Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/3.3.3:3.3.3 Subjectieve voordelen
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/3.3.3
3.3.3 Subjectieve voordelen
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414399:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie literatuur hierboven het eerste (objectieve) voordeel.
Rb. Maastricht 11 juni 1987, Prg. 1987, nr. 2785.
Deze zaak speelde onder het EEX voor het Derde Toetredingsverdrag. Sinds de wijziging van art. 17 EEX door het Derde Toetredingsverdrag is een forumkeuze in arbeidsverhoudingen nog slechts in beperkte mate mogelijk (art. 21 EEX-V°/17 lid 5 Verdrag). In veel gevallen zal sinds het Derde Toetredingsverdrag in arbeidsverhoudingen zo'n situatie in arbeidsverhoudingen door een forumkeuze moeilijker kunnen worden voorkomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een forumkeuze heeft soms in overwegende mate voordelen voor één partij. Dat is meestal de partij die de algemene voorwaarden gebruikt waarin de forumkeuze voorkomt of de penvoerder die zijn positie gebruikt om de andere partij(en) een bepaalde rechter op te leggen die voor hem gunstig lijkt. Deze voordelen noem ik subjectief, omdat zij afhangen van de processuele positie van partijen.
In deze categorie voordelen vallen allereerst voordelen die kunnen worden bereikt door een forumkeuze: een procedure voor het gerecht van de eigen woonplaats, in de eigen taal, vertegenwoordigd door de huisadvocaat, zonder grote reis- en verblijfkosten, etc. Een procedure voor de gekozen rechter kan dus om uiteenlopende redenen procedureel, financieel of psychologisch voordelig zijn. Het maakt ook de drempel tot procederen voor deze partij lager, terwijl een tegenpartij ontmoedigd wordt om procedures in den vreemde te beginnen. In de praktijk is dit een motief voor het opnemen van een forumkeuze in overeenkomsten en algemene voorwaarden in het bijzonder. In de doctrine is daarentegen het meest genoemde voordeel de zekerheid omtrent de bevoegdheid.1 Zelden zullen partijen zich daarvan echter bewust zijn; het gaat hen om een voordeel dat direct, duidelijk en tastbaar is. Een procedurele afweging — mogelijke scenario's in geval van een procedure — wordt meestal niet gemaakt. De alternatieve fora zijn vaak onbekend en spelen geen rol van betekenis.
Voorts kan als subjectief voordeel worden vermeld, de indirecte beperking van aansprakelijkheid. Indien één der partijen een vordering van relatief geringe omvang heeft, zal invordering in rechte doorgaans achterwege blijven indien het proces op grond van een forumkeuze in een ver (of duur) land moet plaatsvinden. Procederen in het buitenland brengt nagenoeg altijd extra kosten met zich. Deze kosten moeten opwegen tegen de hoogte van het te vorderen bedrag. In de praktijk geldt dit 'voordeel' met name voor kleine ladingschades, indien op grond van het cognossement in een ander land moet worden geprocedeerd.
Ook kan worden gedacht aan concernverhoudingen waarbij de holding-vennootschap de voorkeur geeft aan concentratie van procedures van concernvennootschappen voor de rechter van haar maatschappelijke zetel of de plaats waar de juridische dienst is gevestigd. Aldaar zal zich meestal ook de huisadvocaat bevinden. In concernverhoudingen is tevens van belang dat vaak gestandaardiseerde overeenkomsten in het concern in gebruik zijn. Interpretatie van de gestandaardiseerde overeenkomsten door één gerecht verdient in dat geval de voorkeur. Bovendien bestaat het risico dat gerechten verschillend gaan oordelen over de aansprakelijkheid ingeval van gebrekkige diensten of producten die concernvennootschappen hebben verricht c.q. geleverd. Concentratie van de geschillen bij één gerecht voorkomt dit probleem voor het concern. Ter illustratie verwijs ik naar een zaak die is berecht door de Rb. Maastricht.2 Een directeur die voor verschillende dochtervennootschappen van één concern werkzaam was, werd ontslagen. Vervolgens sprak de directeur twee vennootschappen aan tot betaling van schadevergoeding in gelijktijdige procedures in Nederland en Duitsland. De directeur verkreeg vervolgens twee vonnissen waarbij schadevergoeding werd toegewezen, hoewel het de facto ging om dezelfde arbeidsverhouding.3 Afgezien van de mogelijke toepasselijkheid van de art. 27 en 28 EEX-V°/21 en 22 Verdrag hadden deze tegenstrijdige rechterlijke beslissingen vermeden kunnen worden door een forumkeuze.