Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.8:1.8. Methode van onderzoek
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.8
1.8. Methode van onderzoek
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577558:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in dit boek gehanteerde methode van onderzoek naar de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht is gebaseerd op analyse en interpretatie van verdragsrecht, wetgeving, rechtspraak en literatuur over het geldende Nederlandse en Europese recht.
Diverse communautaire rechtsbronnen zijn geanalyseerd. Het betreft onder andere het EG-Verdrag (in het bijzonder de artikelen 81 en 82 EG), secundaire communautaire regelgeving (met name Verordening 1/2003 als opvolger van Verordening 17/1962, maar ook bijvoorbeeld de EEX-vo, de Rome II-Vo en Verordening 139/2004), rechtspraak van het HvI EG en het GvEA EG en beschikkingen en andere documenten (mededelingen en bekendmakingen) van de Europese Commissie. Onder de laatste categorie valt bijvoorbeeld de Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de rechterlijke instanties van de Eu-lidstaten bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (zie § 5.4.9). Naast de diverse communautaire rechtsbronnen is voor de beantwoording van de centrale vraagstelling veel aandacht besteed aan bronnen van Nederlands recht. Het betreft met name het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Mededingingswet. Daarnaast is gebruik gemaakt van jurisprudentie van de Hoge Raad, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en lagere rechterlijke instanties. Tevens is aandacht besteed aan de rechtswaarborgen die voortvloeien uit het EVRM (inclusief bestudering van de rechtspraak van het EHRM) en bronnen van Nederlands bestuursrecht en Nederlands strafrecht.
Extern rechtsvergelijkend onderzoek (buitenlands recht) is alleen uitgevoerd daar waar externe rechtsvergelijking het meest functioneel was voor het vinden van mogelijke oplossingen voor bestaande problemen bij de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Zie bijvoorbeeld de rechtsvergelijking met de Verenigde Staten bij de bespreking van het passing-on verweer en indirecte acties (§ 7.9), de bespreking van de mogelijkheid tot verkrijging van treble damages (§ 7.10.4), de bespreking van Amerikaanse class actions (§ 8.8) en de bespreking van de eisen die kunnen worden gesteld aan de inzet van economische expertise (§ 9.5.5). Een systematisch rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden van privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht in de 27 lidstaten van de EU is achterwege gebleven. De resultaten van een dergelijk rechtsvergelijkend onderzoek in de destijds nog 25 lidstaten van de EU zijn reeds neergelegd in het in opdracht van de Europese Commissie geproduceerde Ashurst rapport en de daarbij gepubliceerde individuele landenrapporten.1 Tevens kan worden verwezen naar de in 2007 verschenen rechtsvergelijkende studie naar de bestaande mogelijkheden van handhaving van het mededingingsrecht binnen 15 Eu-lidstaten (competition law project of the Common Core Group). De rechtsvergelijkende studie is uitgevoerd binnen het Trento project over de Common Core of European Private Law.2
Intern rechtsvergelijkend onderzoek is uitgevoerd door de mogelijkheden van privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht te vergelijken met de mogelijkheden van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van mededingingsrecht.