Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.3.2.3:23.3.2.3 Toegang
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.3.2.3
23.3.2.3 Toegang
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS486061:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mandeligheid brengt mede dat iedere mede-eigenaar aan de overige medeeigenaren toegang tot de mandelige zaak moet geven (art. 5:64). In de Toelichting-Meijers wordt opgemerkt:
‘De mandelige zaak kan zo geplaatst zijn, dat iedere mede-eigenaar haar kan bereiken van zijn erf af, zonder dat het nodig is daartoe het erf van een ander te betreden. Maar dit is niet steeds het geval; daarom bepaalt dit artikel dat het aandeel in een mandelige zaak medebrengt het recht om van de andere medeeigenaars te vorderen dat zij toegang tot de zaak verschaffen.’1
In het VV II wordt opgemerkt dat dit artikel ‘wel zeer algemeen (is: JGG) geredigeerd.’2 Ten vervolge daarop wordt in de MvA II geantwoord dat dit artikel ook moet dienen om de mede-eigenaren toegang tot de mandelige zaak te verschaffen ingeval die zaak zich geheel op het erf van een der deelgenoten bevindt.3 Bij de uitoefening van deze bevoegdheid dienen de mede-eigenaren zich te gedragen met inachtneming van redelijkheid en billijkheid.4
Sprekend over een scheidsmuur zou – nu het ‘normale’ gebruik gelokaliseerd is en in het algemeen geen noodzaak meebrengt om gebruik te maken van het erf van de nabuur – deze bevoegdheid kunnen dienen tot inspectie en onderhoud, reiniging en vernieuwing van de muur. Voor al die werkzaamheden is een regeling ex art. 5:64 naar mijn oordeel evenwel niet nodig. Art. 5:56 geeft hier voldoende bevoegdheden aan de naburen over en weer.