Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/4.2.4
4.2.4 Beoordelingscommissie
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Voetnoten
Voetnoten
Vz. Rb. Utrecht 1 augustus 2012, LJN: BX3372.
In de uitspraak wordt gewezen op een Amsterdamse uitspraak waarin in het kader van de beoordeling van de vraag of het in die zaak aan de orde zijnde gunningscriterium te onduidelijk was geformuleerd, werd meegewogen dat bij geen van de inschrijvers vooraf bekend was gemaakt welke personen in de beoordelingscommissie zaten en op welk terrein deze personen als deskundige konden worden aangemerkt, terwijl deze personen volledig vrij waren om een score toe te kennen (Vz. Rb. Amsterdam 18 augustus 2011, LJN: BR6264).
De Vz. stelt voorop dat een aanbestedende dienst ook met gebruikmaking van haar eigen medewerkers en interne deskundigheid tot een deugdelijke beoordeling van de inschrijvingen moet kunnen komen. Er bestaat geen verplichting om externe personen in dit proces te betrekken. De Vz. stelt wel dat op zichzelf voorstelbaar is dat een inschrijver onder omstandigheden er belang bij heeft de namen te weten van diegenen die de beoordeling hebben uitgevoerd, maar dat in dit concrete geval de inschrijver (Stadsmobiel) dan ’eerder aan de bel had moeten trekken’. Alleen in geval Stadsmobiel zou beschikken over sterke aanwijzingen van willekeur of favoritisme zou in deze fase van de aanbestedingsprocedure nog geëist kunnen worden dat de namen van de beoordelaars en de individuele beoordelingen zouden worden vrijgegeven. Van dergelijke sterke aanwijzingen is in dit geval niet gebleken (Vz. Rb. Amsterdam 7 juni 2012, LJN: BW7787).
Voor het beoordelen van de inschrijvingen wordt vaak gebruik gemaakt van beoordelingscommissies. Het transparantiebeginsel gaat niet zo ver dat de samenstelling van een technische beoordelingscommissie van tevoren bekend moet zijn. De enkele omstandigheid dat de samenstelling van de beoordelingscommissie pas achteraf bekend is gemaakt, is ontoereikend om de conclusie te dragen dat de aanbestedingsprocedure onvoldoende transparant is geweest. Hierbij is van belang dat het voor alle inschrijvers duidelijk was dat een ter zake deskundige te achten technische beoordelingscommissie zou worden geformeerd en dat deze de in de inschrijvingsleidraad omschreven kwalitatieve (sub)criteria zou beoordelen.1 Het is volgens de voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht geen vaste jurisprudentie dat de enkele omstandigheid dat de samenstelling van de technische beoordelingscommissie niet vooraf, maar pas achteraf, is bekendgemaakt, ertoe leidt dat een aanbestedingsprocedure onvoldoende transparant is.2
Een aanbestedende dienst moet ook met gebruikmaking van haar eigen medewerkers en interne deskundigheid tot een deugdelijke beoordeling van de inschrijvingen kunnen komen. Er bestaat geen verplichting om externe personen in dit proces te betrekken.3