Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.3.2
10.3.2 De inpassing van de Richtlijn OHP in het Engelse recht
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS498485:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het strekt te ver de compatibiliteit van de verschillende regelingen met de richtlijn i.h.k.v. dit onderzoek te bespreken. In diverse wetenschappelijke rapporten en bijdragen is uitgebreid ingegaan op de gevolgen van de richtlijn voor bestaande specifieke regelingen. Zie bijv. Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 67 e.v. en het Explanatory Memorandum to the Consumer Protection from Unfair Trading Regulations 2008, Nr. 1277.
T.a.v. een bepaling in de Engelse Price Marking (Food and Drink Services) Order 2003 (7(2)) wordt bijv. gesteld dat `disclosure of prices at entrance to eating area could be considered as requiring more than UCPD art 7(4) as this would not be 'an invitation to purchase' at this stage': Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 171. De gehele Price Marking (Food and Drink Services) Order 2003 is komen te vervallen Genoemde informatieplicht is slechts te handhaven bij een ruime uitleg van de uitnodiging tot aankoop (par. 10.6.2).
Het afstappen van de versnippering vormt een belangrijke trend in Engeland. Vgl. het werk van de Law Commissions op het terrein van de oneerlijke bedingen (par. 5.3.2).
RIA 2007, p. 30 en Twigg-Flesner en Parry 2007, p. 216-217.
Bradgate, Brownsword en Twigg-Flesner 2003, p. 13 (par. 2.13-2.14 aldaar).
Uit Bradgate, Brownsword en Twigg-Flesner 2003 blijkt dat pogingen van rechtsgeleerden om invulling te geven aan de open normen teneinde de onbekendheid met de richtlijnterminologie te relativeren paradoxaal genoeg tegelijkertijd de blijvende verschillen in interpretatie tussen de rechtssystemen benadrukken.
Twigg-Flesner en Parry 2007, p. 223: zie de uitgesproken voorkeur van beide auteurs voor de bekende `reasonable person' i.p.v. de `average consumer' (onbekend naar Engels recht).
Twigg-Flesner en Parry 2007, p. 224; RIA 2007, p. 31: 1...) there is a possibility that such elaboration would lead to dierences in applying the Directive in other Member Stafes. These dierences might lead to infraction proceedings being taken against the UK.' In Engeland is, net als in andere lidstaten, de 'harmoniserende' druk van de Commissie ervaren. Mogelijk is het gebruik van de `copy-out'-techniek ook ingegeven door de vrees voor `gold plating' (dit houdt in dat de naar nationaal recht gemodelleerde implementatiewetgeving mogelijk strenger is dan de richtlijn en dus meer harmoniseert dan nodig). De tijdsdruk kan ook een rol hebben gespeeld.
Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 28 (par. 2.75 aldaar).
Opvallend is dat de definitie van de gemiddelde consument uit ov. 18 considerans in de CPR 2008 terecht is gekomen. Daarnaast is door de regering bepaald dat onjuiste informatie de in art. 6 lid 1 richtlijn opgesomde aspecten dient te betreffen en dat in geval van onjuiste informatie ook aan het besluitcriterium dient te worden getoetst (par. 10.5).
Anders: Twigg-Flesner en Parry 2007, p. 224: 1...) a verbatim implementation (...) would have the advantage of avoiding confusion with established case law on functionally equivalent domestic concepts (...).'
620. In Engeland is geen gebruikgemaakt van bestaande regelgeving, noch aansluiting gezocht bij een bestaande regeling. Net als bij de omzetting van de Richtlijn OB is gekozen voor een aparte, op zichzelf staande regeling die de richtlijn woordelijk overneemt. De komst van CPR 2008 heeft, in tegenstelling tot die van de Unfair Terms in Consumer Contracts Regulations, geleid tot het herroepen van diverse bestaande regelingen. De bestaande regelgeving mocht gelet op het maximum harmoniserende karakter van de richtlijn, niet meer of minder bescherming bieden wanneer zij binnen haar werkingssfeer viel. Sch. 2-4 CPR 2008 geven een overzicht van de 22 regelingen waarvan is vastgesteld dat zij onder de werkingssfeer van de richtlijnnormen vielen.1 Deze exercitie vergde een uitleg van de open normen door de omzettingswetgever, die zich hierbij heeft laten adviseren door Engelse juristen.2 De omzetting van de richtlijn vormde een uitgelezen gelegenheid om het handelspraktijkenrecht in B2C-relaties te vereenvoudigen en te stroomlijnen.3 Dit vereenvoudigen werd vergemakkelijkt door het open, overkoepelende karakter van de open richtlijnnormen.
621. De open hoofd- en subnormen zijn letterlijk in de CPR 2008 overgenomen en ook voor wat betreft de rest van de richtlijn is ervoor gekozen niet aan te sluiten bij de bestaande nationale terminologie. Door de vele aan het Engelse recht vreemde open normen en begrippen uit de richtlijn is, zowel in de literatuur met betrekking tot de relatie tussen richtlijn en Engels recht als tijdens de consultaties, getwijfeld aan de keuze voor deze `copy-out'-techniek.4De `terminological unfamiliarity' zou een reden zijn om van de terminologie van de richtlijn af te wijken en vast te houden aan nationale begrippen. Zolang de Voctrinal substance,5dezelfde is, zou de formulering (`expression') er weinig toe doen.
Er is in Engeland veel onderzoek gedaan naar de betekenis van de richt-lijnnormen. Door het gebrek aan Europese sturing kregen aanknopingspunten in het nationale recht veel aandacht.6 Maar ofschoon de gelijkenis tussen nationale begrippen en de open begrippen uit de richtlijn in de onderzoeken vaak is benadrukt (bijvoorbeeld voor wat betreft de referentieconsument), is van nationale (enigszins) andersluidende doch 'beproefde' termen (`reasonable person' in plaats van `average consumer')7 bij de omzetting uiteindelijk geen gebruikgemaakt.
Reden hiervoor is dat het gebruik van nationale normen en begrippen een risico op een afwijkende uitleg van de richtlijnnormen en -begrippen met zich mee brengt.8 Bij de omzetting moet worden voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de (nader vast te stellen) inhoud van de richtlijn. Dit luistert bij de toepassing van deze richtlijn, gelet op het harmonisatieniveau, heel nauw. Teneinde de inhoudelijke overeenstemming vast te stellen is duidelijkheid over de inhoud van de richtlijnnormen nodig en die was er niet (of niet voldoende). De inhoudelijke gelijkenissen zijn niet met zekerheid vast te stellen.9 Tekstuele afwijkingen van de richtlijntekst, en dus interpretatieslagen door de regering, komen in Engeland amper voor.10
622. Het risico dat de bestaande invulling van de norm de volledige toepassing van de richtlijn bemoeilijkt, wordt, naar ik meen, niet geheel weggenomen door de letterlijke omzetting, zeker bij gebrek aan Europese sturing .11 Het proces dat plaatsvond in Engeland — de zoektocht naar functionele equivalenten vanwege de `terminological unfamiliarity' — is illustratief voor het feit dat, wanneer er onduidelijkheid bestaat over de inhoud van de Europese norm, houvast in het nationale recht worden gezocht. Al is uiteindelijk afgezien van een implementatie aan de hand van nationaalrechtelijke begrippen, zal er mogelijk ook bij de uitleg van de nieuwe begrippen aansluiting worden gezocht bij de bestaande praktijken en opvattingen. De kans op verwezenlijking van dit risico neemt wel enigszins af door het blootleggen van de Europese oorsprong van de regeling en het uitblijven van een interpretatieslag door de wetgever.