Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.2.2.4.c
2.2.2.4.c De agendering van een bindende voordracht
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649597:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Voor de benoeming van commissarissen geldt binnen het structuurregime de voordracht ex art. 2:158 lid 4/268 lid 4 BW. Deze voordracht kan niet worden doorbroken. Zij kan wel worden afgewezen, zie art. 2:158 lid 9/268 lid 9 BW.
Kemp & Renshof 2020.
Asser/Rensen 2-III 2017, nr. 146; Kollen 2007, p. 283.
Het ontnemen van het bindend karakter aan de voordracht gebeurt bij de BV bij een besluit genomen met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, welke twee derden meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen (art. 2:243 lid 2 BW). Bij de NV is ook een twee derden meerderheid nodig, maar is het blijkens de wettekst genoeg dat de uitgebrachte stemmen meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen (2:133 lid 2 BW). Ook voor de NV is echter bedoeld dat de meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen meer dan de helft van het geplaatste kapitaal moeten vertegenwoordigen. Zie Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 248.
Vgl. Dumoulin 2003, p. 57 in het kader van amendering. Wellicht anders meent Van Olffen 2020, p. 264. T.a.p. heeft hij het over de mogelijkheid dat een aandeelhouder op de voet van art. 2:114a BW verzoekt naast de door de vennootschap voorgestelde kandidaat een andere kandidaat ter benoeming voor te dragen.
De mogelijkheid van het inroepen van de bedenktijd van art. 2:114b BW laat ik hier buiten beschouwing. Zie daarover par. 6.3.3.2.
Art. 2:142 lid 2 BW verklaart art. 2:133 lid 3 BW niet van overeenkomstige toepassing voor de benoeming van commissarissen. Dit betreft een omissie van de wetgever (vgl. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 410 en Van der Heijden/Dortmond 2013, nr. 284). Zie over de vraag of een mislukt doorbrekingsbesluit ook als benoemingsbesluit geldt als in de statuten zwaardere eisen aan een benoemingsbesluit worden gesteld dan aan een doorbrekingsbesluit o.a. Nowak & Van den Ingh 2007, p. 132 en Dortmond 2009, p. 511-512.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 248 en m.b.t. de vereniging Kollen 2007, p. 284. Dat de algemene vergadering na doorbreking in principe bevoegd is zelf tot benoeming over te gaan blijkt uit Kamerstukken II 2006/07 31 058, nr. 3, p. 93. Zie voorts Nowak & Van den Ingh 2007, p. 132 en Dortmond, Kroeze & Nowak 2010, p. 61.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 248. Zie voor de vereniging Asser/Rensen 2-III 2017, nr. 146 en Kollen 2007, p. 284. Over de toelaatbaarheid van de repeterende bindende voordracht kan worden getwist. Bijv. Schut & Anker 2003, p. 474 achtten de repeterende bindende voordracht niet toelaatbaar.
In gelijke zin Kemp & Renshof 2020, p. 55, voetnoot 34. Kennelijk (deels) anders Van Olffen 2020, p. 264. T.a.p. schrijft hij dat als tijdens een ingeroepen bedenktijd de vennootschap voor de benoeming van een bestuurder een bindende voordracht heeft opgesteld, een aandeelhouder o.g.v. art. 2:114a BW kan verzoeken te mogen stemmen over het doorbreken van die voordracht. Ik zou menen dat dit agendapunt reeds de stemming over het doorbreken impliceert, tenzij er meerdere personen op de voordracht staan. In het laatste geval ben ik het eens met Van Olffen: de aandeelhouder kan dan verzoeken om doorbreking van de voordracht.
Kamerstukken II 2009/10, 31 058, nr. 17 (Amendement), waarover Boschma e.a. 2017, p. 34.
Welk besluit het bestuur dient uit te voeren. Dat wil zeggen dat als de algemene vergadering ervoor kiest om zelf te benoemen, het bestuur de agenda voor de volgende vergadering overeenkomstig moet inrichten. Het keuzebesluit moet niet worden gezien als een aan het bestuur gericht verzoek ex art. 2:114a/224a BW of art. 2:110/220 BW. Voor het bestuur van de beursvennootschap behoort het inroepen van de responstijd of de wettelijke bedenktijd dan ook niet tot de mogelijkheden. Het keuzebesluit is evenmin een tot het bestuur gerichte aanwijzing. Vgl. Kemp & Renshof 2020, p. 65.
Dortmond 2009, p. 510.
Schut & Anker 2003, p. 470-471, Dortmond 2009, p. 510-511 en vgl. (ten aanzien van het verenigingsrecht) Asser/Rensen 2-III 2017, nr. 146 en Kollen 2007, p. 284.
In gelijke zin Dortmond 2009, p. 510. Vgl. Schut & Anker 2003, p. 475. Zie ook Kemp & Renshof 2020, p. 58.
Inhoudende dat slechts gestemd kan worden over de benoeming van in de agenda genoemde kandidaten. Zie hiervoor.
Mits de besluitvorming over de na de doorbreking te maken keuze in de toelichting op het agendapunt gecommuniceerd is. Als dat niet het geval is, is niet alleen het keuzebesluit vernietigbaar, maar ook het latere, daarop gebaseerde benoemingsbesluit.
Vgl. Dortmond 2009, p. 511.
Vgl. Dortmond, Kroeze & Nowak 2010, p. 61 en Schut & Anker 2003, p. 470.
Als het aankomt op het vermelden van de te behandelen onderwerpen is de voordracht voor benoeming van leden van de vennootschapsleiding een vreemde eend in de bijt.
Er bestaan verschillende ‘typen’ voordrachten. Allereerst moet een onderscheid worden gemaakt tussen de voordracht voor de benoeming van een bestuurder (art. 2:133/243 BW) en de voordracht voor de benoeming van een commissaris (art. 2:142 lid 2/252 lid 2 BW).1 Vervolgens is het van belang te zien dat een voordracht voor de benoeming van een bestuurder of een commissaris (i) bindend of niet-bindend kan zijn, (ii) één of meerdere kandidaten voor de functie kan bevatten, en (iii) wel of geen repeterend karakter kan hebben.
In deze paragraaf neem ik tot uitgangspunt de niet-repeterende bindende voordracht voor de benoeming van een bestuurder met op de voordracht één kandidaat. Wat betreft het genus bindende voordrachten, spelen de meeste aan agendering gerelateerde vragen namelijk rondom dit species. Voordat ik aan de bespreking toekom, duid ik dit type voordracht nader. Voor een overzicht van het gebruik van (de verschillende typen) voordrachtsrechten door beursvennootschappen verwijs ik naar het onderzoek van Kemp en Renshof.2
Een bindende voordracht is een voorstel tot benoeming waarvan de algemene vergadering niet kan afwijken.3 De algemene vergadering kan wel aan de voordracht het bindend karakter ontnemen.4 Als voor de benoeming een bindende voordracht geldt, brengt dit met zich dat agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffers niet kunnen eisen dat een andere persoon ter stemming aan de voordracht wordt toegevoegd.5 Wel kan de agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer met recht verlangen dat over de benoeming van een ander dan de in de voordracht genoemde(n) gestemd wordt, onder de voorwaarde dat degene die is of zijn voorgedragen niet wordt dan wel worden benoemd.6 In art. 2:133/243 lid 3 BW is over de bindende voordracht bestaande uit één kandidaat bepaald:
“Indien de voordracht één kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, heeft een besluit over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is benoemd, tenzij het bindend karakter aan de voordracht wordt ontnomen.”7
Als de algemene vergadering het bindend karakter aan een voordracht ontneemt, dient zij een keuze te maken. Zij dient ofwel degene die bevoegd is een voordracht op te maken te verzoeken een nieuwe (al dan niet bindende) voordracht op te maken, ofwel zelf (zonder voordracht) een bestuurder te benoemen.8 Dit is slechts anders als de statuten bepalen dat na de doorbreking gelegenheid moet worden gegeven om een nieuwe voordracht op te maken. In dat geval is sprake van een zogeheten ‘repeterende bindende voordracht’.9 De algemene vergadering heeft dan niets te kiezen. Het standaard agendapunt dat besluitvorming over de benoeming van een voorgedragen bestuurder aankondigt, ziet er als volgt uit:
“Samenstelling Raad van Bestuur
Benoeming van mevrouw X als lid van de Raad van bestuur (stempunt)”
Doorgaans wordt in de toelichting op het agendapunt uiteengezet hoe de voordracht tot stand is gekomen en of deze bindend is of niet. Kondigt dit agendapunt in samenhang met de toelichting erop nu slechts besluitvorming over de benoeming van mevrouw X aan, of ook besluitvorming over (de doorbreking van) de voordracht? Ik meen dat het laatste het geval is.10 Kandidaat X kan benoemd worden of niet. Zij wordt slechts niet benoemd als degenen die tegen haar benoeming stemmen, ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen vertegenwoordigen, welke twee derden meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.11 Behalve dat kandidaat X in dat geval niet is benoemd, is mijns inziens ook de voordracht automatisch doorbroken. De reden is erin gelegen dat in de wet staat dat de algemene vergadering ‘steeds’ het bindend karakter aan de voordracht kan ontnemen, en dat als de voordracht één kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, een besluit over de voordracht tot gevolg heeft dat de kandidaat wordt benoemd, tenzij het bindend karakter aan de voordracht wordt ontnomen (art. 2:133 lid 2 en lid 3/243 lid 2 en lid 3 BW). Ik leid hieruit af dat als op de voordracht één kandidaat staat, de stemming ziet op zowel de benoeming als de doorbreking van de voordracht. Deze lezing van de wet past ook bij de ratio van de bindende voordracht bestaande uit één kandidaat. Die ratio is te voorkomen dat de algemene vergadering eerst formeel moet stemmen over de wenselijkheid om de voordracht te doorbreken en vervolgens afzonderlijk moet stemmen over het benoemingsbesluit.12
De wet kan ook zo worden gelezen dat het woord ‘steeds’ slechts ziet op de meerderheid die nodig is om het doorbrekingsbesluit te nemen. Ik volg die lezing niet omdat in deze lezing aan het woord “steeds” geen zelfstandige betekenis toekomt. Als de wetgever slechts tot uitdrukking had willen brengen dat het doorbrekingsbesluit wordt genomen met de in het artikel genoemde meerderheid, dan had zij het woord “steeds” achterwege kunnen laten.
Hoewel het na lezing van het agendapunt (inclusief de toelichting daarop) wellicht niet altijd meteen duidelijk is dat met de stemming over de benoeming ook wordt gestemd over de doorbreking van de voordracht, is dat wel wat er gebeurt. De vennootschapsleiding kan er om die reden voor kiezen om zulks in de toelichting op het agendapunt te verduidelijken. Mijns inziens verdient het aanbeveling dat te doen.
Het alternatief is dat het agendapunt slechts besluitvorming over de benoeming aankondigt, maar geen besluitvorming over (doorbreking van) de voordracht, tenzij de toelichting uitdrukkelijk anders beschrijft. Deze opvatting brengt met zich dat ook als met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen vertegenwoordigende meer dan de helft van het geplaatste kapitaal tegen de benoeming van mevrouw X wordt gestemd, de voordracht niet is doorbroken en dus blijft bestaan. Over doorbreking wordt dan slechts gestemd als tijdens de behandeling van het agendapunt iemand een voorstel daartoe doet en dat voorstel in stemming wordt gebracht. Mijns inziens kan niet worden volgehouden dat de algemene vergadering dan ‘steeds’ het bindend karakter aan de voordracht kan ontnemen. Te meer niet nu bij beursgenoteerde vennootschappen dan veelal slechts een relatief klein gedeelte van het geplaatste kapitaal zal kunnen stemmen over een ter vergadering ingediend voorstel tot doorbreking van de voordracht. Zie in verband met dit laatste par. 2.4.4.5.
Ik schreef reeds dat de algemene vergadering na de doorbreking van een niet repeterende bindende voordracht een keuze moet maken. Zij moet kiezen of zij degene die de voordracht opmaakt om een nieuwe (al dan niet bindende) voordracht vraagt, of dat zij zelf (zonder voordracht) een bestuurder benoemt. Deze keuze geschiedt door middel van een besluit van de algemene vergadering.13 Als nu de toelichting op het agendapunt dat de besluitvorming over de benoeming (en de doorbreking) aankondigt niet duidelijk maakt dat in geval van doorbreking van de voordracht deze keuze gemaakt moet worden, is het keuzebesluit vernietigbaar op grond van art. 2:114 lid 2/224 lid 2 BW. Het is dan immers niet aangekondigd.
Bij het afgeven van een stemvolmacht moet ermee rekening worden gehouden dat de mogelijkheid bestaat dat deze keuze gemaakt moet worden.
De vraag komt op of, indien de algemene vergadering er na doorbreking voor kiest om zonder nieuwe voordracht te benoemen (de zogeheten ‘vrije’ benoeming),14 besluitvorming over die vrije benoeming nog in dezelfde algemene vergadering kan geschieden. Dit kan in elk geval niet als de statuten van de vennootschap bepalen dat, indien op de agenda voor een algemene vergadering een voorstel tot benoeming van een bepaalde persoon wordt geplaatst, alleen over de benoeming van die persoon kan worden gestemd.15 Maar ook als de statuten niet in een dergelijke bepaling voorzien, zou ik niet zonder meer willen aannemen dat de algemene vergadering nog in dezelfde vergadering een ander tot bestuurder kan benoemen. In par. 2.2.2.3 schreef ik dat naar mijn mening bij beursvennootschappen besluitpunten altijd in de vorm van een concreet voorstel moeten zijn gegoten. In par. 2.2.2.4.a voegde ik daaraan toe dat om deze reden bij beursvennootschappen het agendapunt dat besluitvorming over een benoeming aankondigt altijd een of meer kandidaten voor de te vervullen functie moet vermelden, ongeacht of de statuten een voordracht voorschrijven.
Als de statuten van de beursvennootschap geen, al dan niet bindende, voordracht voor de benoeming voorschrijven, moeten mijns inziens agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffers tijdig in de gelegenheid worden gesteld om kandidaten voor de benoeming aan te dragen.
Het voorgaande brengt met zich dat bij beursvennootschappen vrije benoeming niet mogelijk is in dezelfde vergadering als die waarin de voordracht doorbroken is.16 Althans, het besluit dat aan de vrije benoeming in die vergadering ten grondslag ligt, is vernietigbaar op grond van art. 2:114 lid 2/224 lid 2 BW. Bij niet-beursvennootschappen is naar mijn mening vrije benoeming, behoudens andersluidende statutaire bepalingen,17 wel mogelijk in dezelfde vergadering als die waarin de voordracht doorbroken is.18
Een en ander brengt met zich dat ook als de algemene vergadering van een beursvennootschap ervoor kiest een ‘eigen’ bestuurder te willen benoemen, het bestuur een of meer namen moet hebben om bij de oproeping te verstrekken. Hoe komt het bestuur nu aan deze namen? De algemene vergadering besloot slechts een ‘eigen’ persoon te willen benoemen, maar dat besluit omvat nog geen kandidaten. Ik zou willen aannemen dat in deze situatie agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffers personen mogen aandragen bij het bestuur.19 Deze kapitaalverschaffers kleuren zo het keuzebesluit van de algemene vergadering als het ware nader in. Als de algemene vergadering zich niet kan vinden in de door de kapitaalverschaffers aangedragen personen kan zij altijd nog besluiten geen van deze personen te benoemen.
Opgesomd spelen rondom de niet-repeterende bindende voordracht voor de benoeming van een bestuurder met op de voordracht één kandidaat de volgende kwesties: (i) de vraag of het agendapunt ook besluitvorming over de doorbreking aankondigt, (ii) de vraag of de na doorbreking te maken keuze door het agendapunt wordt aangekondigd, en (iii) de vraag of een vrije benoeming nog in dezelfde vergadering kan geschieden. Als de voordracht niet uit één maar uit meer personen bestaat, wijzigt het antwoord op de onder (i) genoemde vraag.
Als de voordracht uit meer personen bestaat, vindt art. 2:133/243 lid 3 BW geen toepassing. Dit brengt met zich dat het agendapunt dat de besluitvorming over de benoeming aankondigt, niet ook zonder meer besluitvorming over de doorbreking van de voordracht aankondigt. Stel dat in de voordracht twee kandidaten zijn opgenomen, dan kan de keuze om op de een en niet op de ander te stemmen op geen enkele manier worden gezien als een stem om de voordracht te doorbreken. Bij de voordracht bestaande uit één persoon is dit wel het geval: een stem tegen de voorgedragen persoon is eveneens een stem om de voordracht te doorbreken. Bij de bindende voordracht bestaande uit meerdere personen moet de besluitvorming over de doorbreking en de besluitvorming over de benoeming dus apart geagendeerd worden. Eerst wordt gestemd over de (doorbreking van de) voordracht en als deze niet doorbroken wordt, vindt een stemming plaats tussen de kandidaten.20
Dat de twee voorstellen apart geagendeerd dienen te worden, volgt voor vennootschappen die onder het toepassingebereik van de NCGC vallen overigens ook uit bpb 4.1.3, aanhef en onder ii. Daar staat dat het best practice is dat voorstellen omtrent (mijn cursivering) de benoeming van bestuurders en commissarissen als aparte onderwerpen worden behandeld. Zie over deze ruim uit te leggen bepaling verder par. 2.2.4.1, onder (ii).
Als het bestuur de agenda niet zodanig inricht dat ook over de doorbreking wordt gestemd, kan sprake zijn van gegronde redenen om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. Onder bijkomende omstandigheden kan ook sprake zijn van onbehoorlijke taakvervulling.