Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.5.6:III.6.5.6 Tussenconclusie
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.5.6
III.6.5.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623212:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:BI5402, BNB 1996/112; HR 5 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:BI5838, BNB 1998/8; HR 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8282, NJ 2004/487 (Boerenplaatsje).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tussenconclusie kan kort zijn. In bovenstaande subparagrafen komt naar voren dat in beginsel iedere rechtshandeling onder een voorwaarde kan worden verricht (art. 3:38 BW). Dus ook de uiterste wilsbeschikking. Voor makingen bevestigt de wet dit uitdrukkelijk in afdeling 4.5.5 BW. Binnen de grenzen van wet en fatsoen (vgl. art. 4:45 BW), in beginsel met inachtneming van de dertigjaarstermijn (art. 4:140 BW jo. art. 4:141 BW) en met inachtneming van het karakter van de uiterste wilsbeschikking (art. 3:38 BW), is het dan ook mogelijk om de werking van een uiterste wilsbeschikking afhankelijk te maken van een toekomstige onzekere gebeurtenis. De inhoud van deze toekomstige onzekere gebeurtenis, ofwel van de voorwaarde, kan op grond van de testeervrijheid door erflater naar eigen inzicht worden bepaald en kan zodoende ook inhouden het door anderen (dan erflater) uitspreken van hun wensen. Bijvoorbeeld: ‘tenzij mijn erfgenamen in onderling overleg binnen zes maanden na mijn overlijden bij notariële akte te kennen hebben gegeven een andere verdeling te wensen’ of ‘tenzij de bezwaarde bij uiterste wil over het bezwaarde vermogen heeft beschikt’. Dat erflater de werking van zijn uiterste wilsbeschikkingen afhankelijk kan maken van de wilsverklaring van anderen, blijkt onder andere ook uit HR 17 januari 1996, BNB 1996/112 en HR 5 november 1997, BNB 1998/8 met betrekking tot de voorwaardelijke ouderlijke boedelverdeling, evenals uit HR 16 januari 2004, NJ 2004/487 (Boerenplaatsje) met betrekking tot de voorwaardelijke tweetrapsmaking.1 Een voorwaarde wordt evenwel ongeoorloofd wanneer zij in strijd komt met het wezen van de uiterste wilsbeschikking. Speelt ten aanzien hiervan ook het eerder genoemde willekeurcriterium een rol? Ik bekijk dit in de volgende paragraaf.