Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/278
278 Bestuurders of ‘named officers’
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372648:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Honée 2014. Zie ook Monitoring Commissie Corporate Governance, vierde rapport over de naleving van de Nederlandse Corporate Governance Code: ‘Het executive committee?’, december 2012, paragraaf 2.3.2. Uit het onderzoek verricht door het Instituut voor Ondernemingsrecht gedaan in opdracht van de Monitoring Commissie blijkt dat bijna de helft van de door het IvO onderzochte beursgenoteerde ondernemingen een executive committee heeft ingesteld. Zie Hijink e.a. 2012, paragraaf 2.5.1, p. 118-119.
Abma 2013. Verschillende beursgenoteerde ondernemingen hebben slechts twee statutaire bestuurders. Zie bijvoorbeeld Aegon NV, AkzoNobel NV, Heineken NV en TNT Express NV.
In het traditionele bestuursmodel zouden enkelen van het senior management zitting hebben gehad in de raad van bestuur. Zie ook paragraaf 5.2 van het rapport 2015 (boekjaar 2013) van de Monitoring Commissie Corporate Governance. De taken en bevoegdheden verschillen per executive committee. In sommige gevallen wordt aan het executive committee slechts een adviserende rol toebedeeld. In de meeste gevallen wordt bepaald, dat de kernfunctionarissen samen met de statutair bestuurders de onderneming besturen. Honée 2014, 23.
Calkoen duidt overigens voornamelijk op de nieuwe mogelijkheden tot beperking van de bezoldiging, ex art. 2:135 lid 6, 7 en 8 BW.
Calkoen 2014.
Best practice D.2.2. UK Corporate Governance Code 2016. “The remuneration committee should have delegated responsibility for setting remuneration for all executive directors and the chairman, including pension rights and any compensation payments. The committee should also recommend and monitor the level and structure of remuneration for senior management. The definition of ‘senior management’ for this purpose should be determined by the board but should normally include the first layer of management below board level.”
Waarbij overigens kan worden afgevraagd waarom in de Verenigde Staten naast de CEO en CFO voor de drie meest betaalde executive officers gekozen is. Een gemiddelde executive committee bestaat veelal uit negen personen. Het gemiddeld totaal aantal niet-statutaire leden bedraagt afgerond zes, het aantal statutair bestuurders afgerond drie. Zie Hijink e.a. 2012, p. 12 (en uitgebreid p. 123-124).
Ook is daar de vraag wie de leden van het executive committee benoemt of ontslaat. In de regel is dat de raad van bestuur, waarbij aan de raad van commissarissen een goedkeurings- of consultatierecht kan worden verleend. Honée 2014, par. 3.
In sommige reglementen wordt ingegaan op de regels voor het vaststellen van de bezoldiging van leden van het executive committee. Zo is in het reglement van Ahold opgenomen dat de bezoldiging wordt vastgesteld door de raad van commissarissen op voorstel van de CEO. Zie paragraaf 5.1. van de Rules of Procedure Executive Committee and Management Board (te raadplegen op https://www.ahold.com/Corporate-governance/Documentation.htm).
Honée 2014, p. 23. Dit lijkt enigszins paradoxaal, aangezien de CEO en CFO aan de ene kant een aanzienlijke macht kunnen uitoefenen maar aan de andere kant wel beslissingsmacht inleveren. Het één hoeft het ander echter niet uit te sluiten.
De informatie kan tevens van belang zijn voor inzicht in de wijze waarop de CEO en CFO hun bevoegdheden gebruiken om de leden van het ExCo aan te stellen en te belonen en daarmee over de dynamiek binnen de top van de onderneming.
Opgemerkt dient te worden dat uit onderzoek van de RUG uit 2015 blijkt dat bepalingen over het executive committee ook in de andere onderzochte landen schitteren door afwezigheid. RUG, ‘Onderzoek naar de internationale context van de Nederlandse Corporate Governance Code’, september 2015, nr. I.
Zie onder andere de Wet tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) in verband met de bevoegdheid tot aanpassing en terugvordering van bonussen en winstdelingen van bestuurders en dagelijks beleidsbepalers van 11 december 2013 (‘Wet Clawback’) en de Wet van 28 januari 2015 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht houdende regels met betrekking tot het beloningsbeleid van financiële ondernemingen (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen) waar gesproken wordt over ‘dagelijks beleidsbepalers’.
Een ander vraagstuk heeft betrekking op de reikwijdte van de transparantieverplichtingen. In Nederland bestaat slechts de verplichting tot het openbaar maken van de bezoldiging van formeel benoemde statutaire bestuurders. Ook in Duitsland zien de transparantievereisten alleen op de formele bestuurder. De vraag is of daarmee nog wel kan worden volstaan. Bij Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen is de zogenaamde executive committee (“ExCo”) in opkomst.1 Het traditionele bestuursmodel wordt steeds vaker vervangen door een nieuwe topstructuur waarbij het statutair bestuur slechts bestaat uit een CEO en CFO.2 De beslissingen worden genomen door het ExCo waarin, naast de statutaire bestuurders, het senior management zitting heeft.3 Calkoen ziet (het ontwijken van) de stringentere wetgeving over de bezoldiging van bestuurders als een van de mogelijke redenen voor de opkomst van deze nieuwe bestuursvorm.4 Deze regels zien immers alleen op statutaire bestuurders en niet op een kernfunctionaris van het ExCo.5
In de Verenigde Staten is ervoor gekozen de openbaarmakingsverplichtingen te doen gelden voor de CEO, CFO en de drie meest betaalde ‘executive officers’. In het Verenigd Koninkrijk is een dergelijke regeling niet opgenomen. De reikwijdte is daar tot dusver beperkt tot (executive en non-executive) directors. Wel is in de UK Corporate Governance Code opgenomen dat de remuneratiecommissie een rol dient te spelen bij het vaststellen van de bezoldiging van het senior management, waaronder dus de leden van het ExCo.6
De vraag rijst of in Nederland vastgehouden moet worden aan de formele benoeming van een statutaire bestuurder of dat gekozen moet worden voor de Amerikaanse of Engelse aanpak.7 De ambiguïteit van het ExCo maakt een dergelijke vraag lastig te beantwoorden. Daar komt bij dat het bestaan van een ExCo de rechten en plichten van de raad van bestuur onverlet laat. Besluiten die aan het bestuur worden toegerekend zullen in ieder geval door (een deel van) de statutaire bestuurders moeten worden genomen. Statutaire bestuurders hebben dus wel degelijk een te onderscheiden rol van de overige leden van het ExCo.
Het beperken van de bezoldigingsinformatie tot de raad van bestuur druist wel in tegen de ontwikkeling die transparantieverplichtingen de afgelopen decennia hebben doorgemaakt. De huidige verplichtingen hebben tot doel inzicht te verschaffen in de kosten van de top van de onderneming, de vaststelling van de beloning én in de prikkelwerking en risico’s die verbonden zijn aan de beloningen van de top. Daarbij speelt mijns inziens mee dat aandeelhouders geen rechten uit kunnen oefenen op de samenstelling en bezoldiging van leden van het ExCo.8 In beginsel liggen deze bevoegdheden bij de raad van bestuur.9 Hierdoor ontstaat de situatie dat de CEO en CFO de bezoldiging bepalen van kernfunctionarissen die binnen het traditionele bestuursmodel als medebestuurders zouden gelden. Meer in het algemeen zullen de leden van het ExCo door middel van de beraadslaging en het overleg, maar ook in de besluitvorming, een wezenlijke invloed uitoefenen op bestuursaangelegenheden.10 Indien de verschillende beloningsvormen van de leden van het ExCo niet openbaar worden gemaakt, blijven de hoogte, de prikkels en de daarmee verbonden risico’s van de door de statutaire bestuurders vastgestelde bezoldiging voor de aandeelhouders alsnog verborgen. De belangen van de top van de onderneming blijven daardoor voor een belangrijk deel een ‘black box’, terwijl ook andere ‘checks and balances’ ontbreken.11
De macht die de CEO en CFO hebben vanwege hun bevoegdheden tot het aanstellen, schorsen, ontslaan en bezoldigen van de leden van het ExCo, in combinatie met de wezenlijke invloed die de leden van het ExCo hebben op de aangelegenheden die het bestuur betreffen, zouden het afleggen van verantwoording over de bezoldiging van deze leden kunnen rechtvaardigen.
In de Code 2016 is een bepaling opgenomen waarin slechts staat dat, indien het bestuur werkt met een ExCo, het bestuur de raad van commissarissen informeert over de beloning van de leden van deze ExCo, niet zijnde statutair bestuurders. Het bestuur dient jaarlijks deze beloning met de raad van commissarissen te bespreken.12
In het voorstel tot herziening van de Corporate Governance Code had de Commissie Van Manen nog een bepaling opgenomen op basis waarvan de raad van commissarissen in overleg met het bestuur vaststelt wat de verantwoordelijkheid is van de raad van commissarissen ten aanzien van de beloning van de leden van het executive committee, niet zijnde statutaire bestuurders.13
Hiermee is door de Commissie Van Manen een uiterst voorzichtige stap gezet om de raad van commissarissen meer te betrekken bij de bezoldiging van de ExCo-leden.14 Een minimale voorwaarde voor het goed kunnen functioneren van de raad van commissarissen lijkt mij dat hij op de hoogte is van de bezoldiging(structuur) van de leden van de executive committee. Daarnaast ligt het in de rede om de raad van commissarissen formeel te betrekken bij de vaststelling van deze bezoldiging. Op grond van de redenering achter de huidige transparantieverplichtingen zou een verdergaande stap zijn om als best practice bepaling op te nemen in de Corporate Governance Code dat de transparantievoorschriften ook van toepassing zijn op (bijvoorbeeld) de dagelijkse beleidsbepalers, waar een lid van de executive committee doorgaans onder zal vallen. Een dergelijke benadering is overigens niet nieuw, zoals de recente wetgeving voor financiële instellingen laat zien.15