpaden lopen. Ik erken deze beperkingen. Aan dit proefschrift kleven in zoverre dezelfde gebreken als aan veel andere klassiek-dogmatische werken.1 Bovendien draagt aan het wetenschappelijk karakter misschien niet bij dat het schort aan een sturende, overkoepelende onderzoeksvraag, en dat een toetsbare hypothese ontbreekt. Hier staat echter tegenover dat de afzonderlijke hoofdstukken vertrekken vanuit een expliciete probleem- en vraagstelling. De afwezigheid van een dwingend onderzoekskader laat het toe scherpere vragen te stellen.
Ook wat het wenselijk recht betreft laat de precieze methode zich niet scherp omschrijven. Welke ‘problemen’ er zijn en wat ‘beter’ is, ligt voor elk onderwerp en dus voor elk hoofdstuk anders. In het algemeen moet het systeemdenken het uitgangspunt zijn. Zoveel mogelijk is gekozen voor oplossingen die aansluiten bij het bestaande systeem, voorstellen voor wenselijk recht die uit dat systeem volgen, dat systeem verfijnen of aanvullen. Tenslotte moet het rechtspersonenrecht – als uitgangspunt – een eenheid vormen met het burgerlijke recht, met name met het vermogensrecht van Boek 3 BW. Naast systeemgerichtheid en dogmatische zuiverheid weegt praktische hanteerbaarheid zwaar. Oplossingen moeten de praktijk ten dienste staan. Ze moeten aansluiten bij de werkelijkheid waarin de betrokkenen in een rechtspersoon, praktijkjuristen en de rechter leven. Ondernemingsrecht moet faciliteren. Ik geef direct toe dat deze gezichtspunten maar weinig houvast bieden. Soms spreken ze elkaar zelfs tegen. Aan het einde gaat het om argumenteren en overtuigen.