Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.4:9.2.4 Regels en uitwerking bij het aangaan
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.4
9.2.4 Regels en uitwerking bij het aangaan
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399494:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een nadere uiteenzetting van deze regels omtrent de herwaardering van de aandelen van de te voegen dochter en betreffende de onderlinge vorderingen en schulden verwijs ik naar o.a. naar I. de Roos e.a., De fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting, Kluwer 2014, paragraaf 2.2.3 en 2.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een lichaam wordt gevoegd in een fiscale eenheid raakt dit lichaam fiscaalrechtelijk op de achtergrond. Al zijn vermogen en werkzaamheden worden bij fictie toegerekend aan de moedervennootschap en de in de fiscale eenheid gevoegde vennootschappen worden vanaf dat moment behandeld als één belastingplichtige. Voeging van een dochtervennootschap in een fiscale eenheid heeft tot gevolg dat de moedervennootschap alle activa en passiva van de dochter voor de fiscale boekwaarde die de dochter hanteerde op haar balans plaatst. Eventueel betaalde goodwill wordt niet meegenomen op de fiscale eenheid balans (het goodwillgat). Het vermogen van de dochtervennootschap wordt dus fiscaal toegerekend aan de moeder en de balanspost “deelneming’’ verdwijnt van de fiscale balans van de moeder. De voeging van een dochtervennootschap in een fiscale eenheid kan tot gevolg hebben dat fiscale claims die (mogelijk) op de aandelen in of vorderingen op de dochtervennootschap rusten na de voeging in een fiscale eenheid niet meer tot hun recht komen. Art. 15ab Wet VPB 1969 bevat een aantal regels, de zogenoemde entreeheffingen, om claimverlies voor de fiscus tegen te gaan.1 De regels omtrent de verrekening van voorvoegingsverliezen worden besproken in hoofdstuk 9.2.5.2.1.