Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.7.2.2:7.7.2.2 Het recht van gebruik: verdeling van bevoegdheden
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.7.2.2
7.7.2.2 Het recht van gebruik: verdeling van bevoegdheden
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS484815:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel is neergelegd in art. 3:169, luidende:
‘Tenzij een regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.’
In het OM luidde de tekst van art. 3.7.1.3 lid 1 als volgt:
‘Tenzij de wet of een door de deelgenoten of de rechter vastgestelde regeling anders bepaalt, is iedere deelgenoot bevoegd tot het gebruik van het gemeenschappelijke goed, mits dit gebruik geen beletsel is voor een gelijk gebruik, dat de overige deelgenoten van het goed wensen te maken.’1
De huidige regeling laat meer ruimte om met inachtneming van redelijkheid en billijkheid te bepalen op welke wijze het goed gebruikt mag worden. In het bijzonder wordt aldus de mogelijkheid geopend om rekening te houden met de situatie waarin het goed zich niet leent voor gezamenlijk gebruik.2
Deze regeling is op mandeligheid ex art. 5:60, met inachtneming van hetgeen hierna in hoofdstuk 12 nog over de bestemmingsovereenkomst wordt gezegd, onverkort van toepassing.
Over mandelige muren en dergelijke wordt gesproken in de hoofdstukken 22, 23 en 27.