Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.6
1.6. Afbakening
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578724:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een studie naar de plaats van de nationale rechter binnen het rechtsstelsel van de EG in het kader van de regels betreffende het vrij verkeer van goederen de dissertatie van Jarvis: Jarvis 1998.
Adriaanse 2006. Zie over de verhouding tussen de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht en de privaatrechtelijke handhaving van het Europese staatssteunrecht ook mijn bespreking van het proefschrift van Paul Adriaanse; Zippro 2007a, p. 2-4. Het proefschrift is tevens besproken door M.R. Mok, SEW 2006, p. 448 e.v.; B. de Bruijne, M&M 2006, p. 130-132 en F.O.W. Vogelaar, RM Themis 2007, p. 266-269.
Pijnacker Hordijk 1987, p. 484-504; VerLoren van Themaat 1996, p. 156-171. In andere lidstaten van de EU bestaan vaak vergelijkbare rechtspraakoverzichten. Zie bijvoorbeeld voor wat betreft de rechtspraak van de nationale rechter in mededingingszaken in het Verenigd Koninkrijk over de periode tot 2004 het driedelige overzichtsartikel van Rodger: Rodger 2006, p. 241-248, p. 279-292, p. 341-350. Zie ook Whish 1994, p. 60-67.
Zie Leeflang 2000. Deze studie heeft alleen een vervolg gekregen voor wat betreft de uitspraken van de Nederlandse bestuursrechter in de periode 2000-2004. Zie Leeflang, Gerbrandy & Pietermaat 2005.
Haak & VerLoren van Themaat 2005.
http:/ /ec.europa.eu/competition/elojade/antitrust/naftonakourts/.
Het onderzoek in dit boek beoogt een bijdrage te kunnen leveren aan het in kaart brengen en oplossen van de problemen waarmee procespartijen, de burgerlijke rechter en de arbiter geconfronteerd worden bij de privaatrechtelijke handhaving van het Europees en Nederlands mededingingsrecht. Het onderzoek ligt op het snijvlak van het Europees en Nederlands mededingingsrecht enerzijds en het burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht anderzijds.
Het object van studie betreft de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Er is dan ook geen verdiepend onderzoek verricht naar het materieel Europees en Nederlands mededingingsrecht of de publiekrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Alvorens onderzoek te kunnen doen naar de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht is het wel noodzakelijk om enige aandacht te besteden aan de bestuursrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht en de doelstellingen en inhoud van het mededingingsrecht (zie reeds § 1.1.5.2). In hoofdstuk 2 wordt aandacht besteed aan de doelstellingen en inhoud van het mededingingsrecht. Aangezien mededingingsrecht voor een belangrijk deel publiekrechtelijk wordt gehandhaafd, wordt in hoofdstuk 3 enige aandacht besteed aan de publiekrechtelijke handhaving. De publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht zal, op deze relatief korte uiteenzetting in hoofdstuk 3 na, niet onderzocht worden tenzij bepaalde aspecten daarvan van invloed zijn of kunnen zijn op de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht.
De gekozen aanpak brengt met zich mee dat de bespreking van de publiekrechtelijke handhaving van mededingingsrecht mogelijk tekort doet aan alle juridische aspecten en nuances op dit gebied. Hetzelfde geldt voor de bespreking van de doelstellingen en inhoud van het mededingingsrecht in hoofdstuk 2. Dit is om praktische redenen onvermijdelijk, aangezien het hoofddoel van de studie ligt op het terrein van de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht en niet op dat van de materiële inhoud van het mededingingsrecht of de publiekrechtelijke handhaving van mededingingsrecht.
De privaatrechtelijke handhaving van het Europees recht in het algemeen zal niet worden onderzocht. Zo wordt geen aandacht besteed aan de regelgeving inzake de vier vrijheden (vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal), alsmede andere vragen van Europees recht die buiten het mededingingsrecht vallen.1 Het onderzoek richt zich op de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht in enge zin, namelijk de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag en de hiermee corresponderende artikelen 6 en 24 van de Nederlandse Mededingingswet. Tevens wordt in hoofdstuk 5 enige aandacht besteed aan de rol van de burgerlijke rechter bij het concentratietoezicht. Naast de verhouding tussen het concentratietoezicht en de directe werking van de artikelen 81 EG en 82 EG, komen de civielrechtelijke consequenties van het verbod op een fusie, overname of joint venture aan bod. De in het EG-Verdrag onder de mededingingsregels opgenomen bepalingen inzake staatssteun (de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag) worden niet betrokken in dit onderzoek. Voor de private handhavingsmogelijkheden in situaties van (beweerdelijk) onrechtmatige staatssteun verwijs ik naar het proefschrift van Adriaanse.2
De in dit boek gekozen aanpak brengt met zich mee dat de lezer geen uitputtende bespreking zal vinden van alle rechtspraak betreffende de toepassing door de Nederlandse burgerlijke rechter van het materiële mededingingsrecht. Voor een dergelijk overzicht betreffende de toepassing van het materiële mededingingsrecht door de Nederlandse burgerlijke rechter verwijs ik naar de jaarlijks verschijnende rechtspraakoverzichten in de juridische literatuur. Overzichten betreffende de rechtspraak van de burgerlijke rechter met betrekking tot het mededingingsrecht zijn vanaf 1999 jaarlijks te vinden in het tijdschrift Markt & Mededinging. De periode voor 1999 is overzichtelijk in kaart gebracht door Pijnacker Hordijk (van 1974 tot april 1987) en VerLoren van Themaat (van 1987 tot juli 1995).3 Voor wat betreft de toepassing van de Mededingingswet door de Nederlandse burgerlijke rechter en bestuursrechter in 1998 en 1999 geeft de studie van Leeflang een interessant overzicht.4 De rechtspraak van de burgerlijke rechter met betrekking tot het mededingingsrecht over de periode 2003-2005 is besproken door Haak & VerLoren van Themaat.5 Zie voor een overzicht van de toepassing van het Europees mededingingsrecht (de artikelen 81 en 82 EG) door de nationale rechters in de EU de website van de Europese Commissie.6