Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/4.5.2
4.5.2 Inhoud van de voorwaarde
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS474387:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. TM en MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 401-403; en MvA II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1250.
Vgl. Hijma & Olthof 2014/139; en Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/250.
Vgl. MvA II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1250. Zie echter ook nr. 47 over de mogelijke discrepanties tussen de gerechtigheid tot het goed en de bevoegdheid daarover te beschikken.
Zie ook Snijders & Rank-Berenschot 2012/241.
Zo ook bijv. Snijders & Rank-Berenschot 2012/420; Rongen 2012/855; Van Mierlo 1988, p. 57, 88 en 101-103; en Wiarda, 1937, p. 416-422.
Anders: Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/250.
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/352.
175. De levering bij voorbaat van toekomstige goederen is – kortom – te beschouwen als een species van de voorwaardelijke levering. Over de inhoud van de opschortende voorwaarde wordt echter verschillend gedacht. In de parlementaire geschiedenis wordt de levering afhankelijk gesteld van de verwerving van het goed door de vervreemder.1 In een deel van de literatuur wordt zij gekoppeld aan de verkrijging van beschikkingsbevoegdheid door de vervreemder.2 Het praktische onderscheid tussen beide is klein, nu de vervreemder in de regel door de verwerving van het goed de beschikkingsbevoegdheid daarover zal verkrijgen.3 Laat ik vooropstellen dat beide opschortende voorwaarden mogelijk zijn.4 Als uitgangspunt wil ik echter aannemen dat de levering geschiedt onder de opschortende voorwaarde van verkrijging van het geleverde goed door de vervreemder.5 Het ligt naar mijn opvatting in de rede dat de levering haar werking volledig neemt zodra het toekomstige karakter van het geleverde goed wordt opgeheven. Deze voorwaarde is mijns inziens een (doorgaans stilzwijgend) bedongen voorwaarde, die besloten ligt in het karakter van de levering bij voorbaat van een toekomstig goed. Het staat partijen echter vrij om de werking van de levering van een andere onzekere gebeurtenis afhankelijk te maken, zoals de beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder. Het enkele gegeven dat de voorwaarde (praktisch) overeenstemt met de eis van beschikkingsbevoegdheid, een wettelijk vereiste voor overdracht, maakt de voorwaarde overigens nog niet tot een ‘wettelijke voorwaarde’.6 Partijen kunnen ook wettelijke vereisten als een bedongen voorwaarde verbinden aan een tussen hen verrichte rechtshandeling.7