RvdW 2026/476:Kilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f lid 2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen Duitse auto die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. art. 3 lid 2 Besluit Voertuigen) en op klaagschriften ex art. 552a Sv van klaagster (Duits autobedrijf) en klager (mede-eigenaar van Duits autobedrijf), art. 36b, 36c en 36d Sr. 1. Cassatie klager. Geen schriftuur. 2. Cassatie klaagster. Kon Rb oordelen dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto moet worden toegewezen en dat klaagschrift van klaagster wordt afgewezen? Ad 1. Geen middelen ingediend, klager n-o. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 17 maart 2026, RvdW 2026/449 over vraag of personenauto, waarin kilometerblokker heeft gezeten, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Rb heeft geoordeeld dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto moet worden toegewezen en daartoe overwogen dat zij ‘het eens [is] met wat OvJ ter onderbouwing van vordering heeft aangevoerd’. Daarbij heeft Rb kennelijk het oog op standpunt van OvJ dat (mede omdat ‘onduidelijk blijft wat werkelijke kilometerstand is’) ‘integriteit van voertuigregistratie’ en verkeersveiligheid worden beschermd door vernietiging van voertuig. Dit oordeel van Rb is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat enkele omstandigheid dat kilometerstand van auto (zoals deze wordt weergegeven op kilometerteller) mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat auto daadwerkelijk concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt, terwijl Rb ook geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of gebrek dat ten grondslag ligt aan geconstateerd gevaar voor verkeersveiligheid, met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Verder is van belang dat (i.v.m. kennelijk oordeel van Rb dat normaal handelsverkeer t.a.v. auto onevenredig wordt belemmerd i.v.m. gemanipuleerde kilometerstand) Rb geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of die belemmering in voldoende mate kan worden voorkomen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2026/449, RvdW 2026/475 en RvdW 2026/477.