Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.3.1.2:4.5.3.1.2 Vrijgevigheid
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.3.1.2
4.5.3.1.2 Vrijgevigheid
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291100:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 21 september 1988, zaak 50/87, BNB 1994/306, m.nt. Simons (Commissie/Frankrijk).
Anders: M.E. van Hilten, ‘De maatstaf van BTW-heffing: hoe subjectief is subjectief’, WFR 1995/76.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Commissie/Frankrijk-arrest1 hanteert het Hof van Justitie het begrip ‘vrijgevigheid’ in de context van gemeenten die vastgoed tegen lage prijzen verhuren aan verenigingen met een sociaal doel of aan ondernemingen die zich op hun grond komen vestigen. Deze activiteiten dragen volgens de Franse regering het kenmerk van vrijgevigheid. In de (authentieke) procestaal, het Frans, wordt het begrip ‘liberalité’ gebruikt. Het Nederlandse begrip ‘liberaliteit’ dat hiervan afgeleid is, kan volgens de Dikke Van Dale zowel ‘vrijgevigheid’ als een ‘handeling om niet’ betekenen. In de Nederlandse vertaling van het Commissie/Frankrijk-arrest is gekozen voor de eerste betekenis (‘vrijgevigheid’), terwijl in de Duitse vertaling is gekozen voor de tweede betekenis van dit begrip (‘unentgeltliche Zuwendung’). Het is naar mijn mening mogelijk om beide betekenissen met elkaar te verzoenen door het begrip ‘vrijgevigheid’ niet vanuit het subject, maar vanuit het object te benaderen. Alsdan is niet beslissend of degene die de vastgoedtransactie tegen een lage prijs verricht een bevoordelingsoogmerk heeft, maar of de (bedongen) vergoeding voor de vastgoedtransactie zo laag is dat die redelijkerwijs niet aan te merken is als de tegenprestatie.2 Of anders gezegd: de vergoeding voor de vastgoedtransactie is zo laag dat de wederkerigheid ontbreekt.