Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/2.10.2:2.10.2 Hoe meer doeleinden hoe complexer
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/2.10.2
2.10.2 Hoe meer doeleinden hoe complexer
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS620280:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie EHRM 1 juni 2010, NJ 2010/628 m.nt. Buruma (Gäfgen v. Duitsland), rov. 175 en 178.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zittingsrechter zal steeds moeten waarborgen dat de verdachte een eerlijk proces krijgt in de zin van art. 6 EVRM. Daarop moet de vormgeving van de taak van de zittingsrechter zijn toegesneden. Voor het overige geldt bij de vormgeving van die taak heel in het algemeen dat hoe meer andere doeleinden binnen het strafproces worden nagestreefd, hoe complexer het reageren op vormverzuimen wordt, hoe meer de rechter en andere procesdeelnemers worden afgeleid van de kern van het strafproces en hoe tijdrovender dat proces wordt. Dat zijn op zichzelf nadelen, maar voor de aanvaarding daarvan kunnen goede redenen bestaan. De meervoudige doelstelling van het reageren op vormfouten kan in concrete gevallen tot complexe belangenafwegingen leiden, vooral omdat tegenover de aan de voormelde doeleinden (eerlijk proces, normconformiteit in het voorbereidend onderzoek en compensatie van de verdachte) gelieerde belangen steeds het belang staat van alle leden van de samenleving – onder wie in het bijzonder de slachtoffers van strafbare feiten – bij effectieve vervolging en bestraffing van de daders. Het EHRM schetste niet zo lang geleden kernachtig de complexe afweging van belangen waarmee de rechter wordt geconfronteerd wanneer hij moet beslissen over de rechtsgevolgen van bewijsgaring in strijd met art. 3 EVRM:
‘On the one hand, the exclusion of – often reliable and compelling – real evidence at a criminal trial will hamper the effective prosecution and punishment of crime. There is no doubt that the victims of crime and their families as well as the public have an interest in the prosecution and punishment of criminals (…)
On the other hand, a defendant in criminal proceedings has the right to a fair trial, which may be called into question if domestic courts use evidence obtained as a result of the prohibition of inhuman treatment under Article 3 (…) Indeed, there is also a vital public interest in preserving the integrity of the judicial process and thus the values of civilized societies founded upon the rule of law. (…)
The admission of evidence obtained by conduct absolutely prohibited by Article 3 might be an incentive for law-enforcement officers to use such methods notwithstanding such absolute prohibition. The repression of, and the effective protection of individuals from, the use of investigation methods that breach Article 3 may therefore also require, as a rule, the exclusion from use at trial of real evidence which has been obtained as the result as the result of any violation of Article 3.’1
Dat de complexiteit van de rechterlijke taakuitoefening groter wordt als meer doeleinden moeten worden gediend, geldt niet alleen op het niveau van het stelsel van reacties op vormfouten als geheel, maar ook op het niveau van de doeleinden die aan de afzonderlijke mogelijke reacties worden toebedacht. Het nastreven van verschillende doeleinden, zoals compensatie van schade die de verdachte leed en het bevorderen van normconformiteit, door middel van het toepassen van een en dezelfde reactie op een vormverzuim (zoals bewijsuitsluiting) compliceert de beoordeling en maakt de kans op een in alle opzichten bevredigende uitkomst kleiner. De doorslaggevende reden of redenen voor de toepassing van een bepaalde reactie worden dan al snel onduidelijk, hetgeen tot rechtsongelijkheid kan leiden en de overtuigingskracht van de rechterlijke beslissing kan schaden.
Hoe meer verschillende doeleinden worden nagestreefd met reacties op vormfouten en hoe minder wezenlijk de regels zijn die aan controle op vormfouten worden onderworpen, hoe groter de behoefte aan nuancering en differentiatie in aan schendingen van die regels te verbinden rechtsgevolgen. Hoe beperkter het aantal en de soorten doeleinden die met reacties binnen het strafproces worden nagestreefd, en hoe wezenlijker de te controleren regels, hoe beperkter ook het benodigde ‘reactiearsenaal’.
In het verlengde van hetgeen hier is gezegd over de doeleinden van het controleren en reageren op vormfouten, wordt in hoofdstuk 6 nader ingegaan op de door mij voorgestane doel-middel benadering. In de komende hoofdstukken wordt echter eerst aandacht besteed aan de verschillende factoren waarmee bij de uitoefening en vormgeving van de taak van de zittingsrechter op dit terrein rekening moet worden gehouden.