Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/6.1.2:6.1.2 Plan van behandeling
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/6.1.2
6.1.2 Plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS469160:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
178. In paragraaf 6.2 wordt onderzocht welke invulling door de Ondernemingskamer is gegeven aan haar bevoegdheid de verantwoordelijkheid voor het wanbeleid c.q. onjuiste beleid van de afzonderlijke bestuurders en commissarissen vast te stellen: welke rechtsvragen beantwoordt zij in dit kader? Ook bezie ik hoe de oordeelsvorming zich verhoudt tot die in de procedures op de voet van art. 2:9 BW en art. 2: 138(248) lid 1 BW en of zij strookt met de opvattingen van de Hoge Raad en het EHRM. Vervolgens wordt in de vorm van een procesrechtelijk intermezzo stilgestaan bij de werking van rechterlijke uitspraken, waarbij de aandacht vooral is gericht op het gezag van gewijsde en de voorshandse bewezenverklaring (paragraaf 6.3). In paragraaf 6.4 besteed ik eerst kort aandacht aan de vragen of de overwegingen in Laurus eveneens zien op de procedure tot kostenverhaal en welke de reikwijdte is van de (uiteindelijke) beslissing dat commissarissen in de tweede procedure geen recht op tegenbewijs toekomt. Vervolgens onderzoek ik mede aan de hand van enkele in paragraaf 6.2 weergegeven overwegingen welke de positie is van de bestuurders en commissarissen in de procedures op de voet van art. 2: 9 BW en art. 2: 138(248) BW indien hierin een beroep op het gezag van gewijsde zou worden toegewezen respectievelijk de rechter hetgeen bewezen dient te worden, voorshands bewezen verklaart. In aansluiting hierop doe ik een voorstel tot aanpassing van de wet (paragraaf 6.5). Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie (paragraaf 6.6).