Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/2.2.2.0
2.2.2.0 Introductie
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS385630:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Richtlijn inzake elektronische handel moest voor 17 januari 2002 worden omgezet in de nationale wetgeving. Pas op 14 januari 2002 is het wetsvoorstel Aanpassingswet inzake elektronische handel aangeboden aan de Tweede Kamer. De reikwijdte van de Richtlijn inzake elektronische handel is beperkt. Zij ziet niet op alle intemetverkeer, doch slechts op elektronische handel, die ook nog binnen de Europese Unie moet plaatsvinden. Daarnaast kiest de Richtlijn inzake elektronische handel een technologieafhankelijke benadering, gebaseerd op de huidige structuur van het internet. Het is maar de vraag hoelang deze indeling meegaat aangezien de structuur van het internet binnen enkele jaren kan veranderen. Zie Hijmans 2000, p. 234.
Zie overweging 8 van de Richtlijn inzake elektronische handel.
Zie Julia-Barcelo 1998, p. 459.
Nieuwe afdeling 4A van Titel 3 van boek 6 van het BW, getiteld 'Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer', art. 6:196c BW. Daarin wordt de regeling vastgelegd betreffende de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden conform de Richtlijn inzake elektronische handel. Het onderscheid uit de Richtlijn inzake elektronische handel is letterlijk overgenomen, de benamingen mere conduit, caching en hosting worden echter niet genoemd.
De op 4 mei 2000 door het Europees Parlement aanvaarde Richtlijn inzake elektronische handel is op 17 juli 2000 in werking getreden.1 Doel van de richtlijn is het scheppen van een juridisch kader teneinde het vrije verkeer van diensten van de informatiemaatschappij tussen de lidstaten te waarborgen (art. 1 lid 1 Richtlijn inzake elektronische handel).2 Dit gebeurt onder andere door het maken van een onderscheid tussen dienstverleners die als tussenpersoon optreden (artt. 12-15 Richtlijn inzake elektronische handel). Dit onderscheid is van toepassing op internetproviders en wijkt enigszins af van het onderscheid dat in de Nederlandse juridische literatuur wordt gemaakt. Het is afkomstig uit de US Digital Millennium Copyright Act (DmcA).3 Daar wordt gekeken naar instanties die informatie opslaan (caching en hosting) en instanties die informatie doorgeven (mere conduit). In de Aanpassingswet inzake elektronische handel is dit onderscheid overgenomen in art. 6:196c mv.4 Een belangrijk motief voor deze regelgeving is de behoefte aan een aanknopingspunt voor publiekrechtelijke regulering van internet. Wij zullen nog zien hoe zinvol deze indeling is vanuit privaatrechtelijk standpunt.