Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/42.3
42.3 Nadeelcompensatie
mr. dr. D.G.J. Sanderink, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. D.G.J. Sanderink
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Sanderink 2015, p. 421-422, 448-449 en 522-523.
Zie Sanderink 2015, p. 421, 446-448 en 522-524. Een aanvullende werking kan art. 1 EP, zoals daar is opgemerkt, wel hebben bij schade die is veroorzaakt door een wet in formele zin, omdat art. 4:126 Awb geen grondslag biedt voor de vergoeding van zulke schade.
Schaduwschade is, kort gezegd, schade als gevolg van de dreiging van een schadeveroorzakende activiteit of maatregel (zie hierover uitgebreid Sanderink 2015, p. 451 e.v.).
Zie Sanderink 2015, p. 499-500 en D.G.J. Sanderink, ‘Een recht op onteigening of schadevergoeding bij schaduwschade? Een voorstel mede in het licht van art. 1 EP’, Tijdschrift voor Bouwrecht 2013/124, p. 839-847 i.h.b. 846. Zie ook G.M. van den Broek en M.K.G. Tjepkema, De reikwijdte en rechtsgrondslag van nadeelcompensatie in het omgevingsrecht (VBR-preadvies), Instituut voor Bouwrecht 2015, p. 42.
Zie Kamerstukken II 2017/18, 34986, 2 en Kamerstukken II 2017/18, 34986, 3, p. 20-23 en 30-33.
Zie ook Sanderink 2015, p. 525.
Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, heeft de benadeelde volgens artikel 4:126 Awb in beginsel recht op schadevergoeding (nadeelcompensatie).1 Deze algemene nadeelcompensatieregeling heeft een relatie met artikel 1 EP, omdat uit het proportionaliteitsvereiste (‘fair balance’-vereiste) van artikel 1 EP ook een verplichting voor de overheid kan voortvloeien tot het betalen van schadevergoeding teneinde het algemeen belang en het door een overheidsmaatregel aangetaste eigendomsrecht van de burger met elkaar in evenwicht te brengen.2 Artikel 4:126 Awb vereist vrijwel zeker in meer gevallen het betalen van schadevergoeding dan artikel 1 EP, zodat aan artikel 1 EP in het algemeen geen aanvullende werking toekomt ten opzichte van artikel 4:126 Awb.3 Voor de toekomst verwacht ik niet dat dit anders wordt. Het voorgestelde artikel 15.7 lid 1 Omgevingswet, dat voor indirecte schade die bestaat uit een waardevermindering van een onroerende zaak een vast forfait van vijf procent van de waarde van die zaak bevat, acht ik (gelet op de rechtspraak van het EHRM) in dit verband ook niet in strijd met artikel 1 EP.4 Anders kan dit mijns inziens zijn voor de vergoeding van schaduwschade.5 Zoals ik eerder heb betoogd, laat artikel 4:126 Awb het vergoeden van schaduwschade toe, met name doordat het geen limitatieve opsomming van schadeoorzaken kent.6 Voor het omgevingsrecht stelt het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet in artikel 15.1 lid 1 Omgevingswet echter toch weer een dergelijke limitatieve opsomming van schadeoorzaken voor, waardoor de vergoeding van schaduwschade binnen het omgevingsrecht naar de bedoeling van de regering uitgesloten wordt.7 Hier kan artikel 1 EP mijns inziens derhalve een aanvullende werking hebben, omdat een categorische uitsluiting van de vergoeding van schaduwschade onder alle omstandigheden zich naar mijn mening niet verdraagt met het ‘fair balance’-vereiste van artikel 1 EP.8