Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.4.5:9.4.5 Het bestaan van aansprakelijkheid en het bestaan van een vorderingsrecht
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.4.5
9.4.5 Het bestaan van aansprakelijkheid en het bestaan van een vorderingsrecht
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648803:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de citaten die zijn aangehaald in de vorige paragraaf blijkt dat er onduidelijkheid bestaat over de vraag of er bij het bestaan van aansprakelijkheid tevens sprake is van een vorderingsrecht. Dat bij het bestaan van aansprakelijkheid sprake is van een verbintenis, is duidelijk. Een verbintenis kan het voldoen van een bestaande vordering inhouden. Een verbintenis kan ook inhouden om een bepaald aanbod gestand te doen. Een terechte vraag is of er op basis van een 403-verklaring meerdere vorderingsrechten zijn of dat sprake is van een vorderingsrecht met meerdere rechtsvorderingen.
Het bestaan van meerdere vorderingsrechten is naar mijn idee niet per definitie een noodzakelijk gegeven wanneer ervan uit wordt gegaan dat een en dezelfde vordering op verschillende rechtssubjecten kan worden verhaald.1 Waarom zouden er meerdere goederen moeten ontstaan, zijnde vorderingsrechten? Dat terwijl er uiteindelijk maar een goed (vorderingsrecht) nodig is? Een van de twee is uiteindelijk overbodig en zal nooit worden voldaan. Uiteindelijk hoeft er maar één vordering te worden voldaan en hoeft er maar een keer te worden betaald. Het gaat om exact dezelfde verschuldigde prestatie. Het bestaan van twee vorderingsrechten terwijl er maar één schuld is, lijkt op een juridische fictie die onnodige complicaties met zich brengt. Ten aanzien van hetzelfde vorderingsrecht kunnen uiteraard wel verschillende rechtsvorderingen kleven. Het is dan niet noodzakelijk of vanzelfsprekend dat er bij hoofdelijkheid meerdere (en nota bene zelfstandige) vorderingen bestaan.
Ook Nass meent dat het bestaan van meerdere vorderingsrechten niet zonder meer dient te worden aangenomen. Door meerdere auteurs is opgemerkt dat de wet bij de rechtsfiguur hoofdelijkheid geen duidelijke keuze maakt. De wet laat zich niet uit over de vraag of sprake is van meerdere vorderingsrechten. Mag het bestaan van meerdere vorderingsrechten dan worden aangenomen? In de rechtspraak wordt (wellicht te gemakkelijk aangenomen) dat hoofdelijke aansprakelijkheid leidt tot twee (zelfstandige) vorderingsrechten. Wellicht is het beter om te concluderen dat er weliswaar meerdere verbintenissen bestaan maar niet meerdere vorderingsrechten.
In het kader van hoofdelijkheid wordt ook wel gesproken van ‘aansprakelijkheid’. Niet duidelijk is of het bestaan van aansprakelijkheid impliceert dat er een verbintenis is of dat dit impliceert dat er een vorderingsrecht is.2 Dat er in het geval van aansprakelijkheid een verbintenis bestaat, lijkt buiten iedere twijfel te zijn verheven. De vraag of er bij iedere aansprakelijkheid een zelfstandig vorderingsrecht hoort, is een andere vraag. De worsteling, waarvan de uitkomst materieel relevant is, uit zich bijvoorbeeld bij de vraag naar de passende terminologie:
“De terminologie die in verband met hoofdelijke verbintenissen wordt gebruikt, is niet altijd vast. De generieke term is hoofdelijke verbondenheid, terwijl hoofdelijke aansprakelijkheid gevoelsmatig met wettelijke aansprakelijkheid voor schade (art. 6:102 BW) geassocieerd wordt. Toch worden ‘verbondenheid’ en ‘aansprakelijkheid’ door elkaar gebruikt. Als de wet bepaalt dat een debiteur naast een ander ‘aansprakelijk’ is voor de nakoming van een wettelijke verbintenis tot betaling van een geldsom anders dan een schadevergoeding (bijv. bij fiscale invordering), dan wordt ook wel van hoofdelijke aansprakelijkheid gesproken.1 Het is wellicht zuiverder om van hoofdelijke verbintenissen te spreken wanneer het niet om schadevergoeding in de zin van Afdeling 6.1.10 BW gaat.”3