Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/5.3.2
3.2 De samenwerking tussen Europese en Nederlandse ondernemingsraden
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS382845:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voetnoten
Voetnoten
Lamers 1997, p. 113.
Kamerstukken II 1995-1996, 24 641, nr. 3, p. 11.
Ik kan begrip opbrengen voor Slagter, die ervan uitging dat de Europese ondernemingsraad juist een hogere vorm van medezeggenschap vertegenwoordigde en zo de positie van de Nederlandse ondernemingsraad zou kunnen ondermijnen (Slagter 1994). Een dergelijke medezeggenschapsrechtelijke hiërarchie ontbreekt en ik ben het met Verburg eens dat de kansen van de Nederlandse ondernemingsraad in een beroepsprocedure nauwelijks beïnvloed behoren te worden door de opstelling van de Europese ondernemingsraad (Verburg 2007, p. 266).
In de literatuur is gedebatteerd over de vraag hoe raadpleging van de Europese ondernemingsraad de Nederlandse ondernemingsraad kan ondersteunen. Lamers1 wijst erop dat de Europese ondernemingsraad recht heeft op verkrijging van informatie over het concernbeleid van de topholding, waar de Nederlandse ondernemingsraad deze volgens de WOR niet heeft of moeilijk kan afdwingen. De WEOR bevat verder geen bepalingen die de afstemming betreffen tussen de Europese en de Nederlandse medezeggenschapsprocedures, afgezien van de verplichting van de Europese ondernemingsraad om de door hem verkregen informatie met de Nederlandse ondernemingsraad te delen.
De mogelijkheid voor de Europese ondernemingsraad om informatie over beleid van de hele communautaire onderneming of groep te verkrijgen, lijkt dus de belangrijkste vorm van steun aan de Nederlandse ondernemingsraad te zijn. De wetgever heeft er geen misverstand over laten bestaan dat de rechten van de Nederlandse raad sterker zijn.2 De rol van de Europese ondernemingsraad is die van ondersteuner van de Nederlandse raad; deze draagt zo een specifiek Nederlands karakter en lijkt zich soms wat moeilijk te verhouden tot de bredere en internationalere taak die de Europese ondernemingsraad vervult. In landen waar lokale ondernemingsraden een beroepsrecht vergelijkbaar met artikel 26 WOR ontberen, zal de Europese ondernemingsraad niet snel als ondersteunend orgaan van de lokale ondernemingsraad worden gezien.3