Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.4.3.2
7.4.3.2 Het materiële controlecriterium moet bescherming van minderheidsaandeelhouders waarborgen
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368808:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Nieuwe Weme 2004, p. 121 e.v. voor de verschillende alternatieven voor het aansluiten bij de controle.
Idem Willems 2008, p. 994 (voetnoot 32). Anders: Doorman 2008-2, p. 500 en De Vlaam 2006, p. 600-601.
Vgl. Nieuwe Weme 2004, p. 126.
Commissie Vennootschapsrecht 2004 – Advies overnamerichtlijn.
De Commissie Vennootschapsrecht adviseerde op grond hiervan verlaging van de oorspronkelijk gekozen biedgrens van 35% tot 30%.
Dit lijkt niet helemaal logisch. In de redenering van de Commissie loopt een 30%-aandeelhouder tegen een biedplicht aan, terwijl hij doorgaans juist geen blocking vote heeft; dat speelt pas bij 33 1/3%, uitgaande van de gegevens waarop de Commissie zich baseert. Ik laat dit verder buiten beschouwing.
Nieuwe Weme 2004, p. 131 en 139.
Zie het consultatiedocument “Invoering verplicht openbaar bod in Nederland” van 30 januari 2002, waarover Nieuwe Weme 2002-1, p. 208-209.
Tegenwoordig gaat dit veel minder sterk op; absenteïsme is de laatste jaren sterk afgenomen (§ 2.4.3.4). Dat kan aanleiding zijn voor een heroverweging van de Nederlandse bieddrempel, maar dit gaat het bestek van dit onderzoek te buiten.
Aldus ook Rensen 2008, p. 551 (voetnoot 30) en Rebers 2007, p. 12-13.
Dit is ook de benadering van de Zwitserse toezichthouder. Naar Zwitsers recht is enkel relevant of de controle wijzigt; voor een aanvullende toetsing of minderheidsaandeelhouders daadwerkelijk benadeeld worden, bestaat geen grond (Empfehlung (UEK) IV 20 april 2007 inzake SCHMOLZ + BICKENACH, nr. 2.4).
De biedplicht wil minderheidsaandeelhouders beschermen tegen het gevaar van benadeling (zie hoofdstuk 4). De richtlijn schrijft een biedplicht voor bij controleverwerving1; dan ontstaat immers het gevaar van benadeling. Dat geldt ongeacht het soort controlecriterium.
I. Formeel controlecriterium
Onder een formeel of abstract controlecriterium, zoals in de Nederlandse definitie van overwegende zeggenschap (§ 7.3.2), is niet relevant of daadwerkelijk sprake is van de controle en ook niet of minderheidsaandeelhouders daadwerkelijk benadeeld worden of benadeeld dreigen te worden.2 Het maakt niet uit wat degene met 30% of meer van de stemrechten wel of niet kan doen binnen de governance van de desbetreffende doelvennootschap. Denk bijvoorbeeld aan gekwalificeerde meerderheden en (andere) oligarchische regelingen zoals een bindend initiatiefrecht voor bestuur, RvC of prioriteit. In zekere zin is er dus sprake van een dubbele fictie: (i) de controle wordt aangenomen bij het kunnen uitoefenen van 30% of meer van de stemrechten3 en (ii) aangenomen wordt dat de verwerving van de controle gevaar van benadeling met zich brengt.
De beperkte betekenis van de ratio van de biedplicht ligt ook voor de hand; het voordeel van een formeel controlecriterium is nu juist dat niet per geval hoeft te worden gekeken of er gevaar van benadeling is. Wel verwonderlijk is dat de ratio van de biedplicht een beperkte rol heeft gespeeld bij de keuze voor de 30%-grens, het kernelement van het formele controlecriterium. Voornaamste argumenten daarvoor waren dat de meeste lidstaten voor dit percentage hebben gekozen en dat de meeste belanghebbenden hieraan de voorkeur gaven. Het enige inhoudelijk argument – aangedragen door de Commissie Vennootschapsrecht4 – was dat een groot aantal vennootschappen in de statuten heeft opgenomen dat bepaalde besluiten slechts kunnen worden genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de stemmen, al dan niet gekoppeld aan een quorumeis; indien één partij een derde van de stemmen vertegenwoordigt, kan deze de besluitvorming in de vennootschap normaliter blokkeren.5,6 Het in de literatuur wel genoemde argument dat als gevolg van absenteïsme ook met minder dan de helft van de stemrechten toch de controle kan worden verkregen7, is in het kader van de eerste consultatie nog kort genoemd8, maar later niet meer.9
II. Materieel controlecriterium
Bij een materieel controlecriterium, waarvan bij acting in concert moet worden uitgegaan (§ 7.3.3.3) wordt niet gekeken naar een percentage van de stemrechten, maar naar concrete onderwerpen of besluiten. Kernvraag is welke onderwerpen of besluiten dusdanig belangrijk zijn dat zij kunnen leiden tot “de controle”.
Naar mijn mening moet het antwoord niet worden gezocht in de ratio van de biedplicht, het beschermen van minderheidsaandeelhouders tegen gevaar van benadeling. Afgezien van het feit dat er dan geen sprake meer zou zijn van een controlecriterium, mist de maatstaf van gevaar van benadeling onvoldoende scherpte om onderscheid te maken tussen belangrijke en onbelangrijke onderwerpen (zie ook § 7.4.3.5 sub III). Doorslaggevend is of de controle verworven wordt, niet waartoe die controle wordt gebruikt. Dat is ook waarvan de Overnamerichtlijn uitgaat en dat is ook de opzet van de “gewone” biedplicht10.11
De ratio van de biedplicht (bescherming tegen gevaar van benadeling) speelt wel een rol als uitlegfactor wanneer bepaalde elementen uit het materiële controlecriterium onduidelijk zijn. Ook kan zij een eventuele vrijstelling of ontheffing van de biedplicht rechtvaardigen (zie bijvoorbeeld § 15.2.2.2 sub II en § 15.3.3-15.3.4).