Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.3.2
1.3.2 Beperkingen
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS297951:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Dit betekent onder meer dat art. 6:77, de algemene contractuele aansprakelijkheid voor ‘ongeschikte’ zaken, slechts zijdelings aan de orde komt. Eenzelfde geldt voor de aansprakelijkheden voor zaken in de in Boek 7/7A BW geregelde bijzondere overeenkomsten.
Zie over het vervoer van gevaarlijke stoffen in deze zin ook Kamerstukken II 1988/89, 21202, 3, p. 2 en 22.
Vgl. K.F. Haak in zijn noot onder HR 21 november 2014, NJ 2015/388 (Liander/KWS), die aangeeft dat rechterlijke uitspraken betreffende Boek 8 BW vaak worden bepaald ‘door regels en beginselen van verdragenrecht’, en zodoende waarschuwt dat civilisten die het commune privaatrecht beoefenen ‘zich dienen te behoeden voor het gevaar te denken in te gesloten circuits’. Een waarschuwing die ik bij deze studie, die in de sleutel van het commune buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht staat, ter harte neem.
Een wettelijk voorbeeld biedt lid 2 van art. 6:175, waarin met de bewaarder van een gevaarlijke stof de vervoerder is gelijkgesteld.
Zie nader de rechtsvergelijkende paragraaf 5.4.3.3.
In dit onderzoek staat de toepassing van art. 6:181 centraal, niet die van de daarin genoemde art. 6:173, 174, 175 en 179. Zo vallen de materiële vereisten voor aansprakelijkheid op grond van de zojuist genoemde artikelen zélf – waarmee de bedrijfsmatige gebruiker ingevolge art. 6:181 onder bepaalde voorwaarden is belast –, buiten het bestek van dit onderzoek. Wie in dit proefschrift uitvoerige beschouwingen denkt te vinden over bijvoorbeeld het ‘gebreksbegrip’ van art. 6:173 en 174, het al dan niet ‘gevaarlijk’ zijn van een stof in de zin van art. 6:175 of de ‘eigen energie’ van een dier als bedoeld in art. 6:179, komt daarom bedrogen uit. Uiteraard komen bedoelde materiële vereisten wel aan bod voor zover van betekenis voor de onderhavige studie naar de toepassing van art. 6:181. Voor deze studie is in de eerste plaats relevant dat men er in het huidige wettelijk systeem nog niet is met de constatering d á t in voorkomende gevallen naar de materiële maatstaven van de art. 6:173, 174, 175 en 179 een aansprakelijkheid intreedt. Niet van minder belang is de telkens nog onvermijdelijke vervolgvraag op wíe die aansprakelijkheid dan rust.
Voorts is deze studie beperkt tot de buitencontractuele aansprakelijkheid voor de in art. 6:173, 174, 175 en 179 bedoelde zaken, stoffen en dieren volgens de regels van het commune privaatrecht, in het bijzonder afd. 6.3.2 BW.1 Bijzondere regelingen zoals die uit het vervoersrecht of in verdragen vallen buiten dit onderzoek. Dit is met name van belang voor de in dit hoofdstuk in relatie tot art. 6:181 al genoemde vervoerder van zaken, stoffen en dieren. Voor wat betreft vervoerssituaties zijn diverse aansprakelijkheidsregelingen niet te vinden in Boek 6 maar in Boek 8, terwijl (veel van) deze regelingen mede een internationale/verdragsrechtelijke dimensie hebben.2 Aldus komt het gelet op het bestek van dit onderzoek onverantwoord voor om ‘definitieve’ uitspraken over de vervoerdersaansprakelijkheid in relatie tot (alleen) art. 6:181 te doen.3 Dit neemt niet weg dat in deze studie ontwikkelde gedachtes in beginsel toch van betekenis kunnen zijn voor de positie van de vervoerder. Gedacht kan hier worden aan hetgeen door mij wordt voorgestaan met betrekking tot de positie van de bewaarder in relatie tot art. 6:181, aangezien de vervoerder van zaken, stoffen en dieren in zekere zin met de bewaarder daarvan op één lijn is te stellen.4
Tot slot zal het vooral de ‘Europa-minnende’ lezer opvallen dat in deze studie een afzonderlijk rechtsvergelijkend hoofdstuk ontbreekt. Dat is niet zonder reden. Art. 6:181 is als gezegd een typisch Nederlands product: een zoals art. 6:181 vormgegeven aansprakelijkheid komt in andere Europese rechtsstelsels niet voor.5 Zodoende is het rechtsvergelijkende element van deze studie beperkt. Dit neemt niet weg dat, voor zover voor deze studie relevant, wel aandacht wordt besteed aan zowel het recht in de ons omringende landen (België, Frankrijk, Duitsland en Engeland) als de beginselen van/initiatieven tot een gemeenschappelijk Europees aansprakelijkheidsrecht (PETL en DCFR).