Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/9.6:9.6 Conclusie
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/9.6
9.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248453:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Breda Begroot is van alle initiatieven die in dit onderzoek behandeld worden misschien wel het minst stellig gepresenteerd als een fundamentele wijziging van de gemeentelijke democratie. Het was eerst en vooral bedoeld als een concrete manier om burgers meer invloed te geven over de inrichting van hun directe leefomgeving. Aan de kant van de gemeente was er daarnaast de hoop dat participatie van burgers in het begrotingsproces tot meer begrip bij hen zou leiden voor het moeilijke werk dat de raad en het college moeten verrichten. Ondanks deze praktische motieven vertoont het besluitvormingsproces van Breda Begroot wel degelijk overwegend kenmerken van een ander democratiemodel dan dat van de geïnstitutionaliseerde gemeentelijke democratie, namelijk het participatieve democratiemodel. De belangrijkste argumenten voor deze conclusie zijn dat er (1) sprake is van een integratief besluitvormingsproces; en (2) dat in beginsel iedere burger daaraan kon participeren. Het begrotingsspel dat in de wijken gespeeld werd, was zo opgezet dat deelnemers met elkaar in gesprek gingen, standpunten en argumenten uitwisselden en tot een eindoordeel kwamen waaraan iedereen had bijgedragen. Daarnaast was er geen limiet gesteld op het aantal deelnemers zoals dat wel het geval was bij de overige in dit onderzoek behandelde initiatieven. Iedere wijkbewoner kon daardoor in beginsel aan het besluitvormingsproces meedoen. Verder was het de bedoeling dat deelnemers zelf met middelen zouden schuiven zonder tussenkomst van vertegenwoordigers. Uit het voorgaande blijkt immers dat de raad geacht werd de voorstellen die uit een begrotingssessie naar voren kwamen en waarvoor een wijziging van de begroting nodig was, zonder verdere overweging in de begroting tot uitdrukking te laten komen. Dit alles betekent dat Breda Begroot een initiatief is dat goed past in het model van de participatiedemocratie.
Het innovatieve van Breda Begroot schuilt verder ook in het onderwerp van het initiatief. Bij het opstellen van beleid over bijvoorbeeld verduurzaming van de stad, daklozenopvang of integratie van mensen met een niet-Westerse achtergrond is het gebruikelijk dat maatschappelijke organisaties en individuen betrokken worden bij de besluitvorming. Het inrichten van de begroting en de verdeling van publieke middelen over beleid is daarentegen doorgaans alleen een zaak van de raad en het college. Door te proberen burgers direct invloed te geven op de verdeling van schaarse middelen, wijkt de gemeente Breda behoorlijk af van de traditionele gang van zaken. Tot op heden blijkt het in de praktijk lastig om burgers daadwerkelijk in staat te stellen om zelf te begroten in de zin dat er met middelen tussen posten op de begroting wordt geschoven. Dit komt voornamelijk doordat de financiële stromen in de wijken van Breda niet inzichtelijk zijn, waardoor het gemeentebestuur niet precies kan aangeven welke middelen herverdeeld kunnen worden. Het college heeft echter meerdere keren aangegeven dit probleem op te willen lossen. Ook de raad wilde eind 2017 het probleem de wereld uit hebben, getuige de aangenomen motie van 9 november 2017, waarin werd opgeroepen te onderzoeken hoe de begroting kon worden geflexibiliseerd om meer ruimte aan wijkbegrotingen te geven. Aangezien de coalitiepartijen in de nieuwe raadsperiode 2018-2022 Breda Begroot willen voortzetten, is er geen reden om aan te nemen dat de raad er ondertussen anders over denkt. Stel dat het college het dan voor elkaar krijgt om duidelijkheid te verschaffen over de financiële stromen in de wijken, dan is het grootste (praktische) probleem verdwenen dat voorkomt dat er op dit moment daadwerkelijk door burgers met middelen op de begroting kan worden geschoven. Een antwoord op de juridische vraag welke ruimte het wettelijk kader biedt aan initiatieven als Breda Begroot om mee te beslissen over de verdeling van publieke middelen over gemeentelijk beleid wordt daardoor des te belangrijker. In het volgende hoofdstuk wordt daarom onderzocht welke verplichtingen gelden met betrekking tot de vaststelling van de begroting, wat de budgetterende functie voor de positie van de raad betekent en welke rol het college vervult bij het opstellen en uitvoeren van de begroting.