Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/1.3.1
1.3.1 Richtlijnen op het gebied van het effectenrecht
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574353:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband echter ook Wymeersch (1986), p. 276, die als eerste grote mijlpaal noemt het in november 1966 gepubliceerde Rapport Segré ('de ontwikkeling van een europese kapitaalmarkt').
Naast het in de vorige voetnoot genoemde rapport, wordt aan het einde van de jaren '70 van de vorige eeuw een tweetal door Wymeersch opgestelde studies gepubliceerd — Wymeersch (1977) en (1979) — over 'de controle op de effektenmarkten'. Verder publiceerde de Europese Commissie in 1977 de Aanbeveling betreffende een Europese gedragscode voor effectentransacties. Hierover: Wymeersch (1986), p. 276-284, p. 294-295 en p. 301-305. Over deze eerste fase ook Moloney (2002), p. 21 e.v. Vgl. daarnaast, toegespitst op deze gedragscode en de verplichting om koersgevoelige informatie onverwijld openbaar te maken, Kristen (2004), p. 106-108, alsmede p. 120-125.
Richtlijn 79/279/EEG. Hierover: Moloney (2002), p. 91 e.v.
In die zin Wymeersch (1986), p. 295, resp. Hijink (2006b), p. 459 en Nieuwe Weme/Stevens (2006), p. 160.
Waarover: Wymeersch (1986), p. 344-356 en Moloney (2002), p. 141 e.v.
Zie hierover: Wymeersch (1986), p. 356-361 en Moloney (2002), p. 158 e.v.
Waarover o.a. Vletter-van Dort (1994), p. 3-5 en Moloney (2002), p. 166 e.v.
Zie hierover Vletter-van Dort (1994), p. 59-60.
Waarover Moloney (2002), p. 177 e.v.
In art. 7 van (de toenmalige) Richtlijn 89/592/EEG werden de bepalingen van de bijlage, schema C, punt 5, onder a, van de Noteringsrichtlijn — de bepaling om zo spoedig mogelijk koersgevoelige informatie openbaar te maken — van overeenkomstige toepassing verklaard op andere effecten dan aandelen. Hierover o.a. Moloney (2002), p. 765-766.
Richtlijn 2001/34/EG is inmiddels grotendeels ingetrokken en vervangen door bepalingen van de, hierna te bespreken, Richtlijn Marktmisbruik (in 2003), de Prospectusrichtlijn in (2005) en — met name — de Transparantierichtlijn (in 2007). Van Richtlijn 2001/34 zijn inmiddels ingetrokken de artikelen 68, eerste lid en 81, eerste lid (door de inwerkingtreding van de Richtlijn Marktmisbruik op 28 januari 2003); de artikelen 3, 20 tot en met 41, 98 tot en met 101 en 104 (door de omzetting van de Prospectusrichtlijn per 1 juli 2005), en de artikelen 1, punten g en h, 4, 6, tweede lid, 65 tot en met 97, 102 en 103 (door de omzetting van Transparantierichtlijn per 20 januari 2007). De thans nog van kracht zijnde bepalingen van Richtlijn 2001/34/EG — waaronder art. 5 en de artikelen 42-64 van die richtlijn — zijn afkomstig uit de Noteringsrichtlijn.
Gedeeltelijk parallel aan de hierboven beschreven Europese ontwikkelingen op het terrein van het vennootschapsrecht, ontstaan vanaf het einde van de jaren '70 van de vorige eeuw ook de eerste1 Europese regelgevende initiatieven op het terrein van het effectenrecht.2 Ook in deze regelgeving is een belangrijke rol toegekend aan het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen.
De eerste Europese effectenrechtelijke richtlijn werd vastgesteld in 1979.3 Deze richtlijn — doorgaans de "Admissierichtlijn" of "Noteringsrichtlijn" genoemd4 — bepaalde onder welke voorwaarden effecten tot de officiële notering van een effectenbeurs konden worden toegelaten. In 1980 en in 1982 werd vervolgens een tweetal Europese effectenrechtelijke richtlijnen vastgesteld waarvan de kernbepalingen bestonden uit het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen. Allereerst werd Richtlijn 80/390/EEG vastgesteld, op basis waarvan coordinatie plaatsvond van de eisen gesteld aan de opstelling van, het toezicht op en de verspreiding van het prospectus dat gepubliceerd moet worden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs.5 Daarna volgde Richtlijn 82/121/EEG betreffende de periodieke informatieverstrekking door vennootschappen waarvan aandelen tot de officiële notering aan een effectenbeurs zijn toegelaten.6 Tezamen met Richtlijn 88/627/EEG7, op grond waarvan een publicatieverplichting werd geïntroduceerd voor beursvennootschappen over wijzigingen in het houderschap van belangrijke deelnemingen in haar kapitaal8, zijn deze vier richtlijnen in 2001 geconsolideerd in Richtlijn 2001/34/EG. Deze richtlijn vormde, samen met de in 1989 vastgestelde Richtlijn 89/298/EEG betreffende de prospectusplicht bij aanbiedingen van effecten aan het publiek9 en de (mede) in Richtlijn 89/592/EEG opgenomen verplichting om koersgevoelige informatie openbaar te maken10, tot het begin van deze eeuw het Europese regelgevend kader voor de effectenrechtelijke publicatieverplichtingen van (beurs)vennootschappen.11