Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.5.3.3.3.3.1:6.5.3.3.3.3.1 Omgevingsbewerkingen met het oog op de bebouwing van de grond?
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.5.3.3.3.3.1
6.5.3.3.3.3.1 Omgevingsbewerkingen met het oog op de bebouwing van de grond?
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291657:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s Gravenhage 27 december 2011, nr. 10/00377, V-N 2012/16.1.2.
HR 7 juni 2013, nr. 12/00765, BNB 2013/175, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hof ‘s Gravenhage heeft geoordeeld dat ook sprake is van een bouwterrein wegens omgevingsvoorzieningen met het oog op de bebouwing indien door werkzaamheden in de directe omgeving van een perceel onbebouwde landbouwgrond – het betrof de sloop van opstallen, het dempen van een sloot en greppels, het schoonmaken van de grond en de egalisatie van de grond – één terrein is ontstaan dat tezamen met andere percelen middels één akte is geleverd aan de koper en waarop – conform het voornemen van de koper – een glastuinbouwbedrijf kon worden gebouwd.1 Deze beslissing is opvallend, omdat de betreffende werkzaamheden die door of in opdracht van de leveranciers van de naastgelegen percelen waren verricht, kwalificeren als bewerkingen (zie paragraaf 6.5.3.3.3.1) in de omgeving van de grond. Dat het hof deze bewerkingen desondanks ‘bombardeert’ tot omgevingsvoorzieningen kan verklaard worden door de specifieke omstandigheden van het geval waarin in ieder geval het dempen van de tussenliggende sloot en greppels ook dienstbaar was aan het perceel onbebouwde landbouwgrond. Door het dempen van de sloot en de greppels ontstond immers één terrein waarop de koper de opstallen voor zijn glastuinbouwbedrijf kon realiseren. Dit kan niet wegnemen dat de beslissing van het hof naar mijn mening wringt met het oude wettelijke onderscheid tussen bewerkingen en (omgevings)voorzieningen met het oog op de bebouwing. Op grond hiervan waren ‘omgevingsbewerkingen’ met het oog op de bebouwing van de grond onvoldoende voor de kwalificatie als een bouwterrein. De Hoge Raad heeft de kwalificatie van het hof niet overgenomen. In cassatie oordeelt hij dat het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad baseert zijn oordeel echter niet op het oude bouwterreincriterium van de omgevingsvoorzieningen, maar op het Woningstichting Maasdriel-arrest van het Hof van Justitie op grond waarvan de levering van een onbebouwd terrein belast is wanneer uit een beoordeling van alle gegevens blijkt dat op de datum van de levering blijkt dat het betrokken terrein daadwerkelijk was bestemd om te worden bebouwd.2 Uit dit arrest valt niettemin wel op te maken dat bij de levering van een onbebouwd terrein waaraan op het tijdstip van levering omgevingsbewerkingen met het oog op de bebouwing plaatsvinden of hebben plaatsgevonden sprake is van een onbebouwd terrein dat kennelijk bestemd is om te worden bebouwd.