Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/9.1:9.1 Inleiding
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657423:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gedachte dat de remedie een instrument is om de eiser in staat te stellen zoveel mogelijk te verwezenlijken wat de norm hem beloofde kan zowel helpen concrete vraagstukken in het delictuele remedierecht op te lossen (hoofdstuk 3 tot en met 7) als een structuur voor het remedierecht als geheel bieden (hoofdstuk 8). Een grote uitdaging voor deze relationele en normcentrische benadering van het remedierecht is evenwel dat er gevallen denkbaar zijn waarin een remedie wordt toegewezen zonder dat een duidelijke gedragsnorm aan de vordering ten grondslag wordt gelegd. Dat zou men bijvoorbeeld kunnen denken waar een remedie ‘direct voortvloeit’ uit het subjectieve recht, zoals bij de zakelijke acties, of waar schadevergoeding wordt toegewezen op grond van een van de risicoaansprakelijkheden. In die gevallen wordt immers een remedie toegewezen zonder dat de vaststelling van een dreigende of reeds gepleegde normschending aangewezen hoeft te worden. De vraag is wat dit betekent voor de validiteit van een normcentrische benadering van het remedierecht. Is er iets mis met deze remedies of is er iets mis met de benadering? Het antwoord ligt vanzelfsprekend ergens in het midden.
Hieronder betoog ik eerst dat zakelijke acties als de revindicatie en de actio negatoria weliswaar lijken te verschillen van de typische bevelsactie, maar bij nadere beschouwing eigenlijk helemaal niet haaks staan op een op plichten gestoelde benadering (§ 9.2). Problematischer zijn de gevallen waarin een schadevergoedingsvordering wordt toegewezen zonder dat een voorafgaande normschending wordt aangenomen, zoals bij de risicoaansprakelijkheden. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is misschien nog wel de aansprakelijkheid voor dieren: de aansprakelijke bezitter van het dier kan geen verwijt worden gemaakt, maar is toch echt aansprakelijk. Wat is het nut van duiden van het remedierecht aan de hand van de norm, als we deze veroordelingen niet kunnen inpassen (§ 9.3)? In plaats van al die gevallen om te buigen tot quasi-foutaansprakelijkheden of de hele normcentrische benadering overboord te gooien, pleit ik ervoor te erkennen dat het mogelijk is om tot een primaire plicht tot schadevergoeding te komen, maar dat voor de overige gevallen de norm de belangrijkste raadgever voor remediekeuze en -vormgeving blijft (§ 9.4).