Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.G.5
I.G.5. Trust a la Franqaise ('La fiducie'). Nog meer Europees vertrouwen in vertrouwen?
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS409333:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
VINCENT SAGAERT, The French can not tame the trust, NTBR 2007, 5, p. 185.
Wet van 19 februari 2007, nr. 2007-211, J.O. nr. 44, 21 februari 2007, p. 3052.
C. ^.UNIKEN VENEMA, Trustrecht en Bewind. Rechtsvergelijkende beschouwingen met betrekking tot het Anglo-Amerikaanse Trustrecht in verbandmet het bewind, de exe-cutele en andere parallel-figuren in het Nederlandse recht, diss. Groningen, Zwolle 1954, p. 291. Hijwijst er op (p. 290) dat het 'executorship' werd geïntroduceerd als gevolg van het testament en als zodanig onder jurisdictie van de kerkelijke rechtspraak kwam, waardoor de equity-rechter zich in een latere fase niet meer geroepen voelde ze als 'use of trust' te construeren.
F. SONNEVELDT, De Anglo-Amerikaanse trust en de Successiewet 1956 (diss Utrecht), Amersfoort: SDU 2000, p. 21.
A.A.VAN VELTEN, Boekbespreking,WPNR (2007) 6708, p. 374.
HANS PETER DARAGAN, Trusts undgespaltenes Eigentum, Zeitschrift fur ErbrechtundVermogensnachfolge (ZEV) 2007, 5, p. 207 e.v. Zie ook de beschouwingen van MEIJ-ERS in zijn Algemene Begrippen van het Burgerlijk Recht, Leiden: Universitaire pers 1948, p. 80 over scheiding tussen bevoegdheden en beschermd belang: 'Het toekennen van een erfrecht aan het minderjarige kind, dat zich in geen potestas bevindt en door een voogd vertegenwoordigd moet worden, is dan gewoonlijk het begin van de scheiding tussen bevoegdheid en beschermd belang. Maar vele op Germaansrechtelijke bodem gevormde rechtsstelsels bewijzen hoe tegenstribbelendmen zich nog dikwijls, zelfs in dit geval van voogdij, tegen de doorvoering der splitsing heeft getoond.'
MvT 23027, nr. 3, p. 5.
D.W. AERTSEN, De Trust, Beschouwingen over de invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Serie Onderneming en recht deel 29, Deventer: Kluwer2004, p. 129.
Het hing in de lucht. De Fransen hebben de smaak te pakken en gaan nog verder. Na afsluiting van deze paragraaf bereikte mij het bericht dat Frankrijk de trust gaat invoeren. Vincent Sagaert1 wees er met de 'boekdelen' sprekende titel: 'The French can not tame the trust', op dat in Frankrijk op 21 februari 2007 een nieuwe wet in het Staatsbladis verschenen, waarmee weer een verdere stap gezet is in de Angelsaksisering van het Europese vermogensrecht. Het betreft de 'Loi instituant la fiducie'.2Naast de mogelijkheid dat de trust ontstaat door wetsduiding, maakt art. 2012 Cc het mogelijk om een trust te doen ontstaan 'par contrat'. Een verbintenisrechtelijke benadering van de problematiek. Sagaert wijst er op dat het meest revolutionaire van de wet echter is dat de Franse wetgever afbreuk doet aan de eenheid en ondeelbaarheid binnen het vermogen van de bewindvoerder. Het eigendomsrecht van de goederen is bij de bewindvoerder, zij het ondergebracht in een afzonderlijk vermogen waardoor de goederen gevrijwaard worden van insolvabiliteit van de bewindvoerder.
Art. 2011 Cc definieert de Franse trust als volgt:
'La fiducie est l'operation par laquelle un ou plusieurs constituants transferent des biens, des droits ou des suretes, ou un ensemble de [...] presents ou futurs, a un ou plusieurs fiduciaires qui, les tenant separesdeleurpatrimoinepropre, agissent dans un but determine au profit d'un ou plusieurs beneficiaires.'
Wat niet mag is echter (art. 2013 Cc): 'une intention liberale au profit du beneficiaire'.
Waarom permitteer ik mij toch een klein uitstapje naar de Europese interesse voor 'trustachtigen'? Dit in verband met de wijze woorden van Uniken Vene-ma in de inleiding die opriep om executele niet uit het 'Nederlandse trust-recht' te weren omdat men dan executele van een steviger theoretisch fundament zou kunnen voorzien, waarop het in grotere gezondheid zou kunnen opbloeien.3 In zoverre is een landmet een 'trust-bodem' ook een goede voedgingsbodem voor executeurs oftewel bestaat er 'vertrouwen in vertrouwen' en is, zacht uitgedrukt, enige interesse voor deze rechtsfiguur gerechtvaardigd. De contouren van een trust zijn, afgezien van het 'dual ownership' bij nader inzien nog niet eens zo heel verschillend van executele. Zeker niet als men naar de betrokken partijen kijkt. Sonneveldt4geeft enkele kenmerken van de trust:
'Drie partijen zijn bij de constructie betrokken. Naast de zojuist genoemde sett-lor en trustee staat de beneficiairy, degene ten behoeve van wie het trustvermogen beheerdwordt. Door de eenzijdige rechtshandeling wordt de voor continentale juristen gecompliceerde dual ownership in het leven geroepen, een splitsing tussen macht en belang betreffende subjectieve rechten.' (Curs. BS)
Interessant uit het oogpunt van Nederlands vermogensrecht is de navolgende gedachte van Sonneveldt die het gesplitste eigenaarschap relativeert:
'Desondanks kan men stellen, dat de rechten van de trustee hoofdzakelijk een verbintenisrechtelijk karakter dragen, terwijl de positie van de beneficiairy za-kenrechtelijke trekken vertoont.' (Curs. BS)
En voorts:
'Ondanks het feit dat de trustee legal owner wordt, biedt het trustvermogen voor schuldeisers van de trustee geen verhaal; het valt niet in zijn faillissement en blijft buiten zijn nalatenschap. De hoedanigheid van trustee gaat niet op zijn erfgenamen over.'
Relativerendis ook de recente opmerking van Van Velten5 dat 'dual owner-ship' weliswaar niet is toegestaan (art. 3:84 lid3 BW), maar dit begrip toch door de wetgever kan worden geïntroduceerd, zoals bij de invoering van de kwaliteitsrekening is gebeurd. Een gedachte om vast te houden. Ook in de Duitse doctrine is onlangs een publicatie verschenen over de relativering van de angst voor 'dual ownership' met als rode draad dat lang niet alle trusts 'ge-spaltenes Eigentum' hebben. In het licht van het verbandtussen executele en trust voelde ik mij geroepen de navolgende gedachte mee te nemen waar toch ook weer de kwestie dual ownership boven kwam drijven:6
'Nachlassverwaltung undTrust sind beideTatigkeiten fiduziarischen Charakters.'
(Curs. BS)
Wat is het probleem dan?
'Der entscheidende Unterschied besteht darin, dass die legatees oder devisees kein equitable ownership an den Nachlassgegenstanden haben, solange die Na-chlassverwaltung andauert, sondern erst dann, wenn der Nachlassverwalter seinen Trustee-Hut aufgesetzt hat.'
Wie vanuit de Nederlandse vermogensrechtelijke optiek een trustachtige bril tracht op te zetten, doet er goed aan om ook de rechtsfiguur privatieve lastgeving in zijn beschouwingen te betrekken, aangezien de wetgever dit als alternatief van de trust heeft gepresenteerd.7 Indachtig de woorden van Uniken Venema over 'het stevige fundament' zou de executeur zich dan ook niet te ver van de privatieve last dienen te verwijderen. Aertsen8 ziet de rechtsfiguur privatieve lastgeving nog niet echt als een alternatief voor de trust:
'Het grootste struikelblok is de beëindigingsregeling.' Waarom?
'Mocht de lastgever failliet gaan, dan kan de privatieve last altijd door de curator in het faillissement van de lastgever worden opgezegd, mits hij hierbij een opzeggingstermijn van een maandin acht neemt (zie art. 7:423 lid 2 BW).'
Reden genoeg om bij de behandeling van de Nederlandse executele nog eens kritisch te kijken naar de mogelijkheden voor een faillissementscurator om een executele te beëindigen in geval van een faillissement van een erfgenaam als rechtsopvolger van erflater. Naar aanleiding van de invoering van de Franse fiducie' waren dit enkele korte gedachten over de vertrouwensband executele, trust en privatieve lastgeving. Na alle Europese omzwervingen wordt het tijd om de aard van de nieuwe Nederlandse executeur trachten te ontrafelen.