Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.2.7
6.2.7 De kwalificatie van de Europese subsidie als een Awb-subsidie door de nationale rechter
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396045:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld ABRvS 2 augustus 2006, LJN AY5520 (gemeente Rotterdam). In rechtsoverweging 2.4 wordt volstaan met de overweging dat de subsidietitel van de Awb op de desbetreffende ESF-subsidie van toepassing is.
ABRvS 4 maart 2009, AB 2010, 21, m.nt. J.E. van den Brink (Movement on the European labour market).
Uit de uitspraak wordt niet duidelijk welk bestuursorgaan het intrekkingsbesluit, dat wil zeggen het primaire besluit, heeft genomen.
Zie artikel 11 van de beschikking van de Commissie van 26 april 2007 betreffende verantwoordelijkheden van respectievelijk de lidstaten, de Commissie en de nationale agentschappen bij de uitvoering van het programma op het gebied van een leven lang leren. Kennelijk was de ABRvS van oordeel dat deze niet-gepubliceerde beschikking ertoe kan leiden dat het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren bevoegd was om op het bezwaarschrift te beslissen.
Zaak/rolnr. 440009 CV EXPL 09-10888. Dit vonnis is niet gepubliceerd.
Zie bijvoorbeeld CBb 8 juli 2009, LJN BJ6462, r.o. 2.3; CBb 24 juni 2005, LJN AT8929.
CBb 22 december 2009, AB 2010, 74, m.nt. R. Ortlep.
De lidstaten mogen 10% van de Europese gelden die maximaal voor de bedrijfstoeslagregeling beschikbaar zijn, besteden aan het verstrekken van specifieke steun, voor bijvoorbeeld specifieke landbouwactiviteiten die meerwaarde voor het landbouwmilieu opleveren. Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.5.4.
Zie bijvoorbeeld artikel 38s van de Regeling GLB-inkomenssteun.
CBb 21 december 2011, LJN BU9728 en CBb 21 december 2011, AB 2012, 63, m.nt. A. Drabmann en J.M.J. van Rijn van Alkemade.
In deze paragraaf wordt besproken in hoeverre de Nederlandse rechter expliciet de vraag beantwoordt of een Europese subsidie kwalificeert als een Awbsubsidie. De ABRvS past de bepalingen van de subsidietitel van de Awb doorgaans toe, zonder expliciet te motiveren of de subsidietitel van de Awb van toepassing is.1 Gelet op de voorgaande paragrafen is een motivering in veel gevallen ook niet noodzakelijk. Een uitzondering bestaat voor de Europese subsidies die door de Nederlandse agentschappen Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie worden verstrekt. Deze zijn nog niet bij de ABRvS aan de orde geweest. In een uitspraak van 4 maart 2009 is wel aan de orde de intrekking van een Europese subsidie uit hoofde van het in de programmaperiode 20002006 uitgevoerde Leonardo da Vinci-programma, één van de voorlopers van het programma Een Leven Lang Leren.2
In deze uitspraak acht de ABRvS de subsidietitel van de Awb zonder meer van toepassing op de intrekking van deze Europese subsidie. Omdat het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit door het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren ongegrond was verklaard, zou hieruit kunnen worden afgeleid dat de in de huidige programmaperiode 2007-2013 door het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren verstrekte Europese subsidies uit hoofde van Een Leven Lang Leren eveneens zijn te beschouwen als Awb-subsidies. Deze conclusie blijkt na nadere bestudering van de uitspraak onjuist. Hoewel dit niet uit de uitspraak blijkt, was het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren namelijk niet het orgaan dat de Europese subsidie oorspronkelijk had verstrekt en waarschijnlijk ook niet het orgaan dat de Europese subsidie heeft ingetrokken.3 Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat het een Europese subsidie betrof die in de programmaperiode 2000-2006 was verstrekt. In deze programmaperiode werden Europese subsidies uit hoofde van het Leonardo da Vind-programma verstrekt door de minister van oc&w, die deze bevoegdheid had gemandateerd aan het nationaal agentschap Leonardo da Vind. Omdat aan alle elementen van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb was voldaan, kwalificeerden deze subsidies als Awb-subsidies. Dat het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren op het bezwaarschrift besliste volgde louter uit een beschikking van de Europese Commissie waarin is neergelegd dat het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren - het bevoegde nationale uitvoeringsorgaan in de programmaperiode 2007-2013 - met ingang van 2007 als rechtsopvolger fungeert ten aanzien van subsidieverhoudingen op grond van het programma Leonardo da Vind uit de programmaperiode 2000-2006.4
De burgerlijke rechter heeft zich één keer moeten buigen over een subsidieovereenkomst die was gesloten in het kader van het programma Jeugd in Actie. In een vonnis van 30 december 2009 beoordeelt een kantonrechter een geschil tussen het Nederlands Jeugdinstituut en de eindontvanger van de Europese subsidie, zonder er blijk van te geven dat is bezien of wellicht sprake is van een Awb-subsidie en daarom rechtsbescherming bij de bestuursrechter openstaat.5
Beroepen in het kader van de landbouwsubsidies uit het ELGF moeten worden ingesteld bij het CBb. Voor deze Europese subsidies geldt dat de subsidietitel van de Awb slechts beperkte betekenis heeft, nu de Europese regels die zijn neergelegd in de Europese landbouwsubsidieverordeningen zich veelal lenen voor rechtstreekse toepassing door het nationaal uitvoeringsorgaan. Vandaar dat het CBb zich bijvoorbeeld nog niet expliciet heeft uitgesproken over de vraag of de subsidietitel van de Awb van toepassing is op de bedrijfstoeslag. Uit de jurisprudentie van het CBb blijkt dat de Europese landbouwsubsidies die in de afgelopen jaren in de bedrijfstoeslag zijn opgegaan, in ieder geval wel als Awb-subsidie werden aangemerkt.6 Dit is niet verwonderlijk, nu voor de invoering van de bedrijfstoeslag wel een koppeling bestond tussen de activiteiten van de landbouwer en de Europese subsidie. Deze koppeling is nu losgelaten.
In sommige uitspraken laat het CBb de vraag of een Europese landbouwsubsidie moet worden aangemerkt als een Awb-subsidie in het midden.7
In een uitspraak van 22 december 2009 ging het om de verstrekking van herstructureringssteun voor suiker. In deze uitspraak komt de vraag aan de orde in hoeverre voor de verstrekking van deze steun in het nationale recht een wettelijke grondslag bestaat. Opvallend is dat het CBb niet verwijst naar het vereiste van de wettelijke grondslag dat is neergelegd in artikel 4:23 van de Awb, waardoor in het midden wordt gelaten of sprake is van een Awb-subsidie.
Bij de verstrekking van sommige ELGF-subsidies komt toch expliciet de vraag aan de orde of de subsidietitel van de Awb daarop van toepassing is. Deze vraag heeft zich voorgedaan bij de specifieke steun die op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 wordt verstrekt8 Het CBb komt in een tweetal recente uitspraken voor de vraag te staan in hoeverre de subsidietitel van de Awb van toepassing is op het in dat kader vastgestelde plafond en de verdeling van deze Europese subsidies. De subsidietitel bevat in de artikelen 4:25 en verder van de Awb immers een regeling over de vaststelling van een subsidieplafond en de gevolgen daarvan. De titel van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 impliceert als gezegd dat op basis daarvan geen Awb-subsidies worden verstrekt. Ook de inhoud van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 lijkt ervan uit te gaan dat de specifieke steun niet valt aan te merken als een Awb-subsidie. In het hoofdstuk dat ziet op het verstrekken van specifieke steun wordt namelijk consequent van 'steun' en 'steunplafond' gesproken.9 In de twee voormelde uitspraken gaat het CBb er desondanks vanuit dat de specifieke steun is aan te merken als een Awb-subsidie.10 Het CBb overweegt namelijk dat artikel 34 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 invulling geeft aan artikel 4:26 van de Awb. Voor dit standpunt van het CBb valt veel te zeggen. Er bestaat geen twijfel over dat het gaat om een aanspraak op financiële middelen met het oog op bepaalde activiteiten van de landbouwer. Ook aan de andere elementen van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb is voldaan. Het verdient echter de voorkeur dat het CBb dit uitgebreider zou hebben gemotiveerd, nu de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 door het gebruik van voormelde van de subsidietitel afwijkende terminologie ervan uit lijkt te gaan dat de subsidietitel van de Awb geen betekenis heeft.