Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.2.2:7.2.2 De goederen waarvoor de waarde wordt bepaald
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.2.2
7.2.2 De goederen waarvoor de waarde wordt bepaald
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258468:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met ‘de’ goederen wordt aangeduid dat de waarde moet worden bepaald van de goederen die worden ingevoerd. Dit gegeven is belangrijk, omdat, zoals uiteengezet in onder andere de hoofdstukken 2 en 3, de waarde van de ingevoerde goederen onder andere systemen zoals de BWD werd bepaald aan de hand van bijvoorbeeld de normale waarde van identieke of soortgelijke goederen. Onder de CVA is echter bedoeld dat de waarde van de ingevoerde goederen wordt bepaald. De omstandigheden waaronder de goederen die daadwerkelijk worden ingevoerd zijn derhalve leidend.1 Dat brengt bijvoorbeeld met zich dat in het geval van een minderbevinding, alleen de werkelijk betaalde of te betalen prijs die is betaald voor de goederen die wel in het douanegebied van de Europese Unie zijn ingevoerd in aanmerking genomen moet worden voor het vaststellen van de douanewaarde.
Met ‘goederen’ wordt aangeduid dat de douanewaarde wordt bepaald ten aanzien van stoffelijke goederen of ook wel materiële zaken. Dit zijn goederen die ingedeeld zijn in de GN. Onstoffelijke goederen c.q. immateriële zaken zijn niet in de GN ingedeeld en worden zodoende in beginsel niet in de heffing van invoerrechten betrokken. Als zodanig vinden de douanewaardebepalingen geen toepassing op ‘ingevoerde’ onstoffelijke goederen zoals gedachten, ideeën, rechten of dienstverrichtingen.2 Dit neemt niet weg dat de waarde die verband houdt met bijvoorbeeld de toekenning van rechten en het beschikbaar maken van knowhow onder voorwaarden in de douanewaarde moet worden begrepen ondanks de onstoffelijke aard van deze goederen. Hierop wordt nader ingegaan in hoofdstuk 11. Ook kunnen onstoffelijke zaken, zoals software, in de ingevoerde goederen zijn belichaamd en maakt om die reden de waarde van de onstoffelijke zaak onderdeel uit van de douanewaarde van de ingevoerde goederen (onderdeel 7.2.3).