Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.1
11.2.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258444:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
S. Rosenow & B.J. O'Shea, A Handbook on the WTO Customs Valuation Agreement, Cambridge: Cambridge University Press 2010, p. 44-45.
Zie onderdeel 1.4 voor een bespreking van de door globalisering geëvolueerde transactiemodellen.
De arresten gewezen door de Canadian International Trade Tribunal, het Federal Court of Australia en de United States Court of International Trade alsmede de beslissingen (HQ-rulings) van de CBP hebben in de Europese Unie geen rechtskracht. De douanewaardebepalingen in Australië, Canada en de Verenigde Staten zijn echter net als de DWU-bepalingen gebaseerd op de CVA. Derhalve kunnen zij wel als ‘inspiratiebron’ worden gebruikt voor de duiding van de DWU-bepalingen.
Vanuit douanerechtelijk perspectief zijn commissies en courtages aan te merken als vergoeding aan een agent voor het faciliteren van het sluiten van het verkoopcontract dat ten grondslag ligt aan de verkoop voor uitvoer op basis waarvan de transactiewaarde wordt vastgesteld. Commissies en courtages kunnen worden onderverdeeld in verkoop- en inkoopcommissie. Verkoopcommissies moeten wel en inkoopcommissies worden niet in aanmerking genomen voor het bepalen van de douanewaarde.1 De ratio achter dit onderscheid is als volgt. Ten eerste wordt aangenomen dat wanneer de koper ‘in-house’ de verkoop voor uitvoer faciliteert, de daarmee gepaard gaande kosten geen onderdeel zullen uitmaken van de prijs die de verkoper aan de koper berekent voor de ingevoerde goederen. Het feit dat de koper een en ander uitbesteedt aan een agent zou derhalve niet tot een andere uitkomst moeten leiden.2 Bij een verkoopcommissie is dit anders omdat de betaling aan de agent een schuld van de verkoper zal kwijten en het in aanmerking nemen van een verkoopcommissie (daarmee) onderwaardering van de ingevoerde goederen voorkomt. Ten tweede creëert het onderscheid in belastbaarheid een gelijk speelveld tussen het midden- en kleinbedrijf enerzijds en grote ondernemingen anderzijds.3 Een grote onderneming zal meer middelen ter beschikking hebben om agentfuncties ‘in-house’ onder te brengen ten opzichte van het midden- en kleinbedrijf. Door inkoopcommissies uit te sluiten van de douanewaarde, wordt de keuze voor de wijze waarop het bedrijf wordt uitgeoefend niet geschaad en blijft de neutraliteit van het systeem ter vaststelling van de douanewaarde gehandhaafd.
Vanwege het verschil in belastbaarheid bestaat er een belang om verkoop- en inkoopcommissie van elkaar te onderscheiden. Dit belang is toegenomen doordat vanwege globalisering distributiemodellen zijn geëvolueerd waarbij bedrijfsprocessen veelal centraal worden aangestuurd. In het bijzonder bij fiscaal operationele modellen belast met in- en verkoopactiviteiten waarbij de verkooptransacties plaatsvinden door tussenkomst van een gecentraliseerde inkoopentiteit bij inkoopactiviteiten of door tussenkomst van een agent/vertegenwoordiger, commissionair, limited risk distributor (LRD) of full-fledged distributor (FFD) wordt dit belang zichtbaar. Ten aanzien van de vergoeding die elk van de hiervoor voornoemde tussenpersonen in rekening brengt, moet worden bepaald of sprake is van een commissie of courtage of dat de tussenpersoon wordt aangemerkt als partij bij het verkoopcontract (onderdeel 11.2.3.3). Indien sprake is van een commissie of courtage, moet voor de belastbaarheid van de vergoeding worden vastgesteld of sprake is van een in- of verkoopcommissie.4 In onderdeel 11.2.5 worden diverse voorbeelden gegeven aan de hand van fiscaal operationele modellen belast met in- en verkoopactiviteiten.
In het navolgende wordt allereerst stilgestaan bij de internationale en Unierechtelijke grondslagen voor het al dan niet in aanmerking nemen van commissies en courtages voor het bepalen van de douanewaarde (onderdeel 11.2.2). Vervolgens wordt in algemene zin ingegaan op de definitie van commissies en courtages (onderdeel 11.2.3) en in het bijzonder het onderscheid tussen inkoop- en verkoopcommissies (onderdeel 11.2.4). Aangezien het in het douanerecht ontbreekt aan een uitgebreide definitie voor (inkoop)commissies en courtages zal jurisprudentie van het Hof van Justitie, het Federal Court of Australia, het Canadian International Trade Tribunal, en de United States Court of International Trade alsmede beslissingen (Headquarter (HQ) rulings) van de U.S. Customs and Border Protection (CBP) in het onderzoek worden betrokken om vast te stellen wanneer in douanerechtelijke zin sprake is van een (inkoop)commissie of courtage.5 Tot slot wordt stilgestaan bij de verschillende typen fiscaal operationele modellen die belast zijn met inkoop- en verkoopactiviteiten waarbij aandacht uitgaat naar de vraag of de berekende vergoedingen als commissie kunnen worden aangemerkt en, zo ja, of in dat geval sprake is van een verkoop- of inkoopcommissie (onderdeel 11.2.5).