Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/3.3.1
3.3.1 De maatschappelijke functie van rsl
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633765:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bernts 2016, p. 17; zie ook Van Bijsterveld 2012b, p. 4.
Hijmans 1994, p. 9.
Chryssides & Geaves 2007, p. 20-22, 33.
Calhoun 2014, p. 149.
Zie voor het verslag van dit debat De Roest 2014, p. 29; Habermas 2019, p. 85-91.
Sociologen als Steve Bruce en Bryan Wilson.
Deze theorie uit de 20e eeuw houdt in dat met de modernisering van de samenleving religieuze denkwijzen, praktijken en instituties hun sociale betekenis verliezen en geen effect op de samenleving meer hebben. Zie daarvoor De Hart 2013, p. 207; Van Bijsterveld 2013, p. 392, vtn. 19.
De Roest 2014, p. 30.
Van de Donk & Plum 2006, p. 28, 29.
Bowie 2006, p. 15
Trouw 26 april 2018.
Andere sociologen spreken van ‘desecularisatie’ en ‘neosecularisering’; Van de Donk & Plum 2006, p. 34.
Zie voor de gedachte dat ook in Nederland inmiddels sprake zou zijn van een postseculiere samenleving Van de Donk & Plum 2006, p. 29-31.
Zie voor het verslag van dit debat De Roest 2014, p. 30; Habermas 2019, p. 85-91.
Van de Donk & Plum 2006, p. 35.
Begrippen als autonomie, individualiteit, emancipatie en solidariteit vinden hun oorsprong in joods-christelijke denkbeelden. Zo zou de mens als beelddrager van God geleid hebben tot de uniciteit en onvervangbare waarde van het individu. Zie De Roest 2014, p. 34.
Zie http://www.signandsight.com/features/1714.html, laatst geraadpleegd op 29 november 2021.
Dat wil zeggen mits ze vertaald worden in een seculier idioom en een universeel toegankelijke taal; Mendieta & VanAntwerpen 2014, p. 17 en De Roest 2014, p. 40, 41.
Vanheeswijck 2014, p. 9; Mendieta & VanAntwerpen 2014, p. 17.
De Roest 2014, p. 31-33.
Dit is het voor iedereen toegankelijke domein in de samenleving, de ruimte tussen thuis, werk en overheid; zie De Jong-van den Berg 2014, p. 14. De socioloog Casanova maakt een opdeling van het publieke domein in drie soorten openbaarheid: de staat, de politieke samenleving en de burgerlijke samenleving; zie Van de Donk & Plum 2006, p. 47, 48. Anderen onderscheiden deze drie subdomeinen in het publieke domein: de markt, de staat en de civil society; zie daarvoor o.a. Koffeman 2016, p. 47.
Calhoun 2014, p. 163.
Calhoun 2014, p. 164.
Mendieta & VanAntwerpen 2014, p. 25.
Mendieta & VanAntwerpen 2014, p. 26.
De Roest 2014, p. 42
Schilderman 2006, p. 398.
Van Oudenhoven, Pomp & Sluis 2015, p. 287, 288.
Van Bijsterveld 2012-a, p. 19.
De Hart & Dekker 2006, p. 139.
Robinson 2014, p. 43.
Van Bijsterveld 2018, p. 30, 32, 37, 98, 165.
Bernts (red.) 2004, p. 28-30, 34.
Bernts (red.) 2004, p. 13, 34, 147.
De Hart 2013, p. 55.
Kronjee & Lampert 2006, p. 180-183, 186, 192-194.
Schilderman 2006, p. 396, 400, 404, 408-411.
Uit: Bernts 2016, p. 41.
Bernts 2016, p. 41.
Bernts 2016, p. 38, 44.
https://oxford.universitypressscholarship.com/view/10.1093/acprof:oso/9780195305418.001.0001/acprof-9780195305418-chapter-1#:~:text=Grace%20Davie&text=This%20chapter%20examines%20the%20concept,what%20the%20minority%20is%20doing., laatst geraadpleegd op 29 november 2021.
Bernts 2016, p. 38.
De Hart 2014, p. 9, 35.
Van den Belt & Moret 2010, p. 17, 22, 235, 241
Het christendom heeft zijn sporen achtergelaten in de Nederlandse cultuur. Bernts noemt in dat kader: de kalender van feestdagen, de vrije zondag, de jaarlijkse evenementen rondom de Matthäus Passion, de bede in de troonrede, maar ook het respect voor de vrijheid en gelijkheid van het individu en het geloof in een permanente vooruitgang en doelgerichtheid van de geschiedenis.1 Maar welk maatschappelijk belang dient religie nu nog in de (Nederlandse) samenleving?
In paragraaf 2.3.1 is de definitie van religie van de godsdienstsocioloog Yinger aan de orde gekomen. Hij omschrijft religie als “a system of beliefs and practices by means of which a group of people struggles with these ultimate problems of human life. It expresses their refusal to capitulate to death, to give up in the face of frustration, to allow hostility to tear apart their human aspirations”. De ‘ultimate problems of human life’ zien op vragen naar het waarom van het menselijk bestaan, van het lijden en van de dood. Volgens deze definitie biedt religie haar aanhangers opvattingen en praktijken alsook hoop en steun om de strijd met deze ultieme problemen aan te gaan en het leven aan te kunnen.2 Religie moedigt hen ertoe aan zich in te zetten voor een betere wereld of voor een hoger doel in een andere wereld. Hoewel sport bepaalde functies, kenmerken en waarden met religie gemeen heeft, zien Chryssides en Geaves belangrijke verschillen daartussen. Zo houdt sport zich niet bezig met ultieme problemen in het leven van de mens en biedt ze geen leiding bij specifieke dilemma’s in het leven. Het kenmerkende verschil tussen religie en ideologie ligt naar hun mening in het feit dat religie verwijst naar transcendente doelen boven en buiten de stoffelijke wereld.3
In een publiek debat tussen vier filosofen (Judith Butler, Jürgen Habermas, Charles Taylor en Cornel West) op 22 oktober 2009 in New York City stond de kracht van religie in de openbare sfeer centraal. Volgens Habermas, de belangrijkste sociale en politieke theoreticus van deze tijd4 en naar eigen zeggen een agnost met een ambivalente houding naar religie, heeft secularisatie in de Westerse samenleving niet geleid tot het einde van geloofsgemeenschappen of van godsdienst.5 Fervente aanhangers6 van de secularisatiethese7 verwachten niet dat religiositeit zal verdwijnen omdat de vraag naar zingeving onvermijdelijk tot het menszijn behoort.8 Zo zou volgens Van de Donk en Plum de socioloog Durkheim (1858-1917) – een van de geestelijke vaders van de seculariseringsgedachte – al voorspeld hebben dat religie juist vanwege haar publieke functie nooit haar sociale betekenis zou verliezen. De samenleving heeft religie immers nodig voor de sociale cohesie en voor het versterken van de collectieve gevoelens en ideeën. Wel zou religie volgens hem een transformatie ondergaan tot nieuwe vormen die beter bij de moderne wereld zouden aansluiten.9 Voor Durkheim is religie een middel voor symbolische uitingen over de samenleving, een projectie van sociale waarden van de maatschappij, aldus Bowie.10 De voorspelling van Durkheim lijkt bewaarheid te zijn: in 2018 luidde een krantenkop in het dagblad Trouw ‘Religie is here to stay’.11 Niet-gelovige publicisten constateren volgens dit artikel ‘een gat van spirituele leegte’, waarbij rsl een belangrijke rol kunnen vervullen. Die ontwikkeling is deels te verklaren door de immigratie van moslims en niet-westerse christenen, maar ook bij de andere bevolkingsgroepen doet zich een toenemende behoefte naar zingeving, aldus het artikel.
Habermas stelde tijdens het eerdergenoemde debat dat religie in de huidige ‘postseculiere’12 samenleving13 centrale aandacht verdient.14 Met deze term doelde hij op een voortgaande seculariserende samenleving die zich instelt op het voorbestaan van religieuze gemeenschappen.15 Eeuwenlang hebben religieuze tradities innovatieve impulsen16 aan het morele denken gegeven. Ze hebben nog steeds een inspirerende kracht voor de samenleving, zodat religie naar zijn mening een potentiële bron van vernieuwing blijft. Hij sprak van de ‘morele intuïtie’ die religieuze organisaties als een nuttige bijdrage aan het debat kunnen leveren.17 Religieuze noties zijn belangrijk voor maatschappelijke discussies en onder voorwaarden18 voor wetgeving. Religieuze ideeën vormen een relevante bijdrage aan het debat over tolerantie in een seculiere samenleving. Religieuze praktijken en perspectieven blijken in de postseculiere samenleving de schaarse hoofdbronnen voor de waarden die een ethiek van multicultureel burgerschap voeden en die zowel solidariteit als gelijk respect afdwingen.19
De zingevende functie van religie zou de schaduwkanten van het menselijk bestaan dragelijk maken en troost bieden, dit in tegenstelling tot de filosofie, die nooit een uitputtend antwoord kan geven op de basisrisico’s van het leven – zoals schuld, eenzaamheid, ziekte en dood – en de mens daarbij ongetroost laat.20 Het weren van religie uit de publieke ruimte21 werkt in de visie van Habermas en Taylor ondermijnend voor solidariteit en de creativiteit waarnaar deze denkers op zoek zijn.22 Butler achtte religieuze bronnen van ethisch inzicht uiterst belangrijk juist op het moment dat beraadslaging in de publieke ruimte vastloopt. Religie kan als gids dienen voor het handelen bij verdeeldheid.23 West erkende de kracht van religie in de publieke ruimte, die voortkomt uit diverse religieuze tradities als opslagplaatsen van het culturele geheugen, waarbij religieuze perspectieven uiteenlopende morele visies verzorgen en als een kompas fungeren.24 Calhoun, een van de organisatoren van het debat, benadrukte de onophoudelijke bijdrage van de religie tot de eigentijdse culturele, politieke, maatschappelijke en wijsgerige debatten en stromingen.25
Geïnspireerd door de visie van Habermas bezien ook Nederlandse denkers als De Roest religie als een sleutelbron voor identiteitsvorming en zingeving van het leven.26 Schilderman onderstreept dat de identiteit die religie sticht door het bieden van referentiekaders in de overdracht van cultureel erfgoed zowel een sociaal als moreel karakter heeft.27 Juist door haar morele dimensie is religie “involverender, zelfs dwingender dan andere aspecten van een groep, zoals taal of opleidingsniveau”, constateren Van Oudenhoven, Pomp & Sluis.28 Dit is omdat religie volgens hen haar aanhangers voorschrijft welke deugden zij in hun leven moeten nastreven om een goed mens te zijn. Religies geven antwoord op vragen van zingeving van het menselijk bestaan zoals: Wie zijn wij? Hoe moeten wij leven? Hoe moeten wij ons verhouden tot de naaste en de wereld om ons heen? Wat is waardevol? Van Bijsterveld benadrukt dat andere invloedsferen zoals overheid en markt hierin niet kunnen voorzien.29 Volgens De Hart en Dekker vormt religie een inspiratiebron en achtergrond van individueel handelen.30 Robinson ziet de meerwaarde van religie vooral in een ethisch substraat dat kan worden afgeleid uit godsdiensten met verbindende en vredelievende denkbeelden die een integrerende werking binnen de samenleving hebben.31
Religie doet dus meer dan voorzien in persoonlijke zingeving. Van Bijsterveld wijst op de maatschappelijke dimensie van religie: godsdienst impliceert het duiden van menselijke waarden en waardigheid en het hebben van mens- en maatschappijbeelden die doorwerken in de samenleving. Religie biedt maatschappelijke en morele oriëntaties, die tot sociale, morele en maatschappelijke binding leiden. Ze geeft input aan de morele discussie en vormt een kritisch element tegenover samenleving, overheid en overheidsbeleid. Verder creëert religie sociale, zingevende gemeenschappen, die diverse vormen van cultureel erfgoed bewaken en beheren.32 Religie genereert sociaal kapitaal, zoals blijkt uit haar morele en rituele functie in het maatschappelijke leven en de inzet en betrokkenheid van gelovigen bij de samenleving.33 Ze vormt ook een bron van moreel kapitaal door een moreel houvast te bieden en een rituele functie te vervullen in het privéleven. Moreel kapitaal duidt op de morele of psychische kracht van een individu, het hebben van persoonlijke eigenschappen en vaardigheden die iemand in staat stellen goed om te gaan met tegenslagen in het leven. De term omvat zingeving, rituele vormgeving, verankering van waarden en normen en geestelijke gezondheid.34 Internationale onderzoeken wijzen uit dat religie voor gelovigen een psychologische hulpbron is, een emotioneel voordeel dat waarneembaar is ongeacht nationale verschillen. De conclusie van deze onderzoeken is echter niet dat gelovigen tevredener of gelukkiger zijn dan anderen. Wel blijkt een positief, zij het niet eenduidig, verband te bestaan tussen religiositeit (geloof en actieve deelname) en mentale en fysieke gezondheid.35 Kronjee en Lampert constateren dat een transcendente (religieuze dan wel spirituele) of humanistische oriëntatie vaker gepaard gaat met actief, verantwoordelijk en betrokken burgerschap terwijl de levensbeschouwing van de niet-religieuze, niet-humanistische categorie zich kenmerkt door een wantrouwige en intolerante houding, een nihilistische levensvisie en een afzijdige, minst maatschappelijk betrokken burgerschapsstijl.36 Schilderman duidt het sociaal-culturele belang van religie aan met religieus kapitaal, dat verwijst naar alle met een religieuze cultuur verbonden bekwaamheden, ervaringen en vertrouwensbanden tezamen die in de samenleving kunnen worden geïnvesteerd, zoals in de (geestelijke) zorg.37
Het maatschappelijk belang van religie in haar diverse rollen is weergegeven in tabel 3.3., waarvoor ik de gegevens heb ontleend aan God in Nederland 1966-2015 van Bernts en Berghuijs.38
Tabel 3.3. Maatschappelijk belang van religie, per meetjaar
Vindt religie heel of enigszins belangrijk*
2006
2015
Bij levensmomenten als geboorte en overlijden: rituele rol
73%
59%
Bij herdenkingen: rituele rol
70%
53%
Bij rampen: rituele rol
70%
49%
Bij nationale feestelijkheden: rituele rol
56%
36%
Bij de opvoeding van kinderen: normatieve rol
67%
51%
Voor het behoud van waarden en normen: normatieve rol
74%
55%
Om ons voor te houden hoe we goed moeten samenleven: normatieve rol
63%
45%
Voor het wijzen op maatschappelijke misstanden: maatschappijkritische rol
64%
39%
Om te wijzen op het belang van soberheid: maatschappijkritische rol
54%
35%
Om een luis in de pels te zijn van machthebbers: maatschappijkritische rol
48%
27%
Voor onze identiteit als Nederlander: identificerende rol
48%
35%
Voor onze identiteit als Europeaan: identificerende rol
47%
31%
*Exclusief weet niet/geen mening; per stelling in 2006 1-4% en in 2015 5-11%. Bij de stelling ‘om een luis in de pels te zijn van de machthebbers’ is het percentage weet niet/geen mening hoger: in 2006 11% en in 2015 23%.
Zoals uit deze tabel blijkt, is tussen de meetjaren 2006 en 2015 het belang dat Nederlanders aan de rol van religie in de samenleving hechten, met veelal een kwart tot een derde afgenomen. Dit is toe te schrijven aan het toegenomen aantal seculieren die minder bekend zijn met religie.39 Voor kerkleden ligt het belang van religie voor de hand. Binnen de categorie buitenkerkelijken blijkt ‘vicarious religion’ (plaatsvervangende rol van religie in de samenleving) beperkt te zijn tot de groep ongebonden gelovigen, in de zin dat zij voor het geloof een maatschappelijke rol zien weggelegd.40
De term ‘vicarious religion’ is gemunt door Davie. Zij geeft de volgende definitie daarvan: “the notion of religion performed by an active minority but on behalf of a much larger number, who (implicitly at least) not only understand, but approve of what the minority is doing.”41 Daarmee doelt zij op de rol die kerken namens of ten behoeve van een aanzienlijk deel van de samenleving vervullen bij herdenkingen, sociale zorg of morele oproepen.42 De Hart wijst in dit verband op gebruikmaking van kerken bij biografische overgangsmomenten, nationale gebeurtenissen of collectieve rouwverwerking.43
Uit God in Nederland 1966-2015 van Bernts & Berghuijs blijkt weliswaar dat het belang dat Nederlanders aan de rol van religie in de samenleving hechten, is afgenomen maar uit eerder onderzoek van Van den Belt & Moret volgt dat de Nederlandse samenleving een toenemende belangstelling toont voor morele en ethische zingevingsvraagstukken en ruimte biedt voor spirituele en levensbeschouwelijke uitingen.44 Zo is in de arbeidswetgeving en in CAO’s het een en ander over geloof en spiritualiteit in het arbeidsproces vastgelegd.45