Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/4.4.3
4.4.3 Het functioneren van de onderneming
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586883:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dubuisson 2010a; Dubuisson 2013; Serlooten 2014, sub I. In de Duitse literatuur is hiervoor het woord Teilpersönlichkeit gebruikt; zie Jung 2014, p. 144.
Dubuisson heeft het idee van de propersonnalité gepresenteerd tijdens het 105de congres van de Franse notarissen (2009). Zie ook Dubuisson 2010a.
Dubuisson 2013.
C.com., art. L.526-6lid 4; in plaats van de letters EIRL mag hij ook de volledige aanduiding entrepreneur individuel à responsabilité limitée hanteren.
Mallet-Bricout 2011, nr. 100.
C.com., art. L.526-13 en 526-14. Martin 2011, nr. 66; Mallet-Bricout 2011, nr. 97. Dat volstaan kan worden met een balans, in plaats van uitgebreidere jaarstukken, berust op een wijziging van art. L. 526-14 ingevolge de Loi no. 2014-626 van 18 juni 2014.
C.com., art. L.526-18.
Martin 2011, nr. 72; Mallet-Bricout 2011, nr. 90 t/m 93.
C.com, art. L.526-9leden 3 en 4.
De onduidelijkheid vloeit voort uit het feit dat C.com., art. L.526-12lid 1 verwijst naar art. L. 526-7 (de oorspronkelijke verklaring van doelbestemming) en niet naar art. L. 526-10lid 2 (de aanvullende verklaring van doelbestemming). Mallet-Bricout 2011, nr. 98.
C.com, art. L.526-12lid 8. Mallet-Bricout 2011, nr. 95.
Martin 2011, nr. 73; Mallet-Bricout 2011, nr. 92 en 101; Macorig-Venier 2011; en Legrand 2012, sub I.B.
De EIRL is geen rechtspersoon, maar een hoedanigheid. De ondernemer gaat de afgescheiden rechtsposities (eigenaar, schuldenaar, contractspartij) innemen in zijn hoedanigheid van EIRL. Vanuit de praktijk en in de literatuur wordt bepleit om deze hoedanigheid op te vatten als een propersonnalité.1 Hiermee bedoelt men een tweede, juridische persoonlijkheid, naast de juridische persoonlijkheid die elk mens van nature heeft. Zoals notaris Etienne Dubuisson, de geestelijk vader van de term,2 het heeft uitgedrukt, wordt met deze propersonnalité bedoeld “la représentation juridique de l’entrepreneur individuel qui agit sous sa casquette professionnelle”.3
Bij het handelen als EIRL dient de ondernemer een aanduiding te gebruiken die zijn naam omvat, voorafgegaan of gevolgd door de letters EIRL.4 Vermogensbestanddelen die aldus worden verkregen, gaan tot het EIRL-vermogen behoren. Aangenomen wordt dat ook van een schadeplicht wegens onrechtmatige daad kan worden gezegd dat deze in het ene dan wel het andere vermogen valt.5 Bij het EIRL-regime staat het handelen in hoedanigheid centraal. Het is onjuist om EIRL te vertalen als ‘eenmanszaak met beperkte aansprakelijkheid’, ofschoon ook in Frankrijk die fout wel wordt gemaakt. De ‘E’ staat niet voor entreprise, maar voor entrepreneur.
Voor de ondernemingsactiviteiten waarvoor een EIRL-vermogen is afgescheiden, dient de ondernemer een aparte administratie te voeren, een of meer aparte bankrekeningen te hebben en jaarlijks een balans te publiceren.6 De EIRL bepaalt zelf welke zakelijke inkomsten hij overhevelt naar zijn privévermogen.7 Andersom kan de ondernemer geld overboeken van zijn privérekening naar zijn EIRL-rekening. Ook goederen kunnen worden overgeheveld van privé naar zakelijk en andersom.8 Voor latere afscheiding van registergoederen is weer een notariële akte en inschrijving in de openbare registers vereist.9 Een latere doelbestemming of onttrekking kan pas na publicatie aan de derde worden tegengeworpen. De ondernemer kan daartoe een tussentijdse actualisatie van het EIRL-vermogen deponeren of wachten tot de jaarlijks verplichte actualisatie. Of bij latere overheveling van vermogensbestanddelen naar het EIRL- vermogen enig verzetsrecht voor schuldeisers geldt, is onduidelijk. De wet zegt er niets over en in de literatuur lopen de meningen uiteen.10
Uitgangspunt is, zoals gezegd, dat privéschuldeisers zich uitsluitend op het privévermogen kunnen verhalen en dat zaakschuldeisers zich uitsluitend op het EIRL-vermogen kunnen verhalen. Biedt het privévermogen onvoldoende verhaal voor de privéschuldeisers, dan kunnen zij zich daarnaast verhalen op het EIRL-vermogen, tot een bedrag gelijk aan de (nog) niet naar privé overgehevelde winst over het afgelopen boekjaar.11 Of voor een individuele schuldeiser een uitzondering op de vermogensscheiding kan worden gemaakt, bijvoorbeeld doordat de ondernemer zich in privé borg stelt voor schulden die in zijn EIRL-vermogen vallen, wordt betwijfeld. Of de ondernemer overeenkomsten met zichzelf kan aangaan (zoals een geldlening van privé aan EIRL- vermogen of andersom) is onzeker.12