De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.7.1:10.7.1 Verduidelijken van de grenzen van het recht op nakoming
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.7.1
10.7.1 Verduidelijken van de grenzen van het recht op nakoming
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS376349:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aanbevelingen voor de wetgever
Het opnemen in Boek 6 van een wettelijke bepaling die de schuldeiser een materieel recht op nakoming verschaft (par. 2.2).
Voor de ontwikkeling van een eventuele regel van Europees contractenrecht zou de Europese wetgever het primaat van nakoming naar voorbeeld van de `civil law' als uitgangspunt moeten nemen (par. 2.5).
Het opnemen in Boek 6 van een bewijsvermoeden van relatieve onmogelijkheid, dat als de nakomingskosten hoger zijn dan 130% van het geobjectiveerde schuldeisersbelang de schuldenaar in beginsel van zijn nakomingsverplichting is ontslagen (par. 6.3).
Het opnemen in Boek 7 van een bepaling die de verkoper de bevoegdheid geeft de door de (consument)koper gevorderde nakomingsvariant te weigeren, indien de kosten daarvan 20% hoger zijn dan de kosten van de alternatieve nakomingsvorm (par. 6.4.2).
Aanbevelingen voor de rechtspraktijk
De nakomingsvordering van een schuldeiser die heeft nagelaten een formele of informele aanmaning te sturen, dient niet te worden afgewezen. Wel kan hij in de proceskosten worden veroordeeld als de schuldenaar zich ter zitting onvoorwaardelijk bereid verklaart na te komen (par. 3.3.4.4).
De koper die vervanging vordert omdat de ontvangen zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan naar geldend recht terecht volstaan met de stelling dat de zaak non-conform is; hij dient niet te worden belast met de stelplicht dat een wezenlijke non-conformiteit voorligt (par. 3.3.5).
Bij de bepaling of de gedeeltelijke onmogelijkheid met volledige onmogelijkheid kan worden gelijkgeschakeld, dient de rechter van een geobjectiveerde uitlegnorm uit te gaan (par. 7.2.3).
Conform geldend recht dient de rechter een vordering tot nakoming niet af te wijzen wegens voorzienbare executieproblemen (par. 8.2.6).
Met behulp van een geobjectiveerde uitlegmethode dient te worden vastgesteld of het leveren, respectievelijk vorderen van een vervangende prestatie als nakoming van een speciesverbintenis kan worden beschouwd (par. 9.2.3.3).