Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.2.2:10.2.2 Wat is de beoogde werking?
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.2.2
10.2.2 Wat is de beoogde werking?
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS417445:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hfdst. 2 heb ik onderscheid gemaakt tussen drie werkingsregels: terugwerkende kracht, onmiddellijke werking en uitgestelde werking. Deze drie werkingsregels geven aan in welke periode de feiten en toestanden zich moeten bevinden, wil een nieuwe wet aan die feiten en toestanden rechtsgevolgen kunnen verbinden (= werken). In geval van terugwerkende kracht worden ná het inwerkingtredingsmoment de materiële rechtsgevolgen die zijn verbonden aan feiten of toestanden die zich voordeden vóór het inwerkingtredingsmoment gewijzigd (par. 2.4). Onmiddellijke werking houdt in dat een regel werkt vanaf het inwerkingtredingsmoment. Dit betekent dat vanaf het moment waarop een wet in werking is getreden rechtsgevolgen kunnen worden verbonden aan feiten die zich op of na dat moment voordoen of aan toestanden die op het inwerkingtredingsmoment bestaan (par. 2.5). Bij uitgestelde werking vangt de werking van de nieuwe regel eerst aan vanaf een ná het inwerkingtredingsmoment gelegen tijdstip (par. 2.6). Als beoogd is om een wet terug te laten werken of uitgesteld te laten werken, blijkt dat uit het wetsvoorstel. Als in het wetsvoorstel niets is vermeld omtrent de werking van een nieuwe regel, is de hoofdregel van onmiddellijke werking van toepassing.
Het ijkpunt voor werking is steeds het inwerkingtredingsmoment. De achterliggende reden hiervan is dat een nieuwe regel eerst vanaf dat moment rechtsgevolgen aan feiten en toestanden kan verbinden (= gelden). De werkingsregel geeft steeds aan of de werking vóór, op of ná het inwerkingtredingsmoment aanvangt. Schematisch weergegeven verhouden de verschillende werkingsvarianten zich als volgt tot elkaar: