Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.3.1
9.3.1 De gevolgen van het six- en het two-pack voor het nationaal begrotingsproces
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS452873:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2009/10, 21501-07, 750, p. 12.
Kamerstukken II 2009/10, 21501-07, 750, p. 20-21.
Kamerstukken II 2009/10, 21501-07, 751, p. 2.
Kamerstukken II 2010/11, 21501-07, 759, p. 26.
Artikel 4, derde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Kamerstukken II 2012/13, 21501-07, 959, p. 4.
Kamerstukken II 2012/13, 21501-07, 959, p. 25.
Kamerstukken II 2012/13, 21501-07, 959, p. 26.
Kamerstukken II 2012/13, 21501-07, 959, p. 26.
Artikel 4, derde lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Zie voor het rapport: bijlage bij Kamerstukken II 2013/14, 31597, 7, en voor de correspondentie: Kamerstukken I 2014/15, 34000, N.
Kamerstukken II 2010/11, 21501-20, 537; Handelingen II 2010/11, 96, 2, p. 35; Handelingen II 2010/11, 96, 6, p. 60.
Kamerstukken II 2013/14, 21501-07, 1086.
Het six-pack zorgde, zoals hiervoor beschreven, voor de formele instelling van het Europees semester, de Europese kalender voor het multilateraal toezicht. Op grond daarvan moeten lidstaten in april hun stabiliteits- of convergentieprogramma’s (over de overheidsfinanciën) en hun nationale hervormingsprogramma’s (over groei en werkgelegenheid) inleveren bij de Europese Commissie.
Onder meer VVD-Kamerlid Ten Broeke vroeg zich af wat de gevolgen van het Europees semester zouden zijn voor het nationaal begrotingsproces.1 Meer in het bijzonder vreesde hij dat de Europese Commissie door het inleveren van het stabiliteitsprogramma, waarin inzicht wordt gegeven in de budgettaire plannen, eerder dan de Kamer op de hoogte zou zijn van de aankomende begrotingsplannen.
Volgens minister van Financiën De Jager was daarvan echter geen sprake. Hij stelde:
‘In het begin was er onduidelijkheid vanuit de Commissie over wat met dat semester werd bedoeld. Het leek erop alsof wij begrotingen al in het voorjaar zouden moeten opsturen naar de Commissie. Binnen ons systeem hebben wij in hoge mate al de informatie waarnaar de Commissie op zoek is. In onze Miljoenennota die uitkomt in september van het jaar ervoor, staat een meerjarige raming. Dat is iets wat heel veel landen niet hebben. Dat is dus al een heel belangrijk deel van de informatie. In het vroege voorjaar, februari/maart, komen wij in Nederland met het Centraal Economisch Plan dat een update bevat van de meerjarige planning en waarin tevens de inkomsten en de uitgaven worden geraamd. Het ziet ernaar uit dat wij met die bestaande processen de Commissie kunnen voorzien van de gevraagde informatie. […] Het lijkt er dus op dat wij onze processen niet behoeven aan te passen waar het gaat om vraag om informatie van de Commissie.’2
Een verslag van vergaderingen van de eurogroep en de Raad voor het parlement meldde bovendien het volgende:
‘Het verschil met het verleden is dat lidstaten geacht worden op hoofdlijnen meer in te gaan op de plannen voor het komende begrotingsjaar. In het verleden gingen lidstaten in de programma’s met name in op het lopende begrotingsjaar, waardoor het in praktijk vaak niet meer mogelijk was om de aanbevelingen van de Commissie en de Raad te verwerken in de begroting. Het Europese semester beoogt dus meer ex ante coördinatie. Aangezien Nederland een meerjarenbegrotingsystematiek kent, kan Nederland voldoen aan de nieuwe vereisten voor het Stabiliteitsprogramma zonder het nationale begrotingsproces aan te passen.’3
In een later debat antwoordde de minister van Financiën expliciet:
‘De heer Tony van Dijck heeft gevraagd of het parlement buitenspel staat bij het Europees semester. Het Nederlandse parlement staat niet buitenspel. Zoals het zich nu laat aanzien hoeven wij geen niet-openbare informatie te delen met de Commissie eerder dan dat die aan de Tweede Kamer is meegedeeld.’4
Naast de gevolgen van het six-pack en het daarin geregelde Europees semester voor het nationaal begrotingsproces, bevatte ook het two-pack bepalingen die de nationale begrotingscyclus raken. Zo was daarin opgenomen dat de begrotingen uiterlijk op 31 december moeten zijn aangenomen.5 Al tijdens de totstandkoming van het two-pack leidde dit punt tot discussie in de Tweede Kamer. Zo stelde VVD-Kamerlid Harbers tijdens een algemeen overleg:
‘Dat legt druk op het proces in de Tweede Kamer. Op dat punt moet de verordening specifiek voor Nederland ruimte bieden om de Eerste Kamer in het nieuwe jaar haar werk te kunnen laten doen.’6
Minister van Financiën Dijsselbloem reageerde:
‘De heer Harbers stelde een vraag over de twopackverordening. Hij zei dat die verordening ertoe leidt dat de Eerste Kamer voor het eind van het jaar de begroting goedgekeurd moet hebben, terwijl dat aan de overkant niet gebruikelijk is. Zal de verordening die ruimte wel bieden? Die zorgen zijn bekend en zijn ook gemeld door de Kamer. […] Ik denk dat die ruimte er in ieder geval moet zijn, maar dat zou wel betekenen dat er enige ruimte moet komen.’7
Harbers vervolgde:
‘Ik ben het er zeer mee eens dat die ruimte er moet zijn, maar dit is voor de minister wel een punt dat in de gaten gehouden moet worden bij de besluitvorming over die verordening. De ruimte kan bijvoorbeeld niet zijn dat wij als Tweede Kamer nog veel sneller ons werk moeten doen of niet in één instantie over alle begrotingen kunnen stemmen. Wij maken natuurlijk een integrale afweging, waarbij ook tussen begrotingen moet kunnen worden geschoven. Als de consequentie is dat wij daar bijvoorbeeld in november mee klaar moeten zijn omdat de Eerste Kamer dat allemaal in december moet doen, wordt het allemaal in grote mate haastwerk.’8
Dijsselbloem bleek voor dat standpunt veel begrip te hebben:
‘Ik ben lang genoeg Kamerlid geweest om mijn sympathie geheel bij u te leggen. Vervolgens moeten we die sympathie ook krijgen van de collega’s in Brussel, want daar bestaat natuurlijk de vrees dat er, als er een uitzondering komt voor een land, een uitzondering komt voor twee landen en voordat je het weet, is dan die grens van 1 januari weg. Het moet dus wel stevig worden geregeld, maar ik herhaal dat mijn sympathie bij u ligt. Ik weet dus waarvoor ik mij moet inzetten.’9
De verordening bevatte in de definitieve versie dan ook niet alleen de datum van 31 december, maar regelde eveneens dat de lidstaten moeten beschikken over zogenoemde uitgestelde begrotingsprocedures voor het geval dat de begroting vanwege ‘objectieve redenen buiten de macht van de overheid’ op uiterlijk die datum niet is aangenomen.10 Naar aanleiding van het two-pack en het rapport ‘Aandacht voor het parlementair budgetrecht in Europees perspectief’, dat door een werkgroep van de commissie voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer in september 2014 werd vastgesteld, vond correspondentie plaats tussen de Eerste Kamer enerzijds en de minister van Financiën en de minister-president anderzijds over een voorstel voor een versnelling van de begrotingsbehandeling.11 Tot op heden is de behandeling van de begroting echter niet ingrijpend gewijzigd.
Het laatste punt dat in dit kader van belang is, is een motie die door verschillende Tweede Kamerleden werd voorgesteld, waarin de regering werd verzocht om de landenspecifieke aanbevelingen die de Europese Commissie jaarlijks publiceert, een zelfstandige plaats te geven in de departementale begrotingen.12 Op die manier zou duidelijker worden welke rol de aanbevelingen speelden bij de opstelling van begrotingen. De Tweede Kamer nam deze motie aan. Andersom stuurde de regering de extra rapportages en budgettaire plannen die Nederland op grond van het six-pack en het two-pack moest opstellen, niet alleen naar de Europese Commissie, maar eveneens naar de Tweede Kamer, waarbij zij het voorbehoud van parlementaire goedkeuring maakte.13 Op die manier was de Kamer zowel goed op de hoogte van de aanbevelingen die de EU aan de regering gaf als van de voornemens die de regering naar de EU stuurde.