Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.1
14.1 Inleidende opmerkingen
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS370613:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een herstructurering van de schulden van een vennootschap door deze (deels) in aandelenkapitaal om te zetten wordt ook wel aangeduid met de term debt equity swap.
In dit verband kan wel gewezen worden op de mogelijkheden van bevoegde toezichthouders om op grond van Hoofdstuk 3a Wft in te grijpen bij banken en beleggingsondernemingen in zwaar weer. Zie hierover ook 15.2. Ook is inmiddels door publicatie van een voorontwerp een aanzet gemaakt voor de Wet continuïteit ondernemingen II, via www.internetconsultatie.nl/wco2.
Zie onder 10.3.
Ik vermijd terminologie als ‘welke geschiedt ter versterking van haar vermogen’ nu het begrip ‘vermogen’ eerder aan de passiefzijde van de balans doet denken.
Bijvoorbeeld Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/182, Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013/333.2 en Van Schilfgaarde/Schoonbrood, Winter & Wezeman 2017/26.
Zie ook HR 11 juli 2003, NJ 2003/630, m.nt. J.M.M. Maeijer (Bas-C), Hof Amsterdam 22 juni 2006, JOR 2006/233, m.nt. C.J. Groffen (Herweijer/Drop).
Hiermee is bedoeld de vennootschap die krachtens fusie of splitsing vermogen onder algemene titel verkrijgt. Bij een zogenaamde ‘driehoeksfusie’ kan dit ook een groepsmaatschappij van de verkrijgende vennootschap zijn die alleen, of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft, zie artikel 2:333a BW.
De wet noemt expliciet de mogelijkheid van omzetting van de reserve deelnemingen (2:389 lid 6 BW) en de herwaarderingsreserve in aandelen (2:390 lid 2 BW). Zie Deel II.
Conversie van schuld in aandelen komt in de praktijk veel voor. In veel gevallen geschiedt een omzetting van schuld in aandelen1 met tweezijdig goedvinden, dat wil zeggen met instemming van zowel de betreffende aandeelhouder (schuldeiser) als de vennootschap (schuldenaar). Door schuld om te zetten in aandelen nemen de activa van de vennootschap niet toe, maar neemt haar solvabiliteit wel toe. Daarnaast heeft deze omzetting een gunstig effect op de liquiditeitspositie van de vennootschap nu er ten aanzien van het betreffende omgezette leningdeel geen rentebetalingen of aflossingen meer behoeven plaats te vinden. Ook komt voor dat wijziging in de verhouding waarin aandeelhouders in het aandelenkapitaal van de vennootschap zijn gerechtigd dient te worden gebracht, zonder dat de vennootschap behoefte heeft aan extra liquiditeit. Ook in dat geval wordt niet zelden een vordering van de betreffende aandeelhouder verrekend met de stortingsplicht. Het omzetten van schuld in aandelen kan ook onvrijwillig geschieden als de vennootschap in zwaar weer verkeert. Het kan zijn dat de vennootschap de schuldeisers ertoe beweegt om mee te werken aan een herstructurering van haar schulden door deze geheel of gedeeltelijk in aandelenkapitaal om te zetten. Een zodanige omzetting gaat soms gepaard met een additionele verstrekking van liquiditeiten, al dan niet in de vorm van eigen vermogen. De schuldeisers hebben in die gevallen vaak weinig keus. Niet meewerken betekent dan doorgaans dat een faillissement onafwendbaar wordt, omdat aanvullende liquiditeit voor de vennootschap onontbeerlijk is, banken hun leningen gaan opeisen omdat bepaalde overeengekomen thresholds niet langer worden gehaald, vaak in combinatie met een uitwinning van door de vennootschap verstrekte zekerheden. Maar ook kan het initiatief tot herstructurering van schulden van de crediteuren uitgaan. Een wettelijke regeling op grond waarvan crediteuren verplicht zouden kunnen worden hun medewerking te verlenen aan de herstructurering van vermogen is er nog niet.2
Omzetting van schuld in aandelenkapitaal kan geschieden doordat de aandeelhouder zijn verplichting uit hoofde van de stortingsplicht met instemming van de vennootschap verrekent met zijn vordering op de vennootschap of een deel daarvan. Door verrekening gaan beide vorderingen tot hun gemeenschappelijke beloop teniet (6:127 BW). Ook is mogelijk dat de aandeelhouder zijn vordering op de vennootschap inbrengt, als een storting anders dan in geld. Door de inbreng worden schuldenaar en schuldeiser dezelfde persoon en houdt de vordering door schuldvermenging op te bestaan (6:161 BW). Verrekening en inbreng zijn verschillende rechtsfiguren waaraan verschillende formaliteiten zijn verbonden en die naar ik meen ook tot een verschillende uitkomst leiden. Ik zal daar hierna nader op ingaan.
Eerder3 concludeerde ik dat er twee soorten uitgiften van aandelen zijn te onderscheiden: als eerste de uitgifte van aandelen die geschiedt met het oog op toevoeging van activa aan de vennootschap.4 Daarnaast is er de uitgifte van aandelen die niet geschiedt met dit oogmerk, maar veeleer ten doel heeft het aandelenkapitaal te vergroten door reserves in aandelenkapitaal om te zetten. Maar een emissie kan ook ten doel hebben schuld in aandelenkapitaal om te zetten. Ook in dat geval wijzigt het saldo van de vennootschapsbalans niet. Er worden geen activa aan bestaande activa van de vennootschap toegevoegd. Maar er vindt, anders dan bij een uitgifte ten laste van reserves, aan de passiefkant van de balans wel een omzetting van vreemd in eigen vermogen plaats. Een storting moet reëel zijn, is de heersende opvatting.5 Dat is naar ik meen juist waar het een emissie betreft die ziet op toevoeging van activa. Het te storten bedrag dient dan daadwerkelijk aan de vennootschap ter beschikking te worden gesteld. In de inbreng zit een element van afstand ten behoeve van een gemeenschappelijk doel.6 Zo is een storting met middelen van de vennootschap in die zin geen werkelijke storting en is een storting in geld die louter plaatsvindt door creditering van de aandeelhouder en geschiedt zonder marktconforme voorwaarden ten aanzien van rente, terugbetaling en zekerheden overeen te komen, voor zover dit al als storting in geld is aan te merken, evenmin reëel te noemen. In een zodanige situatie houdt de aandeelhouder in feite het geboekte bedrag onder zich en krijgt de vennootschap niet de daadwerkelijke beschikking daarover.7 Hiermee valt te vergelijken de situatie dat een aandeelhouder het gestorte bedrag onmiddellijk terug leent van de vennootschap onder niet-zakelijke condities ten aanzien van rentebetalingen, aflossing en zekerheden.8
De wet kent twee hoofdvormen van storting op aandelen: storting in geld en storting anders dan in geld. Storting op een aandeel moet in geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is overeengekomen (2:80a/2:191a BW). Artikel 2:81b/191b BW bepaalt dat indien inbreng anders dan in geld is overeengekomen, hetgeen wordt ingebracht naar economische maatstaven moet kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht (2:80b/191 b BW). Daarnaast kent de wet in bijzondere regelingen nog andere wijzen van ‘storting’. Ik denk hierbij aan de regeling van fusie en splitsing waarbij aandelen worden toegekend (2:328 BW en 2:334bb BW). De aandelen die de verkrijgende vennootschap9 toekent worden als het ware volgestort door overgang van het vermogen onder algemene titel. Ook kent de wet de mogelijkheid reserves om te zetten in aandelen.10
In dit Deel wil ik nader ingaan op een bijzondere wijze van storting op aandelen, namelijk die door omzetting van een schuld van de vennootschap, een vordering op de vennootschap dus, in aandelen.